OOST-EUROPA

De drie belangrijkste landen in Oost-Europa - Tsjechie, Hongarije en Polen - hebben vooralsnog weinig te duchten van de crisis in Rusland. Slechts enkele procenten van hun export gaan naar de landen van de voormalige Sovjet-Unie. De Europese Unie is een veel belangrijker exportgebied.

Toch hebben de financiele markten in Oost-Europa te lijden gehad onder de Russische crisis. De nieuwe markteconomieen zijn heel gevoelig voor de stemming op de internationale kapitaalmarkten. Als de crisis in Rusland verscherpt, kan tevens het vertrouwen dalen in de Oost-Europese markten.

Ook de crises in Azie en Latijns Amerika kunnen vervelende gevolgen hebben voor Oost-Europa. Investeerders en bedrijven hebben het afgelopen jaar veel geld verloren in de emerging markets. Dit kan betekenen dat de animo om geld te steken in Oost-Europa sterk is verminderd. Het IMF voorziet voor 1999 een kleine daling van de directe investeringen in alle ex-communistische landen. De tekorten op de lopende rekening van de betalingsbalans en de daarmee gepaard gaande behoefte aan buitenlandse valuta maken Oost-Europa extra gevoelig voor wisselende stemmingen op de kapitaalmarkten.

Vooralsnog is de economische ontwikkeling in Polen en Hongarije voorspoedig. Alleen Tsjechie kampt met problemen, als gevolg van de financiele crisis van vorig jaar. De hervormingen, die aanvankelijk voortvarend begonnen, waren tot stilstand gekomen. Anders dan in Polen en Hongarije loopt de binnenlandse vraag in Tsjechie terug en stijgt de werkloosheid.