Onderzoekers geven kind drie biologische ouders

Amerikaanse onderzoekers hebben een nieuwe techniek ontwikkeld waarmee onvruchtbare en oudere vrouwen toch zwanger kunnen worden. De methode stuit op veel weerstand want het kind heeft niet twee, maar drie biologische ouders.

“Voorlopig beschouw ik het als een kunstje', zegt dr. Jan Vermeiden, embryoloog aan het Academisch Ziekenhuis van de Vrije Universiteit Amsterdam. Vermeiden heeft het over cytoplasma transfer, een vruchtbaarheidstechniek waarmee oudere en onvruchtbare vrouwen toch zwanger kunnen worden. De techniek is ontwikkeld door vruchtbaarheidsdeskundigen van het Saint Barbaras Medical Center in Livingston (New Jersey), maar inmiddels passen meer medici haar toe. Tijdens een bijeenkomst van de American Society for Reproductive Medicine twee weken geleden, liet een arts van de New York University weten dat hij een soortgelijke techniek had ontwikkeld. Het eerste kind dat via cytoplasma transfer tot stand kwam, is inmiddels geboren. Het is een meisje, bij geboorte woog ze 4.356 gram.

Bij cytoplasma transfer wordt een minder levenskrachtige eicel `opgepept' door er onderdelen van een andere eicel in te brengen. “Bij oudere en onvruchtbare vrouwen zijn vaak de eicellen defect', aldus Vermeiden. “Er zijn nu aanwijzingen dat het defect niet zozeer schuilt in het erfelijk materiaal van de eicel, maar in de celvloeistof, het zogeheten cytoplasma.'

Onder leiding van Jacques Cohen ontwikkelden onderzoekers van het Saint Barbaras Medical Center een techniek waarbij ze met een naald wat cytoplasma uit een eicel van een jonge vrouw opzuigen en dat bij het cytoplasma van de defecte eicel brengen. De Amerikanen hebben hun methode bij ten minste vier vrouwen getest. Een van hen is inmiddels bevallen. Het gaat om een 39-jarige vrouw die al 6,5 jaar onvruchtbaar was. Vier pogingen om via IVF en andere vruchtbaarheidstechnieken zwanger te raken, waren mislukt. Het echtpaar stemde toe om het via cytoplasma transfer te proberen.

Uit eicellen van een 27-jarige donor werd cytoplasma gezogen en dat werd vervolgens in de eicellen van de 39-jarige vrouw gebracht. Op die manier behandelden de Amerikaanse onderzoekers in totaal 14 eicellen. Deze werden vervolgens bevrucht. In de reageerbuis ontwikkelden zich zes embryo's. Daarvan werden er vier teruggeplaatst in de vrouw. Een embryo ontwikkelde zich verder en leverde uiteindelijk het gewenste kind op.

Embryoloog Vermeiden staat zeer sceptisch tegenover cytoplasma transfer, met name omdat er met het cytoplasma ook mitochondrien worden overgedragen. Deze energiefabriekjes van de cel bevatten erfelijke informatie. Het kind heeft dus niet een, maar twee genetische moeders. “In de mitochondrien zit slechts een klein beetje DNA vergeleken met dat in de kern, maar je draagt het toch over. Dus zit er in de opgepepte eicel ook erfelijke informatie van een andere vrouw. Je weet niet wat voor een effect dat heeft op het DNA in de kern. De Amerikanen maken veel reclame voor hun techniek, maar ik denk dat we erg terughoudend moeten zijn met het introduceren van deze techniek.'

Ook bio-ethicus drs. Guido de Wert verbonden aan het Instituut voor Gezondheidsethiek van de Universiteit Maastricht, heeft zijn twijfels. “De groep doet veel speerpunt-onderzoek, maar soms lopen ze te hard van stapel. Dat komt de veiligheid niet ten goede en daarover heb ik dan ook mijn bedenkingen.'

In Amerika heeft de techniek al tot felle discussies geleid. Omdat het kind twee genetische moeders heeft, ontstaan er onduidelijkheden over de bloedlijn en over verwantschappen van het kind.