Loonmatiging?

DE STANDPUNTEN zijn zo voorspelbaar als het weer in de herfst. De vakbeweging komt met een looneis van gemiddeld 3,5 procent voor het nieuwe CAO-seizoen en de werkgevers wijzen dat verontwaardigd af. VNO-NCW-voorzitter Blankert repte gisteren zelfs van een `onverantwoorde en evident te hoge eis'. Vanuit het onderhandelingsperspectief van de werkgevers is zo'n afwijzing te begrijpen, maar zo eenvoudig ligt het niet. De Nederlandse economie is geen eiland.

Het is de moeite waard om de looneisen eens in een breder verband te plaatsen. Om te beginnen vertoont de arbeidsmarkt in Nederland steeds meer tekenen van krapte. De banengroei heeft zich in de eerste helft van dit jaar onverminderd voortgezet. Dan zijn werkgevers maar al te graag bereid om voor goed opgeleid personeel wat extra te betalen. Verder vormt oplopende inflatie niet de bedreiging van de dag.

Daar komt de internationale context bij. De Aziatische vraaguitval is dramatisch. De Amerikaanse regering beklaagt zich er bij de Europese Unie over dat de Amerikaanse economie niet op zijn eentje de Aziatische landen uit het slop kan trekken door meer goederen te importeren uit de crisislanden. De Verenigde Staten fungeren op het ogenblik als consumer of last resort, zoals blijkt uit de snel oplopende Amerikaanse handels- en betalingsbalanstekorten. Dat gaat goed totdat in de VS de roep om handelsbeschermende maatregelen weerklank krijgt. Protectionistische sentimenten zijn in de VS een altijd aanwezige politieke factor zodra de economie afzwakt. Als de VS zich tot protectionisme bekeren, zou dat dramatische gevolgen hebben voor de wereldeconomie.

De Europese Unie ziet intussen de groeiverwachtingen voor volgend jaar ineenschrompelen. Gisteren kwam de Europese Commissie, het dagelijkse bestuur van de EU, met aanzienlijk lagere prognoses voor 1999. Anders dan de Verenigde Staten hebben de elf landen van `euroland', de lidstaten die over ruim twee maanden overgaan op de euro, een overschot op hun handels- en betalingsbalans. Dat biedt ruimte voor economische stimulering. Een vergrote Europese vraag kan helpen de Aziatische exporten te absorberen en daarmee bijdragen aan het herstel van een gezonde wereldeconomie.

VRAAGSTIMULERING is een beladen begrip in Europa, omdat dit meestal via hogere overheidsuitgaven werd nagestreefd die leidden tot tekorten, bezuinigingen en lastenverhogingen. Gezien de moeite die het overheden heeft gekost om te voldoen aan de eis van een tekort van maximaal drie procent in het kader van de EMU, is dit de verkeerde weg. Lage overheidstekorten blijven nastrevenswaardig, maar stimulering van de consumptieve vraag via koopkrachtverbetering is een alternatief. Dat kan bereikt worden door lastenverlaging, door reele loonstijgingen of door beide. Met mate toegepast kan dat bijdragen om de groei in de EU volgend jaar op peil te houden, handelsconflicten met de VS te voorkomen en de economische vooruitzichten voor Azie te verbeteren.Bij de komende CAO-onderhandelingen reiken de argumenten over en weer niet verder dan de werkvloer. Maar macro-economisch gezien staat meer op het spel dan een resultaat dat eentiende procentpunt hoger of lager uitvalt.