Kunst verdrinkt in Oude Kerk

Komt beeldende kunst het beste tot haar recht in een steriele witte ruimte? Veel hedendaagse tentoonstellingsmakers lijken te vinden van niet, getuige het aantal recente tentoonstellingen in onconventionele expositieruimtes. Onlangs opende het Amsterdamse Trippenhuis zijn deuren eenmalig voor het kunstpubliek en stelde het Museum van Loon zijn grachtenpand ter beschikking aan de hedendaagse kunst.

Het nadeel van dit soort tentoonstellingen is dat de kunst vaak verdrinkt in de rijk gedecoreerde, overweldigende ruimtes. Maar er zijn ook voordelen: als de expositie tegenvalt, kan de bezoeker zich nog vergapen aan de interieurs en de architectuur.

De Oude Kerk in Amsterdam is zo'n gebouw dat vanwege zijnhaar imposante architectuur nauwelijks geschikt is voor het exposeren van beeldende kunst. Ter gelegenheid van de voltooiing van de restauratie van dit oudste monument van Amsterdam - de eerste steen werd in de dertiende eeuw gelegd - heeft de Stichting Groot Glas de expositie `Transparantie' georganiseerd. Negen kunstenaars werden uitgenodigd om een monumentaal kunstwerk te maken, geinspireerd door de ruimte, de lichtval en de ambiance van de Oude Kerk.

Tussen de kerkbanken, nissen en kapellen is het, ook met plattegrond, zoeken naar de kunstwerken. Kunstenaar Marc Ruygrok besloot zich te onttrekken aan de drukte op de kerkvloer en ging de nok in. Vlak onder de tongewelven hing hij vier ladders op met daaraan de woorden SHE, HE, ME en WE in oplichtende letters bevestigd. De woorden duiken, wanneer je ze eenmaal hebt ontdekt, steeds weer vanachter de pilaren op, als hemelse neonreclames.

Ook Job Koelewijn heeft het hogerop gezocht, maar zijn werk is met de beste wil van de wereld niet te ontwaren. Volgens de catalogus heeft de kunstenaar vijf faxapparaten aan het plafond gehangen - een voor elk werelddeel - waaruit elke tien minuten een transparant vel met teksten naar beneden komt dwarrelen. De met grafzerken betegelde vloer van de kerk zou zo bezaaid moeten komen te liggen met citaten van kunstenaars, dichters en schrijvers. Jammer genoeg worden de berichten uit de hemel snel weer opgeruimd.

Het werk Wit licht generator van de Belg Leo Copers is minder subtiel dan de ongrijpbare installatie van Koelewijn, maar ook daar loop je in eerste instantie aan voorbij omdat het volledig in de ruimte geintegreerd is.

Copers plakte gekleurd folie voor de gotische ramen van zes kapellen, die zo elk in een andere kleur licht van het spectrum baden. Theoretisch gezien zou door vermenging van de zes kleuren in het midden van de kerk wit licht moeten ontstaan, maar dat is niet met het blote oog waarneembaar. Wat dat betreft is Wit licht generator conceptueel .

Dan is er aan het werk van een andere conceptualist, de Amerikaan Dan Graham, visueel meer plezier te beleven. Zijn Triangular pavilion with circular inserts is een driehoekig spiegelend object waarin niet alleen jijzelf, maar ook de omgeving wordt weerspiegeld. Door de ronde uitsparingen ontstaan vreemde composities: je eigen hoofd is van verschillende kanten zichtbaar en delen van zuilen, muren en gewelven worden in alle richtingen weerkaatst. Als een duizelingwekkende kermisattractie ontneemt het beeld je elk gevoel van orientatie.

Ondanks de indrukwekkende lijst met namen van veelal internationale kunstenaars (naast de al genoemde kunstenaars nemen aan `Transparantie' ook Luciano Fabro, Lili Dujourie, Henk Visch, Niek Kemps, Adam Colton en Mathilde ter Heijne deel), valt de tentoonstelling als geheel tegen. Het is niet duidelijk wat de kunstenaars in deze heterogene, vrij willekeurig gekozen groep, onderling verbindt. Slechts een enkeling is erin geslaagd daadwerkelijk te reageren op de ruimte en een werk te maken dat stand houdt in de kolossale kerk. Gelukkig is de rondgang door de Oude Kerk op zichzelf al een hele belevenis.