Karst Woudstra legt echt alles uit

Karst Woudstra heeft iets met de dood. In zijn komedie Zwarte vijvers is dat wel erg duidelijk: het gaat over een necrofiel, een moordenaarszoon die grafkisten ontwerpt, en een vrouw die wil worden doodgestoken door haar geliefde.

In Zwarte vijvers, dat wordt gespeeld door de nieuwe Vlaamse groep Het Laatste Kwartier, wonen een stel vrienden samen in een verbouwd pand. Op de begane grond hebben Alain en Marion een espressobar, op de eerste hebben Laurens en Irma een handel in begrafenis-totaalpakketten en op de bovenste verdieping zit de rijke Marcus die iets in de marketing doet.

De mannen zijn al bevriend vanaf hun jeugd. Geldschulden, vrouwen en gemankeerde sekslevens hebben de verhoudingen echter goed verziekt. De rijke Marcus valt op lijken. Omdat dit voor zijn vrienden nooit bespreekbaar is geweest, en omdat hij jaloers is op hun normale levenswandel, probeert hij ze kapot te maken. De zwakke Alain weet hij het leven zuur te maken maar de voorzichtige, beheersde Laurens is te sterk voor hem. Het een en ander komt tot ontploffing na de feestelijke presentatie van Laurens' levenswerk: een milieuvriendelijke doodskist. Niet alleen Marcus en de homoseksuele Alain, maar ook de beschaafde Laurens blijkt een geheim met zich mee te dragen.

Woudstra is een traditionele vakman die heldere en goed doortimmerde toneelstukken schrijft. Ook nu presenteert hij mooi gedoseerd de probleemstelling en ontvouwt hij duidelijk de karakters en drijfveren van zijn personages. Op het eind van het stuk kennen zij geen geheimen meer voor het publiek.

Verder kan hij heel grappig schrijven. Vooral de figuur van Laurens is komisch. Wouter van Lierde speelt hem als een typetje van Arjen van Ederveen. De scene waarin Laurens, met zijn voet triomfantelijk op de deksel, zijn milieu-grafkist aanprijst is hilarisch: “Onbewerkt hout zwaluwstaarten, er komt geen spijker aan te pas, natuurlijk touw en een voering van ongebleekt katoen.'

Het geeft een voldaan gevoel om de personages en de structuur van een stuk volledig te doorzien, maar het is ook ergerlijk. Woudstra legt werkelijk alles uit. Het stuk is zo doortimmerd dat er geen lol meer aan valt te beleven. De puzzel klopt alle stukjes liggen op hun plaats. Zelfs de fauteuils passen: de een heeft de vorm van een hart, de ander die van een doodskist. Dat de personages uiteindelijk met hun geheime obsessies over de brug komen, zie je al van mijlenver aankomen. Het enige verrassende is het absurde en schokkende karakter van die obsessies. Maar zelfs dat doet te bedacht aan.

Daarbij komt dat Het Laatste Kwartier worstelt met de toon van Woudstra's zwarte komedie. In de dramatische gedeeltes wordt te hard geschreeuwd in de komische gedeeltes wordt te vet gespeeld, met als dieptepunt de masturbatiescene van Bart van Avermaet. De overdreven speelstijl is niet alleen lelijk, maar onderstreept ook ten overvloede alles wat Woudstra al zo overduidelijk heeft uitgelegd.