Joodse tegoeden

Volgens het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD) hebben joodse ondernemers na de Tweede Wereldoorlog veel te weinig compensatie gekregen voor hun leeggeroofde bedrijven (NRC Handelsblad, 9 oktober). Dat is een herkenbare klacht, afgaande op mijn persoonlijke ervaringen.

Het effecten- en wisselkantoor van mijn vader werd tijdens de oorlog vakkundig tot nul geliquideerd door een door de Duitsers aangestelde Verwalter. Maar na de oorlog kon er zelfs geen studiebeurs af. Ik heb na de onderduik mijn rechtenstudie zelf moeten verdienen. Maatschappelijk gezien ben ik heel behoorlijk terecht gekomen. Maar het duurt wel erg lang voordat er iets aan het door het RIOD gesignaleerde gat wordt gedaan. Of aan de Zwitserse banktegoeden. Compensatiemaatregelen lopen bovendien noodgedwongen steeds meer via speciale fondsen en instellingen van het Joods maatschappelijk werk. Maar de direct getroffenen waren individuele personen die niet noodzakelijk te maken hebben met deze collectiviteiten.

Er is een directe manier om iets terug te doen: een belastingtegemoetkoming voor de direct getroffenen die nog over zijn. Verrekenen kan later wel.