Homofilie en feminafilie

Een klassieke opleiding heeft bepaalde voordelen. Menig nieuw woord laat zich eenvoudig verklaren. Instrumenten als de telefoon en de telescoop hoef je niet te hebben gezien om te begrijpen wat voor dingen het zijn. Ook geeft het een stille voldoening om, zonder er ooit geweest te zijn, te begrijpen wat Aix-les-Bains, Aix-la-Chapelle en Aix-en-Provence alle drie gemeen hebben. Soms echter leidt deze etymologische voorsprong tot conceptuele verwarring.

Zo begreep ik bij de introductie van het nieuwe product deodorant wel dat het iets met geur te maken had, maar wat de rol van God hierbij was, is mij jarenlang een raadsel gebleven. Tot ik opeens het licht zag en begreep dat je niet deo-dorant maar de-odorant moest lezen.

Overigens heeft dit probleem misschien niet zozeer te maken met de klassieken als wel met een speciale vorm van woordblindheid. Zo lees ik ook altijd Noor-dieren (een speciaal soort Noorse rendieren?) en bommel-dingen (bezittingen van Heer Ollie?) waar bij nader inzien bom-meldingen en Noord-Ieren bedoeld moet zijn. En zelden heb ik zo verbaasd naar een krantenkop gestaard als naar die welke luidde: `Grote overwinning voor de ABC-hazen'. Het bleek bij nader inzien echter om de Ab-chazen te gaan.

Wat wel met die klassieke opleiding te maken heeft, is mijn jarenlange verwarring over de etymologie van het woord homoseksueel. Ik hoorde dat woord voor het eerst in het begin van mijn middelbareschooltijd - het waren toen onschuldiger tijden dan nu - toen wij juist bij Latijn de woorden homo (man) en femina (vrouw) hadden geleerd. Dat klopte dus precies: die homoseksuelen - van homofielen sprak men nog niet - vielen immers op mannen. De anderen waren kennelijk feminafielen, maar omdat dit vanzelf sprak, had je hiervoor geen speciaal woord nodig. Het heeft jaren geduurd voor ik begreep dat het woorddeel homo niet uit het Latijn maar uit het Grieks komt en dat de tegenstelling niet homo-femina maar homo-hetero is. Dit laat verworven inzicht is van meer dan uitsluitend etymologische betekenis want de tweedeling homo-hetero leidt tot een fundamenteel andere taxonomie dan de oppositie homo-femina. Deze eerste, thans algemeen aanvaarde indeling impliceert immers dat wij het geslachts- en liefdesleven in eerste instantie onderscheiden in twee hoofdgroepen: anderssoortige (man-vrouw en vrouw-man) relaties naast gelijksoortige (man-man en vrouw-vrouw) verhoudingen. Dit is een heldere indeling die Thomas van Aquino, Linnaeus en Darwin genoegen zou doen.

Toch rijzen hier enkele problemen. Om te beginnen bestaat er een principieel verschil tussen de twee hoofdgroepen, omdat iedere man-vrouwrelatie noodzakelijkerwijs een vrouw-manverhouding veronderstelt, terwijl je heel goed een paar honderdduizend vrouw-vrouwrelaties kunt hebben tegenover slechts een paar duizend man-manrelaties (en omgekeerd). Volstrekt spiegelbeeldig zijn de twee hoofdgroepen dus niet. Een andere en belangrijker vraag is echter of al deze relaties onderling vergelijkbaar zijn, zoals de symmetrie van de indeling suggereert. Op dit gebied bestaat thans, in ieder geval in ons land, een zekere mate van consensus. Gelijkberechtigd zijn al die relaties in ieder geval, want dat staat in de wet. Gelijkwaardig zijn ze, naar het gevoelen van de overgrote meerderheid van de bevolking, ook. Dat is geen kwestie van wetgeving. Het is het resultaat van een lange en succesvolle emancipatiestrijd. Maar betekent gelijkwaardig en gelijkberechtigd nu ook gelijksoortig, vergelijkbaar, ja eigenlijk hetzelfde? Over deze vraag bestaat geen consensus. Ook binnen de gay movement bestaan op dit punt verschillende opvattingen. De ene richting beklemtoont het gewone en gelijksoortige. Haar betoog is: Wij zijn `anders', maar niet echt anders, want wij zijn eigenlijk hetzelfde, hebben dezelfde levenswijze, gedragingen, verlangens, gevoelens en dergelijke. Daarom is het vanzelfsprekend dat wij ook `echt' kunnen trouwen, kinderen adopteren, opvoeden en alles meer. Er is immers geen verschil tussen het ene type relatie en het andere. Dit is de redenering die je het vaakst hoort en die ook veel succes heeft gehad, want het homohuwelijk komt er binnenkort aan. Er bestaat echter ook een andere stroming, die de eigen aard en cultuur (of subcultuur) van het homoseksuele bestaan beklemtoont.

Deze stroming beoogt niet het `anders' zijn zo onbelangrijk mogelijk te maken, maar cultiveert juist de verschillen. Tussen deze beide richtingen bestaat uiteraard een zekere spanning en dat verklaart wellicht iets van de tegenstelling die in de discussie over de `Gay Games' tot uiting is gekomen. Hierbij bleek immers dat ook binnen de homowereld niet iedereen gelukkig was met alle aan deze spelen verbonden manifestaties. Daarom maakte de verdediging ervan soms een wat geforceerde indruk. Het ging hierbij overigens niet zozeer om de spelen zelf, als wel om de volgens sommigen zeer opvallende, ja exhibitionistische uitingen van seksuele uitgelatenheid waarmee deze gepaard gingen. Volgens de voorstanders viel het allemaal nogal mee, maar anderen waren wel degelijk geschokt of althans onaangenaam getroffen door wat zij zagen. Bovendien was er, op grond van vroegere ervaringen, door de burgemeester van Amsterdam van tevoren met nadruk voor gewaarschuwd dat het niet al te dol mocht worden en dat openlijke seks verboden was. Zo'n waarschuwing zul je bij de opening van de Olympische Spelen niet gauw vernemen. Ter verdediging (of verontschuldiging?) is door de voorstanders wel opgemerkt dat er in de heterowereld op dit gebied ook van alles te koop is, van seksfilms op de televisie tot veel bloot vertoon op de Walletjes. Deze observatie is volstrekt juist, maar zij is niet helemaal ter zake. De wereldkampioenschappen voetbal worden immers niet geopend met een parade van pooiers, prostituees en pornosterren, al spelen deze beroepsgroepen in de heterowereld inderdaad een rol van betekenis. Een ander punt dat binnen en buiten de deelnemerskringen nogal eens naar voren werd gebracht, was dat bij die uitbundige seksuele manifestaties vrijwel uitsluitend mannen en nauwelijks vrouwen waren betrokken.

Hoewel deze observatie veel minder aandacht heeft getrokken, vind ik haar eigenlijk interessanter, want misschien is hier een aanwijzing te vinden voor de hypothese dat de homo-hetero-indeling, zoals wij die thans kennen, minder vanzelfsprekend is dan zij lijkt. Deze indeling is immers gebaseerd op de opvatting dat binnen het erotische leven homo-hetero het hoofdonderscheid is, met andere woorden, dat alle hetero's en alle homo's onderling meer gemeen hebben dan wat hen verbindt met personen uit de andere categorie. Maar is dat ook echt zo? Is het niet mogelijk dat er vrouw-vrouwrelaties bestaan die meer lijken op man-vrouwrelaties dan op man-manrelaties? Zou het niet ook zo kunnen zijn dat alle relaties met vrouwen anders zijn dan die waarbij uitsluitend mannen zijn betrokken? Ik weet het niet, maar het zou mij een zekere voldoening geven als dit zo was, want dan zouden mijn eerste inzichten op dit gebied, hoewel etymologisch onjuist, intuitief toch correct zijn geweest.