Hemel verandert in een hel; Het Toneelhuis speelt `De cocu magnifique'

De cocu magnifique van de Frans-Belgische schrijver Fernand Crommelynck draagt als ondertitel `een farce' - een typering die door de makers van de gelijknamige voorstelling bij Het Toneelhuis ter harte is genomen. Tom van Dyck, regisseur van Crommelyncks stuk uit 1920, presenteert deze tweede productie van het onlangs uit een fusie van de Koninklijke Nederlandse Schouwburg uit Antwerpen en de Blauwe Maandag Compagnie uit Gent voortgekomen Toneelhuis als een groteske nachtmerrie met kluchtige kanten.

De benadering is een heel andere dan die van Hans Trentelman, die een maand geleden dezelfde tekst ensceneerde bij Het Vervolg in Maastricht. Bij Trentelman overheerste de ernst, het drama kreeg weinig lucht en was voornamelijk samengebald in de figuur van Bruno, de man die als een twintigste-eeuwse Othello zijn vrouw eerst als een welhaast goddelijk schepsel vereert en later als een hoer verkettert. Zij, Stella, kreeg weinig kans haar emoties te tonen, maar de rol van Mieneke Bakker was indrukwekkend. Ze stond daar in haar gedistingeerde zwarte jurk als een ikoon van onschuld, stil en waardig was haar lijden.

De Stella die Lies Pauwels bij Het Toneelhuis gestalte geeft, is veel aardser en meisjesachtiger, zoals ook de voorstelling waarin ze speelt volkser en luchtiger van toon is dan de Maastrichtse versie. Het begin is ronduit licht en vrolijk. Stella neemt midden op het toneel een bad dat ligt verzonken in het als een hellend vlak vormgegeven podium. Gelukzalig poedelt ze in het overdadige schuim, meeneuriend met het Vlaamse liedje dat uit de geluidsinstallatie komt. Ze is een uitgelaten kind dat ongeduldig wacht op de komst van Bruno. Bruno (Lucas van den Eynde) is al even geexalteerd en zo stralend van verliefdheid dat hij Stella wel met iedereen zou willen delen. Een eerste steekvlam van jaloezie doet Bruno's fantasie echter op hol slaan - de idylle is ten einde. Bruno waant zich de cocu, de bedrogen echtgenoot, en om niet meer te hoeven twijfelen aan haar trouw wil hij zekerheid over haar ontrouw. Stella, die niets begrijpt van de psychologische omslag in Bruno's brein, huilt en schreeuwt wanhopig, de make-up uitsmerend over haar gezicht.

De hemel verandert in de hel, maar dat resulteert niet in zwaarwichtig drama.

De cocu magnifique oftewel de wonderbaarlijke hoorndrager, zoals de voorstelling in de smeuige Vlaamse vertaling van Pjeroo Roobjee voluit heet, wordt bevolkt door wonderlijke types die niet zouden misstaan in een klucht. Sien Eggers maakt van de burgemeester een kolderieke figuur een parodie op de plaatselijke notabele die gezag denkt te ontlenen aan rijen op de borst gespelde medailles.

De vijf acteurs in deze voorstelling, die naar believen kunnen gaan zitten op ingenieus uit de vloer omhoog klappende stoelen, zijn goed op dreef. De voorstelling die ze spelen is rauw, expressief en staat voor het gevoel dichter bij het aardse leven dan die van Het Vervolg - dat maakt het psychologische proces van verborgen angsten en verlangens beter inzichtelijk en Bruno minder tot een ziekelijk hypothetisch geval.