`Frobelen in oefenkelder is ons sterkste punt'; Trio Birdskin uit Deventer debuteert na twaalf jaar op cd met originele popsongs

Lange tijd wist slechts een klein groepje mensen dat het trio Birdskin uit Deventer een van de beste popgroepen van Nederland is. Nu er na twaalf jaar eindelijk een album is verschenen, kunnen meer mensen Birdskin beluisteren. “Wij zijn niet zo impulsief. We willen er helemaal achter staan voor we iets uitbrengen.'

“Het enige dat ik jammer vind bij ons is: wij hebben geen verhaal', zegt Peter Duteweert, zanger/bassist van de groep Birdskin uit Deventer.

Dat valt wel mee. Birdskin bestaat uit drie jongens die overdag werken, elke vrijdagavond in de oefenruimte muziek maken, en zo nu en dan optreden. Verhalen over drugsuitspattingen, hotelvernielingen of ander rock & roll-gedrag hebben ze inderdaad niet. Het verhaal van Birdskin is, in een notendop: bijzondere popgroep brengt pas na twaalf jaar schitterend debuutalbum uit.

De onlangs verschenen cd van Birdskin heet Basement. Vanaf de eerste voorzichtige gitaartonen is het een album dat indruk maakt met bescheiden, zorgvuldig gemaakte muziek, die in zijn ingetogenheid een grote zeggingskracht heeft. De groep maakt originele popsongs, die gebaseerd zijn op eenvoudige, sterke melodieen en een spannende, meeslepende opbouw hebben. Cliches komen er niet in voor. Naast deze afgeronde liedjes zijn er een aantal korte instrumentale stukken die op het eerste gehoor op aanzetten tot liedjes lijken maar bij vaker beluisteren goed op zichzelf blijken te kunnen staan.

Voor het kleine groepje mensen dat al langer wist dat Birdskin een van de beste groepen van Nederland is, was het frustrerend dat er zo weinig van het in 1986 begonnen trio uitgebracht was. Door de jaren heen verschenen twee singles, in '91 en in '96. Verder deden demo's de ronde, en deed de groep een paar radiosessies bij de VPRO.

Peter Duteweert, zijn broer Sjors (die gitaar speelt) en drummer Ritske Venema lachen een beetje beschaamd bij de vraag waarom het toch zo lang geduurd heeft voor er een plaat verscheen. Voornaamste reden blijkt de werkwijze te zijn, die gebaseerd is op de overtuiging dat ze zo veel mogelijk zelf wil doen.

Dus niet zoals anderen, een opnamestudio met technici en een producer huren, maar in de eigen oefenkelder met eigen apparatuur de muziek opnemen en mixen zonder bemoeienis van buitenaf. “We nemen tijdens het oefenen op vrijdagavond een nummer op, voegen er in de weken daarna nog partijen aan toe en mixen het', vertelt Sjors. “Als blijkt dat een nummer dat we hebben opgenomen niet goed is, doen we het opnieuw', zegt Peter. “Als dat betekent dat het allemaal een paar maanden langer duurt, nou ja, pech. Die plaat kwam er wel, daar twijfelden we niet aan. Ik ben blij dat we ons niet geforceerd hebben, dan was ik minder blij geweest met het resultaat.'

“Het is nu een diverse verzameling nummers', zegt Sjors. “Als we hem twee jaar geleden hadden gemaakt was hij eenvormiger geweest. We zijn ook gegroeid, de muziek die we nu maken voelt eigener dan wat we in het begin deden.'

“Wij zijn niet zo impulsief', zegt Peter. “We willen er helemaal achter staan. We waren niet tevreden genoeg over eerdere opnamen om ze uit te brengen.'

Het album is een verzameling van de beste nummers die Birdskin door de jaren heen maakte: sommige uit de begintijd, de meeste uit latere perioden. Alhoewel de oudere nummers niet uit de toon vallen, zijn ze voor Peter Duteweert duidelijk anders dan het recente werk. “Ik vind de nieuwe nummers vrijer ongedwongener. Voorheen lieten we ons leiden door het idee dat nummers live te spelen moesten zijn, dat hoeft niet meer. Je kunt nu nog meer horen dat we onze eigen gang gaan.'

“Wij zijn ook geen typische live-band', zegt Sjors. “In de oefenruimte zitten frobelen, daar zijn we het sterkst in.' Tijdens het spelen in de oefenruimte ontstaan zo nu en dan hele liedjes, maar vooral ook veel losse `stukjes', die uit een melodie en ritme bestaan.

Die kunnen de bouwstenen van nieuwe nummers vormen.

“Er zijn een paar dingen waar we altijd heel kritisch op zijn geweest', zegt Peter. “Als ze lijken op andere stukken, van onszelf of van een ander, dan gooien we ze weg. Hetzelfde geldt voor stukken die te gezocht of geforceerd klinken. We hebben nummers die bijna af zijn maar nooit opgenomen zijn, omdat er iets niet helemaal klopte. Weg ermee.'

De `stukjes' zijn de afgelopen jaren een belangrijker rol gaan spelen. Peter: “Als de zeggingskracht voldoende is, kan een nummer ook uit maar een thema bestaan. We hebben vaak geprobeerd mooie stukjes uit te bouwen tot een heel nummer, maar dat is heel moeilijk. Meestal kwamen we tot de conclusie: als stukje is het voldoende. Het zou er afbreuk aan doen om er iets anders voor of achter te zetten.'

De nummers van Birdskin hebben een melancholieke inslag, al zijn ze nergens overdreven triest. Zonder enig melodrama hebben de liedjes toch een sterke emotionele kracht. “Die melancholie heeft te maken met de Engelse new wave waar we begin jaren tachtig naar luisterden', zegt Peter, “in de tijd dat ons muzikale bewustzijn gevormd is. Groepen als Joy Division, The Fall, Swell Maps en Killing Joke. En later Amerikaanse groepen als The Minutemen en Dinosaur Jr.'

Het gevoel dat in de nummers zit wordt wat Peter betreft voornamelijk uitgedrukt door de muziek, niet door de teksten. “Ik hou van muziek met een sterke verbeeldingskracht, waardoor je als luisteraar meteen in een verhaaltje zit. Een instrumentaal nummer kan net zo goed zo'n verhaaltje vertellen. Het gaat niet om de tekst, ik luister nooit naar teksten en vind die van ons ook van ondergeschikt belang, maar om de melodie, die neemt je mee.

“Ik vind andere dingen van de zang belangrijk: de klank, de melodie, de lettergrepen, het ritme dat erin zit, maar waar het over gaat zal mij worst zijn. Ik ben geen singer/songwriter die iets wil vertellen, zo iemand heeft iets mee te delen, die spuwt dan vaak lappen teksten waar de muziek als begeleiding onder komt. Voor mij is het andersom: de tekst is niet meer dan een toevoeging aan de muziek. Ik kom er altijd mee aan als de muziek al klaar is.'

De titel van de cd, Basement, slaat op de oefenkelder waar de plaat grotendeels is opgenomen. “Ik hoop', zegt Peter, “dat als je de cd opzet, je het gevoel hebt dat je meekijkt bij een band in de oefenruimte - dat je de groep bijna kunt zien als je je ogen dichtdoet. Zoals je bij de films van Jim Jarmusch het gevoel hebt dat de camera toevallig aanwezig was bij de gebeurtenissen. Je wordt als luisteraar zelf onderdeel van wat je hoort. Als dat gebeurt, is de zeggingskracht het grootst.'