Flessen en potjes voor het voetlicht; Glastentoonstelling

Dankzij de inspanningen van directeur P.M. Cochius werd het Zuid-Hollandse stadje Leerdam aan het begin van deze eeuw op de wereldkaart gezet. Hij kreeg het lumineuze idee om vooraanstaande architecten, kunstenaars en vormgevers naar zijn toen nog onbekende glasfabriek te halen. Tot dan toe bestond de collectie van de `NV Glasfabriek Leerdam' uit eenvoudig geperst tafelglas, nagebootst naar buitenlands voorbeeld en niet van bijzondere kwaliteit.

Maar door architecten als De Bazel, Berlage en Frank Lloyd Wright te vragen gebruiks- en sierglas te ontwerpen, verwierf Cochius met zijn bedrijf internationale roem.

In het Nationaal Glasmuseum Leerdam aan de Linge, op een steenworp afstand van de glasfabriek die nu de naam Royal Leerdam draagt, is een overzichtstentoonstelling te zien van de 120-jarige geschiedenis van de Koninklijke fabriek. Het museum, gevestigd in de voormalige villa van Cochius, belicht enkele artistieke en commerciele successstories uit haar collectie. Dat betekent dat er niet alleen zeldzame topstukken te zien zijn, maar ook glasserviezen die vroeger in vele Hollandse huishoudens op de ontbijttafel stonden.

Het Neerlandia ontbijtservies uit 1939 is zo'n servies dat anoniem op de markt werd gebracht. Tijdens en net na de Tweede Wereldoorlog was het lichtgroene geribbelde glaswerk erg in trek en er moeten nog vele Neerlandia-botervloten en melkkannen in vakantiehuisjes en kampeerwagens rondzwerven.

Een ontwerper wiens naam onlosmakelijk aan die van de glasfabriek verbonden is, is Andries Copier. De nestor van de hedendaagse Nederlandse glaswereld werkte 55 jaar in de Leerdamse fabriek en zijn werk loopt als een rode draad door de tentoonstelling. Wellicht zonder het te weten heeft vrijwel iedereen in Nederland een Copier-ontwerp in huis. Het beroemde en veel geplagieerde Gildeglas, een strak wijnglas met een tulpvormige kelk op een slanke voet dat Copier omstreeks 1930 ontwierp is nog steeds in ongewijzigde vorm als massaproduct in elke winkel te koop. De vorm is zelfs zo herkenbaar dat ieder kind dat een wijnglas tekent, onbewust een Copier op papier zet.

Herkenbaar is ook Copiers Spijkerbolletje uit 1936, een bolvormig geblazen vaasje met een decoratie van opgesloten luchtbelletjes. Het nu wat ouderwets aandoende vaasje brengt je weer even terug in je kindertijd, veel opa's en oma's hadden vroeger zo'n glasbol in de vensterbank staan.

Gelijksoortige nostalgische gevoelens krijg je bij het zien van het Oranjevaasje, dat Copier in 1938 ontwierp ter gelegenheid van de geboorte van koningin Beatrix.

Terwijl de verzamelaar op `Successen van Leerdam' aan zijn trekken komt door de prachtige slanke vaas van Wright of het gele zeshoekige servies van Berlage, vormt de tentoonstelling voor de leek een feest van herkenning. Je krijgt haast zin om rommelmarkten af te struinen op zoek naar de Leerdam-producten die nog massaal in dozen op zolders moeten staan. En ook de doodgewone Grolsch beugelflessen, sausflessen van Calve of mosterdpotjes van Luycks in de koelkast bekijk je plotseling met heel andere ogen. Die staan in Leerdam netjes omgespoeld en prachtig belicht in een vitrine te pronken.

De meest recente glasvoorwerpen op de tentoonstelling zijn de `Plaza' wijnglazen met hoge blauwe voet uit 1996 van Siem van der Marel, de huidige huisontwerper van de glasfabriek. Deze zijn nu nog voor enkele guldens bij Blokker te koop, maar wie ze een jaar of vijftig ongebruikt in de kast laat staan, heeft in de volgende eeuw wellicht een verzamelaarsobject in huis.