FATBOY SLIM

Zelden heb ik een popnummer gehoord waarin het woord `fuck' zo vaak voorkomt als in Fatboy Slim's `Fucking In Heaven', een nummer op zijn tweede cd You've Come A Long Way, Baby. `Fatboy Slim is fucking in heaven', zegt een stem kalm, `fucking fucking fucking in heaven.' Die zinnen worden daarna nog tientallen keren herhaald, begeleid door een funky gitaar en een knapperige, opgewekte drumbeat.

Zo nu en dan wordt het ritme verrassend onderbroken met een raar geluidje, om de luisteraar/danser alert te houden. Het nummer is typisch voor Fatboy Slim (een pseudoniem van de Engelse muzikant/DJ Norman Cook): ook zijn zomerhit `The Rockafeller Skank' ('Right about now, the funk soul brother...') en zijn huidige single `Gangster Tripping' hebben een telkens herhaald pakkend zinnetje, een vrolijke beat en verrassende extra geluiden, zoals een venijnig reng-deng-dengende rock & roll-gitaar. Hij is een meester in het maken van onweerstaanbare, opwindende feestmuziek zonder enige diepere betekenis. `Bounce! Bounce! Bounce! Bounce!' roept een stem telkens in `Build It Up - Tear It Down'; je ziet de op en neer springende volle dansvloeren er in gedachten al bij. De kracht van Fatboy Slim is dat hij zijn liefde voor energieke northern soul, rock & roll en beat uit de jaren zestig, zwetende funk uit de jaren zeventig en hiphop en house uit de jaren tachtig en negentig overbrengt in een herkenbare, heerlijke eigen mengeling van die stijlen. Diepgang ontbreekt, en Fatboy Slim past vaak dezelfde trucjes toe, maar bij muziek die zo'n aanstekelijk plezier uitstraalt is zulke kritiek gezeur. `Fucking in heaven' slaat overigens op het triomfantelijke gevoel dat je als dj hebt bij het zien van een volle, uit zijn dak gaande zaal met dansende mensen.