Een gewoon drinkcafe

Het is hier al eerder opgemerkt: de grens tussen cafe en restaurant vervaagt. Er zijn nauwelijks meer cafe's waar je niet ook lamskoteletten, roodbaars of op z'n minst ingewikkelde borrelgarnituur kan krijgen. En omgekeerd verschijnen ook steeds meer eetgelegenheden waar, in een afgeschermd gedeelte, louter wordt geschonken. Er gloort hierdoor een grijs horeca-gebied van eetcafe's en drinkrestaurants.

Deze tendens vreet aan het aantal gewone lokalen die we, wegens de consequentie van de nomenclatuur, `drinkcafe's' zullen noemen. Nu zijn gewone drinkcafe's doorgaans bedompte neringen in al even muffe stadswijken, waar morsige gasten hun bier zitten dood te zwijgen. En als er dan een keer door de slechte muziek heen gesproken wordt, is het net een vergadering van de Bond voor het Vloeken - met hele lange rookpauzes.

Maar er zijn nog drinkcafe's waar je heel goed kunt komen. Waar het voor de neringdoende nog niet ter zake doet “hoeveel winstmarge je op je klanten pakt', zoals elders in de horeca meer en meer valt te beluisteren. Er zijn er in heel Nederland nog precies vier, had een kennis die het weten kan gezegd. En Cafe Billard Sligting was er daar een van. Wel bruin en onopgesmukt, maar lekker niks te eten. Lekker geen gokkasten, maar wel conversatie.

Sligting ligt op zo'n vijftig meter van de gemeentegrens met Haarlem. Hier heeft de tijd sinds de jaren dertig stilgestaan. Overveen is niet wat je noemt een muffe buurt. Het is met zijn statige bebouwing het decor waarin je een gemiddelde verzetsfilm opneemt. Strand en duinen zijn vlakbij en het dorp zelf heeft iets sympathieks, zoiets als een wintersportplaatsje in de herfst.

De naam van het cafe is ontleend aan voorheen de eigenaar C.J. - `Careltje' - Sligting, die volgens een bezoeker “iemand eruit zette als je kop hem niet aanstond.' Careltje is intussen ingewisseld voor stamgasten die vonden dat de kroeg in hun handen moest blijven en niet in die van horeca-makelaars. De elders in de horeca ingezette, onherstelbare modernisering - `design'-meubilair, computer-taps, contraprestatie-kunst en Boomerang-meuk - heeft hier gelukkig geen kans gekregen.

De twee biljarts uit de titel zijn antiek, de tafels zijn ook op gevorderde leeftijd en dat geldt op deze dinsdagavond tevens voor het barpersoneel en de schaarse klandizie.

Wie komen er zoal? Vroeger was dat met name personeel van het belendende marinehospitaal, maar sinds dat begin jaren negentig leeg kwam te staan, werd het rustig in het ruim bemeten lokaal. Behalve op vrijdagavond, dan schijnt het hier ramvol te zitten. Met figuranten uit Vrij Nederland's `Agnes': mensen die je bij het Amsterdamse cafe Welling aantreft, op de Deventer boekenmarkt of op Schiermonnikoog. Maar er wordt ook gefluisterd dat in Sligting op die avond de jachtgronden liggen van bemiddelde vrouwen uit de omgeving - wier man op zakenreis is.

Tot zover komt vooral de afwezigheid van horeca-poespas van dit cafe aardig over. Maar bij een nauwkeuriger inspectie van het interieur valt toch iets opmerkelijks op. In een verlichte kast tegen de achterwand hangen curieuze attributen gespijkerd: een gemummificeerde rat, een roestig stuk prikkeldraad, een al even roestig geweer, een kapotte Russische bierpul. Deze `archeologische' voorwerpen blijken bij navraag door vier stamgasten te zijn verzameld op de slagvelden van de Eerste Wereldoorlog en in het voormalige Oost-Duitsland. Ze hebben zich ter plekke laten vereeuwigen voor de achterblijvers aan de toog. Buiten het stamcafe is de slagveldbelangstelling kennelijk een grote gemene deler, maar over de grens lijkt de dorst telkens ook een Leitmotiv. Maar de foto's aan de hand waarvan we deze slotsom trekken, moet de lezer zelf maar gaan bekijken.

Sligting is kortom een innemend cafe, waar bovendien goed valt in te nemen. Wat die andere drie goeie cafes zijn, waarvan die ene kennis sprak, dat houden we nog even voor ons.