Dreiging van vele kanten; BEDRIJVEN

Bedrijven verlagen hun winstprognoses, banken waarschuwen hun beleggers. Hoe recessiebestendig is het Nederlandse bedrijfsleven? Hoe gaat het straks met Hoogovens, met de chemiesector, de uitzendbureaus?

EEN ECHTE RECESSIE is nog in geen velden of wegen te ontdekken, maar de trots van het Nederlandse bedrijfsleven heeft de stormbal al gehesen. Shell gaat op korte termijn vier hoofdkantoren sluiten. ING-dochter Barings ziet zich gedwongen om op korte termijn 1.200 banen te schrappen.

Ook concerns als ABN Amro, Philips, KLM en Hoogovens moesten de afgelopen weken hun winstprognoses verlagen en ze staan niet alleen. Uit een recente enquete onder middelgrote ondernemingen bleek dat bijna de helft ervan mindere tijden verwacht. Een jaar geleden leken de bomen nog tot in de hemel te groeien, nu lijken de tijden van massa-ontslagen en herstructureringen te herleven.

Het Nederlandse bedrijfsleven dreigt het slachtoffer te worden van zijn eigen succes. In de afgelopen jaren heeft het meer dan 100 miljard gulden uitgegeven aan - in de meeste gevallen buitenlandse - overnames. Samen met de traditionele openheid van de nationale economie zorgt dat ervoor dat geen buitenlandse crisis aan het Nederlandse bedrijfsleven voorbijgaat.

Dat juist solide banken als ING en ABN Amro de belegger zo vroeg moesten waarschuwen, mag een verrassing worden genoemd. Beide concerns dachten dat de gevolgen van de financiele crisis in Azie, Rusland en Latijns Amerika beperkt waren, maar geen van tweeen kan meer voldoen aan de eigen winstprognose. Dat Nederlandse bedrijven gestraft worden voor hun acquisities wordt misschien wel het best geillustreerd door ING, dat de Britse zakenbank Barings dit jaar diep in de rode cijfers ziet zakken. Een van de activiteiten van zo'n zakenbank is de financiele handel (valuta's, aandelen) voor eigen rekening. In goede tijden is het de slagroom op het taartje, in slechte tijden kan de financiele handel miljarden kosten.

Voor dit jaar schat ING de schade van Barings op zo'n anderhalf miljard gulden.

Bijkomend probleem voor de banken in Nederland is het lage renteniveau, waardoor de traditionele kredietverlening minder winstgevend is geworden. In goede en slechte tijden maken banken altijd winst door geld aan te trekken en vervolgens tegen een hogere rente uit te lenen maar van dit verschil is op het huidige lage renteniveau weinig meer over.

Zolang alleen de winstgroei tegenvalt, kampen de Nederlandse banken met een luxeprobleem. Wie echt moeten vrezen bij economische tegenwind zijn de producenten van bulkgoederen, traditioneel zeer afhankelijk van de wereldeconomie. Een voorbeeld daarvan is staalproducent Hoogovens, die alweer enkele weken uit de gratie ligt bij de beleggers. Maar ook KLM en Nedlloyd zijn niet meer dan aanbieders van een bulkproduct, te weten transport.

Het aandeel Hoogovens behaalde vorig jaar augustus een recordhoogte toen de koers 138,50 gulden bedroeg. Van dat bedrag is inmiddels niet meer dan 50 gulden over, terwijl het beursgemiddelde heel goed te vergelijken is met dat van vorig jaar augustus. Als het klopt dat de stemming op de beurs altijd een jaar voorloopt op de pieken en dalen van de reele economie, moet bij Hoogovens het ergste worden gevreesd.

Ook de aan Hoogovens gelieerde metaalsector is zeer gevoelig voor recessie. Niet voor niets voorspelde voorzitter A. Kraaijeveld van de metaalwerkgevers (FME) vorige week al dat zich in 1999 de eerste problemen in zijn branche zullen voordoen. “De metaalsector geeft altijd als eerste een goede indicatie van de economische situatie omdat metaalproducten aan de basis staan van bijna elke economische bezigheid.'

De teruglopende vraag naar metaalproducten is niet het enige probleem waar de sector de komende tijd mee zal worden geconfronteerd. “Door de valutadalingen in het Verre Oosten zien we steeds nieuwe, goedkoop werkende concurrenten ontstaan. Kijk bijvoorbeeld naar de scheepsnieuwbouw in Zuid-Korea', aldus Kraaijeveld, die de overheid nu al maant de metaalsector tijdig de helpende hand toe te steken.

Opvallend stil is het nog bij de chemiebedrijven, die vroeger bij de geringste economische tegenwind een verkoudheid opliepen. Door hun activiteiten in de farmacie (Organon van Akzo Nobel) of door de productie van halffabrikaten voor de farmaceutische industrie (Chemie Linz en Gist-brocades van DSM) proberen zij hun cyclische karakter te beperken. Ook wanneer de economische groei stokt, blijven mensen pillen slikken.

Een gevaar blijft echter recht overeind en dat is de gevoeligheid voor de dollar. Niet alleen worden de prijzen van bijvoorbeeld bulkplastics in dollars uitgedrukt, ook de concurrentie in de Verenigde Staten komt met een goedkope dollar in een zetel te zitten. “Een dollar van twee gulden is geweldig, een kwartje minder gaat nog, maar bij 1,50 gulden gaat het echt pijn doen', aldus bestuursvoorzitter S. de Bree van DSM. Ook voor Shell ligt de pijn voor een deel bij de lage dollar, waardoor een olievat extra goedkoop wordt.

Het is ook voor de automatiseringsfondsen niet te hopen dat de koersen van nu voorspellen hoe de economie er over een jaar bijstaat. Menig technologiefonds is de afgelopen maanden in waarde gehalveerd. Het slechtst is Baan eraan toe, dat sinds april 80 procent van zijn waarde heeft ingeleverd.

Het is duidelijk waarvoor de belegger bang is: bedrijven vrezen een lagere groei van de economie en als gevolg daarvan draaien zij hun automatiseringsinspanningen massaal terug.

Eerst waren de omvangrijke pakketten van Baan een mooie manier om zich direct voor de komst van de euro en het jaar 2000 voor te bereiden. Nu de wolken zich samenpakken, kiezen de bedrijven liever voor minder kostbare projecten om de eeuwwisseling door te komen.

Baan heeft al aangekondigd medewerkers te moeten ontslaan en saneringen zullen niet tot deze automatiseerder beperkt blijven. Ten opzichte van het buitenland heeft het Nederlandse bedrijfsleven een groot voordeel: door de inschakeling van grote aantallen uitzendkrachten beschikken de bedrijven over veel flexibele arbeidskrachten. Jaarlijks zijn er zo'n 800.000 mensen actief voor uitzendbureaus, nog eens zo'n zelfde aantal is via een tijdelijk contract actief. Geen leuk idee voor de uitzendbranche, maar de bedrijven beschikken hierdoor over een uitstekende buffer.