Doemstemming als exportartikel; PSYCHOLOGIE

Praten we onszelf een recessie aan? Kan gebeuren. Recessies ontstaan wel vaker in de hoofden van consumenten, fabrikanten en beleggers.

WANNEER KOOPT de burger een nieuwe auto, een groter huis, die design-bank die hij altijd al wilde hebben? Als hij zeker denkt te weten ook volgend jaar het inkomen te hebben van nu, of liefst nog wat meer. Wanneer investeert de ondernemer in een nieuwe productielijn, koopt hij extra voorraad in of neemt hij een kleinere concurrent over? Wanneer hij zeker denkt te weten in de toekomst meer producten af te zetten tegen een betere prijs. En wanneer geeft de bank die hypotheeklening van vijfmaal het jaarinkomen, dat plankrediet of die bedrijfsfinanciering? Als hij zeker denkt te weten dat zijn debiteur gedurende de looptijd kan terugbetalen en het onderpand zijn waarde houdt.

Zeker is natuurlijk niets. Het zijn de verwachting, de hoop en de ambitie die de economie gaande houden. Geen beloning zonder het nemen van risico's, en dat geldt zeker voor de economie zoals die in het Westen, en ook in Nederland, is ingericht. Verwachtingen spelen daarbij de hoofdrol. Als de economie als gunstig wordt beoordeeld, nemen mensen, bedrijven en banken risico's. Verwachten zij mindere tijden, dan neemt de risico-bereidheid af.

Zo bijten economie en psychologie elkaar in de staart. Toenemend vertrouwen zorgt voor toenemende economische groei, zorgt voor toenemend vertrouwen. En andersom: het wegvallen van vertrouwen schaadt de economie en dat zorgt voor een verder wegvallend vertrouwen.

Er zijn maatstaven voor dat vertrouwen. En in de regel lopen die maatstaven keurig voor op wat er vervolgens in de reele economie gebeurt. Om met de consument te beginnen: het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meet sinds begin jaren zeventig het consumentenvertrouwen. De `beoordeling van het economische klimaat' is psychologisch interessant.

Die beoordeling is een goede, voorlopende indicator van de economie. Maar hoe kan de burger weten hoe het er in de economie aan toegaat?

De berichtgeving in de media is een van zijn voornaamste bronnen. Dat is aardig te zien aan de lente van 1996. De ontslagen bij DAF werden breed uitgemeten en drukten de nationale stemming over de economie. Het faillissement van DAF had echter weinig te maken met het economische klimaat van destijds, dat juist gunstig was. Het vertrouwen gaf een vals signaal.

Het vertrouwen van producenten in de economie, dat ook door het CBS wordt gemeten, is eveneens een redelijk goede conjunctuurvoorspeller, maar hangt net als het consumentenvertrouwen sterk samen met de informatie die managers over de wereld om hen heen krijgen en met het verloop van de koersen.

De beurs zelf, de dagelijkse maatstaf voor het vertrouwen van beleggers, is ook een goede indicator voor het verloop van de conjunctuur. Vaak loopt de beurs een halfjaar tot een jaar vooruit op de reele economie, en dat is geen toeval. De koersen veren op en neer met winstprognoses.

Ook de beurskoersen geven soms valse signalen: in 1987 hing de beurskrach in het geheel niet samen met een naderende recessie. In de zomer van 1997 was het een kooppaniek van particuliere beleggers, die de koersen buiten proporties deed stijgen, een fenomeen dat later bekend werd als de campinghausse. Op dit moment zijn de koersen sinds juli zeer sterk gedaald en moet nog blijken of die reactie een juist signaal geeft over de economie.

Vraag is nu hoe het vertrouwen van consumenten, het vertrouwen van producenten en het vertrouwen van beleggers met elkaar samenhangen. Gedrieen bepalen zij het psychologische klimaat.

Daar komt de waarnemer terecht in een onontwarbare kluwen van cirkelgedrag, spiraalwerkingen en self-fulfilling prophecy's. De beste case study is wellicht het wankele psychologische klimaat van vandaag.

Dat de Azie-crisis, die sinds juli 1997 woedt de Nederlandse economie niet onberoerd laat, was al vroeg evident. Latijns Amerika, Rusland, bankstroppen en winstwaarschuwingen door bedrijven maken duidelijk dat de Nederlandse economie haar hoge groeitempo onder dergelijke internationale omstandigheden niet kan volhouden. Minder hoge export, tegenvallers bij buitenlandse dochterondernemingen en stroppen bij banken klinken door in de nationale economie.

Toch stamt het gevoel dat het economische klimaat daadwerkelijk verslechtert pas van de zomer van dit jaar. De vraag is hoe diep de dip van volgend jaar wordt, en dat hangt voor een belangrijk deel af van psychologie: hoe werkt de internationale financiele crisis in op de stemming van de consument?

Die consument luisterde naar twee signalen: die van de media en die van de beurs. Het algemene gevoel dat de crisis wel eens uit de hand zou kunnen lopen heeft de beurskoersen hard getroffen. Eenderde van alle Nederlandse gezinnen belegt. De omslag in het consumentenvertrouwen sinds de zomer gaat hand in hand met de daling van de beurskoersen sinds juli.

De media en de beurzen zijn vaak elkaars complement. Media laten zich in hun nieuwsselectie erg vaak door de beurskoersen leiden. Beurzen luisteren in deze onzekere tijden bijzonder goed naar de media. Specialisten die in de media aan het woord komen, zijn in de regel afkomstig uit de financiele sector. Een doemstemming kan zichzelf zo gemakkelijk versterken, net zo goed als een spiraal naar boven toe tot de zomer leidde tot torenhoge koersen.

Wat maakt nu dat er in Nederland, waar de economie ook dit jaar met 3,5 procent groeit, zich toch een bedrukte stemming ontwikkelt over de economie? De lingua franca van zowel de internationale economie als de internationale media is Engels. Vooral de berichtgeving over financiele en economische zaken wordt gedomineerd door Engelstalige kranten, persbureaus, zenders en informatiesystemen. Het gros van de Europese media heeft maar weinig mankracht over voor economische verslaggeving en neemt het nieuws en de analyses gemakkelijker over dan zelf tot fact finding en toetsing van de cijfers en beweringen over te gaan.

Topondernemers, bankiers, beleggers en ook veel beleidsmakers bij de overheid, die in de meningsvorming over de economie een voorname rol spelen, putten voor hun kennis en meningsvorming vaak direct uit de Engelstalige media. De globalisering van de financiele markten, met haar eenzijdige en ontembare kapitaalstromen, is op dit moment het gesprek van de dag. Voor de globalisering van de financiele berichtgeving, die de markten voedt en er zelf weer door wordt gevoed, is veel minder aandacht.

Nu wil het geval dat bezorgdheid over de conjunctuur in zowel Groot-Brittannie als de Verenigde Staten veel meer gerechtvaardigd is dan in West-Europa en Nederland. De kans is groot dat er volgend jaar een Britse recessie aankomt en ook in de Verenigde Staten worden de prognoses steeds somberder. Dat is logisch: beide landen lopen conjunctureel voor op het Europese vasteland en zijn simpelweg aan een groeipauze toe - Azie of niet. Resultaat is wel dat de doemstemming van dit moment niet alleen door internationale beleggers, maar ook door de openbare meningsvorming wordt geexporteerd naar het Europese vasteland.

De internationale financiele crisis die op de achtergrond woedt, versterkt het gevoel van lotsverbondenheid tussen de Westerse economieen: na Azie, Latijns Amerika en Rusland zijn wij nu allemaal aan de beurt.

Mocht die stemming uiteindelijk in het consumentenvertrouwen terechtkomen, dan kan zij zichzelf ook waarmaken. De consumentenbestedingen maken bijna tweederde uit van de vraagkant van de gemiddelde Westerse economie. Dalend vertrouwen geeft een stop op de bestedingsgroei, die daarmee de economische groei afremt.

Koopt de consument die design-bank toch maar niet? Stelt de ondernemer die investering toch nog even uit, en wordt de bank wat terughoudender met zijn kredieten? Met de onzekerheden van de internationale financiele crisis op de achtergrond is er een kans dat de psychologische factor de economische terugval volgend jaar diep maakt. Veel dieper dan de fundamentele kenmerken van de Nederlandse economie op dit moment rechtvaardigen.