De vluchtwegen zijn afgesloten; WERKLOOS

Wie nu werkloos wordt, is slechter af dan in de jaren tachtig. De uitkering is relatief lager en de eisen die aan de werkloze worden gesteld zijn hoger geworden.

WERKNEMERS ZULLEN berichten over een naderende recessie met schouderophalen begroeten, totdat ze worden ontslagen en een beroep moeten doen op de sociale zekerheid.

In de naoorlogse recessies hebben achtereenvolgende kabinetten keer op keer een aanleiding gezien om de sociale zekerheid verder te versoberen. Een werknemer had beter in de crisis van begin jaren tachtig werkloos kunnen worden dan in de voorbije jaren van hoogconjunctuur. Onder invloed immers van de recessie van bijna twintig jaar geleden zijn politici langzaam wakker geworden en kwamen ze tot de conclusie dat werkgevers en werknemers misbruik maakten van het sociale zekerheidsstelsel en dat `de markt' het hier en daar wel eens beter zou kunnen doen dan de overheid.

Wie vandaag werkloos wordt, moet allereerst zijn best doen om aan te tonen dat hij er niets aan kan doen dat hij op straat staat. Vervolgens wordt hij getrakteerd op een uitkering die verhoudingsgewijs flink lager is dan in 1982, het jaar dat zowel een topcrisisjaar was als een keerpunt omdat werkgevers, werknemers en politici de handen ineensloegen om de economische crisis het hoofd te bieden.

Wat hetzelfde is gebleven, is het uiterste redmiddel voor iedereen zonder werk: de bijstand. Op dit zogenoemde vangnet, of sluitstuk-van-het-stelsel, wordt nu veel eerder een beroep gedaan dan destijds. Dit komt doordat de WW en WAO steeds moeilijker kunnen worden gebruikt als een `uittreedroute' zoals die voorheen in grote harmonie werd benut door een werkgever en zijn werknemer. Vooral de WAO werd in het verleden als een vluchtweg gebruikt voor bedrijven die wilden inkrimpen.

Waar de eisen rondom WW en WAO strenger zijn geworden is de bijstand grosso modo hetzelfde gebleven.

Iedereen die rechtmatig in Nederland verblijft en niet in zijn bestaan kan voorzien, behoort een bijstandsuitkering te krijgen. Ook heeft de stijging van de netto-uitkering gelijke tred gehouden met de stijging van de prijzen. Dat moet ook wel, want bijstand is van oudsher net genoeg voor de hoogst noodzakelijke uitgaven, stelt het Nationaal instituut voor budgetvoorlichting, het Nibud. Van de uitkering blijft maandelijks hooguit veertig gulden over voor telefoon, krant of fiets.

Wat staat een werknemer te wachten als hij vandaag werkloos zou worden? Allereerst is belangrijk of iemand ontslagen is of ontslag heeft genomen. Bij de laatste categorie is het simpel: geen WW en rechtstreeks de bijstand in, met meestal een lagere uitkering. Dit in tegenstelling tot de jaren voor 1987 toen iemand die zelf ontslag nam nog twee jaar kon rekenen op

een uitkering ter hoogte van 75 procent van het laatst verdiende loon. Bij ontslag door de werkgever wordt veel strenger dan begin jaren tachtig gekeken naar de mate waarin de werknemer het ontslag aan zichzelf te wijten heeft. Is dat het geval dan kan de uitvoerder van de WW, bijvoorbeeld het GAK, besluiten een lager bedrag uit te keren. Of helemaal niets. Hetzelfde geldt als de nieuwe werkloze weigert een baan te accepteren die hem wordt aangeboden. Want om voor WW in aanmerking te komen moet de WW'er beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Daarom is inschrijving bij het arbeidsbureau verplicht.

Niet alleen wordt strenger gekeken naar de mate van verwijtbaarheid van het werkloos zijn ook het voorbije arbeidsverleden is veel belangrijker geworden om voor een WW-uitkering in aanmerking te komen. Als aan alle eisen is voldaan, volgt de teleurstelling, want de uitkering wordt voor een beperkte periode verstrekt.

Iemand die in zijn leven maar vier jaar heeft gewerkt krijgt een halfjaar WW voordat hij in de bijstand verdwijnt. Een arbeidsverleden van veertig jaar of meer is pas goed voor de maximale uitkeringsduur van vijf jaar.

En dan de uitkering zelf. Die is even hoog voor een werkloze die goed was voor een inkomen van een miljoen als voor iemand die 79.855,56 gulden verdiende. Ongeveer eenderde van de inkomens ligt boven deze grens voor de maximale WW- of WAO-uitkering.

Net zoals voor de WW geldt dat het heel wat meer voeten in de aarde heeft dan voorheen om in aanmerking te komen voor een WAO-uitkering. Dat zit hem vooral in de vraag hoe arbeidsongeschikt de aanvrager is. Dit werd voorheen nog gerelateerd aan diens opleiding, zijn vorige beroep en de situatie op de arbeidsmarkt waardoor elke recessie goed was voor een toenemend aantal WAO'ers.

Een pianist die twee vingers verloor door het vallen van de klep van zijn vleugel, kon destijds rekenen op een volledige arbeidsongeschiktheidsuitkering. Nu zal bepaald worden tot welk werk de pianist nog in staat is - ongeacht de vraag of dat werk voor hem beschikbaar is - en wordt daarop de arbeidsongeschiktheid en dus de hoogte van de WAO-uitkering gebaseerd.