CRISIS, 1973

In oktober 1973 werd Nederland getroffen door een Arabisch olie-embargo als straf voor zijn pro-Israelische houding tijdens de Oktoberoorlog. Op 6 oktober vielen Egyptische en Syrische troepen Israel aan in een poging de door Israel bezette gebieden te heroveren. In Nederland ontstond grote bezorgdheid door de berichten over de oorlog in het Midden-Oosten, zoals dat ook tijdens de oorlog van 1967 het geval was geweest. Israel moest geholpen worden.

Het net geinstalleerde kabinet-Den Uyl liet geen misverstand bestaan over zijn sympathieen. Drie dagen na het uitbreken van de oorlog stelde het dat Syrie en Egypte het initiatief hadden genomen tot vijandelijkheden en daarmee het sinds 1970 geldende bestand eenzijdig hadden verbroken. En Nederland liet het niet bij woorden; in het geheim werden munitie, reserve-onderdelen en wapens geleverd aan Israel. Het kabinet nam tal van maatregelen om het olieverbruik te verminderen. Er kwam een autoloze zondag, de gordijnen moesten dicht, benzine ging op de bon, en lichtreclame werd verboden.

Het kabinet reageerde op de conjuncturele inzinking op klassieke wijze. De bestedingen werden gestimuleerd: meer geld voor werkgelegenheidsprojecten en voor bedrijven in nood; het minimumloon en de sociale uitkeringen werden verhoogd. De economische groei kon zo redelijk op peil worden gehouden, pas in 1975 was sprake van een negatieve groei. De verhoging van de uitgaven kon mede worden gefinancierd door de stijgende aardgasbaten. In 1974 bedroeg de olieprijs, waaraan de prijs van aardgas is gekoppeld, twaalf dollar per vat, een paar jaar daarvoor moest voor een vat twee dollar worden betaald.

Foto's Spaarnestad