CRISIS, 1929

De Grote Krach had plaats op donderdag 24 oktober 1929. Black Thursday is de voorbode van de crisis van de jaren dertig. De New-Yorkse effectenbeurs op Wall Street stortte in. Toen de koersen eenmaal begonnen te dalen, omdat iedereen wegens een gebrek aan vertrouwen zijn aandelen van de hand deed, was er geen houden meer aan. Een internationale ramp was onafwendbaar. De economische ineenstorting leidde tot een ongekende groei van de werkloosheid.

In Nederland leidde de beurskrach van 1929 met enige vertraging tot een depressie. Pas in 1931 valt een kentering te constateren. In dat jaar verdubbelde de werkloosheid, terwijl de economische groei omsloeg in een daling van bijna vijf procent De werkloosheid steeg tot meer dan 15 procent van de beroepsbevolking; tegen 4 procent nu. De werkloosheid leidde tot schrijnende armoede door het ontbreken van een adequaat stelsel van sociale voorzieningen.

Er moest gestempeld worden voor een uitkering, het Amsterdamse bos werd aangelegd als vorm van werkverschaffing, en de professor werd conducteur op de tram.