Bondgenoten willen ingrijpen in Congo; Vrees voor escalatie strijd

De militaire bondgenoten van de Congolese president Kabila (Zimbabwe, Angola en Namibie) hebben besloten een tegenoffensief in te zetten tegen de rebellen die het oosten van Congo in handen hebben.

Dat heeft president Mugabe van Zimbabwe gisteren in de Zimbabweaanse hoofdstad Harare gezegd, waar de regeringsleiders van de drie landen en een gezant van Kabila overleg pleegden.

“We zullen niet accepteren dat Congo in handen valt van diegenen die het binnengevallen zijn', aldus Mugabe.

Omdat Rwanda en Oeganda hun ondersteunende troepen niet uit Oost-Congo hebben teruggetrokken en zich niet aan het staakt-het-vuren houden, is volgens Mugabe militair optreden noodzakelijk. De Zimbabweaanse president gaf toe dat een ingrijpen in het zeer ontoegankelijke, met tropisch regenwoud bedekte Oost-Congo langdurig, moeizaam en kostbaar kan zijn.

Niet bekend

De Congolese opstandelingen vechten in het oosten van het land sinds begin augustus tegen de in mei vorig jaar aangetreden president Laurent Kabila. Vorige week veroverden zij opnieuw de strategische stad Kindu, wat een de facto afscheiding van de rest van Congo impliceert.

Om dit te voorkomen, willen Zimbabwe, Angola en Namibie nu ingrijpen. Het oosten van Congo staat bekend om zijn grote natuurlijke rijkdommen aan diamant, koper en goud.

Een van de Congolese rebellenleiders, Arthur Z'ahidi Ngoma, waarschuwde de bondgenoten van Kabila: “Zij [Zimbabwe, Angola en Namibie] behoren te weten dat ze onze strijd niet kunnen stoppen. Het zal een lange oorlog worden.'

Het besluit voor een nieuwe militaire interventie komt twee dagen nadat de rebellen zestien in Congo gelegerde Zimbabweaanse soldaten gevangen hebben genomen.

Zimbabwe heeft drieduizend soldaten in Congo. Er werd al eerder geintervenieerd door Zimbabwe en Angola om een opmars van de rebellen naar de in het westen gelegen Congolese hoofdstad, Kinshasa, tegen te houden.

Toen negen dagen geleden Kindu veroverd werd door de rebellen waren Zimbabwe en Angola de grote afwezigen. De inname van Kindu betekende een tegenslag voor de regering: van hieruit wilde Kabila het al weken aangekondigde tegenoffensief laten plaatshebben.

Kabila heeft tot nu toe geweigerd te onderhandelen met de opstandelingen en beschuldigt Rwanda en Oeganda ervan de drijvende kracht te zijn achter de huidige rebellie. Een vredesinitiatief van de Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE), alsmede bemiddeling van de Zuid-Afrikaanse president Mandela, is tot nu toe op niets uitgelopen.

Volgens militair analisten hebben Kabila's bondgenoten ten minste 20.000 soldaten nodig om de rebellen te kunnen verslaan. Maar dan wordt nog nauwelijks rekening gehouden met de ontoegankelijke jungle in Oost-Congo, die een enorme barricade vormt. Over de militaire kracht van Zimbabwe bestaat nogal wat twijfel. De Zimbabweaanse strijdkrachten kampen met geldgebrek en een tekort aan oefening.

In mei van dit jaar maakte een parlementair onderzoek gewag van de deplorabele toestand van het Zimbabweaanse leger. Angola daarentegen beschikt, na Zuid-Afrika, over de best uigeruste strijdkrachten van de regio. Een punt van zwakte is echter de inzetbaarheid: slechts 15.000 van de 100.000 soldaten zouden gevechtsklaar zijn.

Aan de andere kant is de militaire macht van Oeganda en Rwanda, die de rebellen steunen, ook niet overweldigend. Rwanda beschikt nauwelijks over zwaar materiaal en moet het meer hebben van lichte, maar moderne wapens, terwijl Oeganda's leger geplaagd wordt door een laag moreel.

(Reuters, AFP, AP)