Blankert: `Van hard werken krijg je geen stress'; Werkgeversvoorzitter hekelt hogere looneisen vakbond

Werkgeversvoorzitter Blankert vreest een economische neergang en vindt een loonstijging van rond de twee procent meer dan genoeg. Ondanks de hoge werkdruk. “Van hard werken krijg je geen stress.'

De lakmoesproef voor het poldermodel is aanstaande. Het innige overleg van de sociale partners kantelt naar een ouderwets loonconflict. Bij de onderhandelingen volgend jaar over collectieve arbeidsovereenkomsten zullen de werknemers een loonsverhoging eisen van 3,5 procent. De werkgevers willen niet verder gaan dan zo'n twee procent.

De voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW, H. Blankert, kon een lach niet onderdrukken toen hij de argumentatie zag van de looneis van de FNV. “Ze berekenen met hun eigen formule een looneis, komen tot de conclusie dat de uitkomst van die som te laag is en gooien er nog een procent bovenop.'

Gisteren presenteerde VNO-NCW haar visie op de komende CAO-onderhandelingen. Die behoren niet alleen te gaan over de lonen, maar ook over werkdruk, knellende arbeidsmarkten en het fenomeen CAO zelf. Volgens Blankert zullen collectieve arbeidsovereenkomsten steeds dunner worden, omdat de werkgever per werknemer onderhandelt over diens arbeidsvoorwaarden. Dus ook over zijn loon.

Wat u betreft stijgen die lonen volgend jaar met rond de twee procent. De werknemers werpen tegen dat de lonen jarenlang zijn gematigd en dat, net nu ze daar de vruchten van kunnen plukken, een economische neergang dreigt. Dan is hun looneis van 3,5 procent toch zeer begrijpelijk?

“Die redenering vind ik wat flauw. Werknemers hebben arbeidsduurverkorting voor hun loonmatiging gekregen. Ze hebben geen achterstand opgelopen, ze hebben de groei in wat andere dingen dan hoger loon vertaald gezien. Korter werken, betere pensioenregeling, meer vrije dagen, da's toch ook loon? Er is een beeld ontstaan dat het dit jaar nog goed gaat, dus laten we het nu maar pakken, want wie weet wat er in de toekomst gebeurt.

Maar die boterham is nu al niet meer zo dik belegd. De marktsector kunnen we daarvan nog wel overtuigen, maar waar ik me zorgen over maak is de collectieve sector. Ik zie bijvoorbeeld de leraren komen met allerlei grafieken waaruit zou blijken dat hun lonen achtergebleven zijn bij die in het bedrijfsleven. Maar dan zeg ik: vergelijk jullie vijftig vakantiedagen met de vijfentwintig in het bedrijfsleven. Da's ook loon. Ambtenaren kijken alleen naar de markt als het gaat om de loonstijging en dan zien ze waarschijnlijk ook nog alleen de hoogste loonstijging van alle CAO's die zijn afgesloten. `Daar hebben we recht op', zeggen ze dan.

“Als de politiek dat niet verandert, voorspel ik grote ellende in de collectieve lastendruk, want dat gaan we dus betalen. Daarmee krijgen we een extra klap in ons nek, nadat nu ook alweer blijkt dat de sociale fondsen hun premies moeten verhogen om hun tekorten weg te werken.'

Kunnen werkgevers die op knellende arbeidsmarkten opereren zich nog wel beheersen als het om de toe te kennen loonstijging gaat?

“Die knelpunten zijn tijdelijk en de extra beloning, bijvoorbeeld in de vorm van een auto, winstdeling of bonussen, moet dan ook tijdelijk zijn. Waarom zou je daar niet met arbeidsmarkttoeslagen werken, waarbij bovenop de afgesproken loonstijging tijdelijk, zeg, tien procent komt omdat die mensen zo moeilijk te krijgen zijn? Op het moment dat die arbeidsmarkt ontspant, verdwijnt de toeslag. Meeademen met ontwikkelingen, heet dat.'

De vakbonden wijzen bij hun looneis ook naar de toegenomen werkdruk. Is dat voor de werkgevers ook zo'n heet hangijzer?

“De arbeidsproductiviteit is hoog in Nederland. De vakbeweging zegt dan dat de mensen te hard moeten werken en schuift dat vervolgens ons in de schoenen.

Dat bestrijd ik. De arbeidsproductiviteit is hoger omdat de factor arbeid goedkoper is geworden en de juiste investeringen zijn gepleegd. Niet dat de mensen harder of langer zijn gaan werken, integendeel. Van hard werken krijg je dan ook geen stress en stress is geen ziekte.

“Als stress voortvloeit uit de werksituatie, dan willen we daar met de werknemers en met arbodiensten iets aan doen. Maar voor het overgrote deel zijn het andere factoren die de stress verhogen. Er komen bijvoorbeeld nu mensen in financiele problemen, en dus in de stress, omdat ze met de overwaarde van hun huis hebben gegokt op de beurs. Dat heeft natuurlijk geen bal met het werk te maken. Ander voorbeeld: de partners die samen zitten met de zorg en opvang voor de kinderen. Kind ziek, iedereen stressy, maar heeft ook niets met het werk te maken. De toegenomen vrije tijd wordt voor honderdtwintig procent ingevuld en dan hoef je alleen nog maar te wachten tot het mis gaat.'

U spreekt van een decentralisatie van de arbeidsvoorwaardenvorming. Bestaan de CAO's straks nog maar uit twee A4-tjes?

“In extreme gevallen wel, denk ik. In Nederland moet alles van overheidswege tot in detail geregeld zijn, terwijl wij als werkgevers zeggen: `joh, schei daar nou eens een keer uit'. Het is belachelijk wat wij allemaal willen bepalen voor de mensen. Op CAO-niveau moeten we vastleggen dat iets geregeld dient te worden. Hoe het dan wordt geregeld bepaal je op bedrijfs- of individueel niveau. Neem de opleidingen: je kunt in een CAO aangeven dat daarvoor tijd moet worden vrijgemaakt. Hoe het dan wordt ingevuld is aan het individu.'

Zorgen al die verschillende persoonlijke arrangementen niet voor onrust op de werkvloer? Een werknemer zonder onderhandelingstalent doet hetzelfde werk als iemand die veel betere arbeidsvoorwaarden uit zijn onderhandelingen heeft weten te slepen.

“Dat vind ik zo typisch Hollands, dat we allemaal zo'n beetje in dezelfde bandbreedte willen zitten. Het verbaast me als ik zie hoeveel bedrijven nog aanvragen of onderzoek doen naar functieclassificatiesystemen en dus kennelijk die ordening willen hebben om, inderdaad, rust te creeren. Ik vind die verschillen geen probleem. De basics zijn er voor iedereen: oudedagsvoorziening, ziekteopvang en dergelijke. Waar we het nu over hebben, zijn de extra's en de variatie daarin. Ik denk dat we eraan moeten wennen dat die individualisering zich ook voltrekt op het gebied van arbeidsvoorwaarden. We rijden toch ook niet allemaal in dezelfde auto?'