Bijna 2.500 werknemers weg bij Rover; Spoedoverleg overheid

De grootste autofabriek van het Verenigd Koninkrijk, de vestiging van Rover in Longbridge bij Birmingham, moet van de Duitse eigenaar BMW 2.400 mensen ontslaan om te voorkomen dat de hele fabriek met 18.000 werknemers dicht moet.

Dat hebben de vakbonden gisteren bekendgemaakt na gesprekken met de leiding van de fabriek, die vier jaar geleden is overgenomen door het Duitse BMW. Rover heeft juist een nieuw model gelanceerd, de Rover 75, waarin 700 miljoen pond is geinvesteerd, maar kampt met exportproblemen door het dure pond, met lage productiviteit en met een imago-probleem onder Britse consumenten.

Vandaag is er spoedoverleg tussen de Rover-leiding, BMW en de Britse minister van Handel en Industrie, Peter Mandelson. Die liet gisteren al weten dat de overheid geen geld voor een reddingsactie beschikbaar stelt.

De aangekondigde ontslagen bij Rover volgen op een golf van bedrijfssluitingen in het noorden van Engeland, vooral in de hightech-sector. De kwestie-Rover was gistermiddag in het Lagerhuis aanleiding voor een ongebruikelijk bitter en persoonlijk debat over de staat van de nationale economie tussen Labour-premier Tony Blair en William Hague, de leider van de Conservatieven.

De “zelfgenoegzame' Blair heeft oogkleppen voor de neergang van de economie, zei Hague tijdens zijn eerste openbare treffen met Blair na het zomerreces. De premier geeft de schuld van de huidige verliezen aan ondernemingen of de wereldeconomie maar weigert maatregelen te laten nemen om hun last te verlichten. In de huidige begroting zit volgens hem “een zwart gat' van 36 miljard pond (112 miljard gulden).

Blair noemde Hague's argumenten op zijn beurt “idiote hysterie'. Volgens hem stijgt de werkgelegenheid als geheel, ook in de auto-industrie, en is de Britse economie fundamenteel gezond. Zelfs bij gematigde groei door de financiele crisis in de wereld komt de begroting nog rond. “Het zwarte gat zit op de plek waar vroeger de hersens van de Conservatieven zaten', aldus Blair.

De premier moest zich in het Lagerhuis ook verantwoorden voor uitspraken van Eddie George, gouverneur van de Bank of England, de Britse centrale bank. George zou eerder die dag hebben gezegd dat de werkloosheid in het noorden de prijs is “die nu eenmaal betaald moet worden om de inflatie in het zuiden laag te houden'.

George maakte een klassieke vergissing door een suggestieve vraag van een journalist bevestigend te beantwoorden en de vraag vervolgens als zijn eigen woorden te zien afgedrukt.

Blairs verdediging dat de woorden van de gouverneur - voor wiens beleid de regering formeel geen verantwoordelijkheid meer draagt - “uit hun verband waren gerukt', maakte geen indruk op enkele Labour-parlementariers, die eisten dat George zijn woorden zou terugnemen of moest aftreden.