AZIE

Na de financiele crisis van vorig jaar zijn de Aziatische landen van krachtige tijgers veranderd in aangeschoten wild. Japan, dat een kwart tot eenderde uitmaakt van de Aziatische economie, is het best te vergelijken met een luiaard. Ondanks de zeer lage rente en dalende prijzen neemt de binnenlandse vraag in Japan af. Herstel lijkt nog niet nabij. Voor dit jaar verwacht het IMF een krimp van de economie van 2,5 procent. Voor 1999 wordt een groei verwacht van 0,5 procent, maar dat zou gemakkelijk lager kunnen worden.

Doordat de koersen van de Aziatische munten zijn gedaald, is de export toegenomen - behalve van Hongkong, dat functioneert als een voorpost van China. Maar omdat de Aziatische landen voor het grootste deel naar elkaar exporteren, kan groei hiervan geen impuls geven aan de Aziatische economie als geheel.

Daarvoor moet de binnenlandse vraag gestimuleerd worden. Dit zal, zeker op korte termijn, ten gunste komen van de economische ontwikkeling in het Westen. Er zijn dan immers meer exportmogelijkheden.

Maar wellicht het belangrijkste is de noodzakelijke sanering van het Aziatische financiele systeem. Japanse banken hebben enorme ongedekte kredieten uitstaan, die zijn ontstaan tijdens de `luchtbeleconomie' van de jaren tachtig. De innige samenwerking tussen banken, bedrijven en politiek is de fundamentele oorzaak van deze financiele impasse. Alleen een drastische verandering van het Japanse economisch-politieke systeem kan leiden tot een gezond bancair systeem. Vooralsnog lijkt dit nog niet te gebeuren.