Spanjes `superrechter'; Baltasar Garzon

Eigenlijk was het slechts een kwestie van tijd dat na Spanje ook de rest van de wereld kennis maakte met Baltasar Garzon. Als charismatisch onderzoeksrechter aan het Madrileense Gerechtshof trekt Garzon al meer dan tien jaar de aandacht door een imposante hoeveelheid zaken naar zich

toe te trekken. Spanjes `superrechter' Garzon schroomt daarbij niet ook de corrupte wortels van de macht aan te pakken, als het moet ook over de

grenzen. Zoals nu de Chileense ex-dictator Augusto Pinochet ondervindt.

Herhaaldelijk werd de vrees uitgesproken dat het leven van de onderzoeksrechter gevaar liep: de vijanden die Garzon door de jaren heen

verzamelde zijn machtig en bovendien talrijk als gevolg van de werkdrift

van deze ambitieuze jurist. Groothandelaren in narcotica, terroristen van de ETA en uitvoerders van de `vuile oorlog': er bestaat een spectaculair

leger van criminelen die zijn bloed wel kunnen drinken. In navolging van

zijn Italiaanse ex-collega's Falcone en Di Pietro mag Garzon zich bovendien graag begeven op het terrein van politieke criminaliteit. Ooit maakte Garzon deel uit van een groepje progressieve juristen met de

ambitie de bezem te halen door Spanjes verkalkte rechtssysteem, dat niet

alleen bevolkt wordt door extreem trage en niet altijd even competente rechters, maar ook wordt geplaagd door vergaande politieke bemoeienis. Dat lijkt de onderzoeksrechter aardig te lukken. Garzons grootste zaak tot dusver was de GAL-affaire, genoemd naar de doodseskaders die in de jaren tachtig 26 vermeende terroristen van de Baskische afscheidingsbeweging ETA ombrachten. Dankzij het speurwerk van Garzon zuchten sinds kort voormalig minister van Binnenlandse Zaken Jose Barrionuevo en diens ex-staatssecretaris van Staatsveiligheid, Rafael Vera, in de gevangenis. Het is niet overdreven te stellen dat het onderzoek van Garzon de doodsteek toebracht aan veertien jaar socialistisch premierschap van Felipe Gonzalez.

De affaire van de doodseskaders is veelzeggend voor Garzon, omdat ze eveneens de zwakke kanten in zijn karakter en werkwijze blootlegt. Hij mag dan worden gedreven door een compromisloos streven naar rechtvaardigheid, enige ijdelheid is Garzon niet vreemd. Ook lijkt de jurist niet vies van machtspoker.

Hij verliet immers in 1993 de magistratuur om als onafhankelijke stemmentrekker bij de verkiezingen hoog op de lijst van de socialisten van Gonzalez te gaan staan.. Een jaar later keerde hij met veel kabaal de politiek de rug toe om zijn werk als onderzoeksrechter weer op te pakken. In socialistische kring ging de roddel dat Garzon de pest in had dat hij geen ministerschap had gekregen. Zelf liet de jurist uitlekken dat Gonzalez hem als speciaal afgevaardigde voor drugszaken nauwelijks serieus nam.

Dat heeft de vroegere socialistische leider geweten, want net terug op zijn oude post begon Garzon de GAL-affaire verder uit te spitten. Hij bracht een aantal politici in de cel met wie hij kort daarvoor nog broederlijk op de kieslijst had gestaan. Garzon kan nog steeds op een grote populariteit rekenen. De rechter houdt van voetbal en poezie en is bovendien nogal eens op een universiteit te vinden om een congres toe te spreken. Jongensachtig en toch goed in het pak: zo mag modern Spanje zichzelf graag zien. En als het dossier Pinochet dit maal niet de slordigheden bevat van haastwerk en onderbezetting euvels die Garzon in het verleden nog wel eens parten speelden, dan moet

de ex-dictator flink op zijn tellen passen.