Overheid neemt meerderheid in elektriciteitsnet

De rijksoverheid krijgt een meerderheidsbelang van 50 procent plus een aandeel in het landelijk bedrijf voor transport van elektriciteit.

De vier regionale stroomproductiebedrijven, die nu samen eigenaar van het hoogspanningsnet zijn, hebben hiermee ingestemd in ruil voor toestemming van de overheid voor een speciale heffing op het transport van elektriciteit. Met de opbrengst daarvan kunnen ze binnen enkele jaren een miljardenbedrag aan onrendabele investeringen uit het verleden , compenseren.

Dat staat volgens Economische Zaken in een `Overeenkomst op hoofdlijnen' tussen minister Jorritsma en de stroomsector. Naar verwachting zal de minister de Tweede Kamer volgende week in een brief gedetailleerd informeren.

De precieze hoogte van de heffing op stroomtransport zal afhangen van de ontwikkeling van de elektriciteitsprijzen. Minister Jorritsma en de stroomproducenten verwachten een daling van de gemiddelde prijs als gevolg van de liberalisering van de Europese energiemarkt. Van die daling zal “hooguit een deel, ik schat een kwart tot een derde, worden teruggehaald via een heffing (...)', zei Jorritsma vorige week in de Tweede Kamer bij

de behandeling van haar begroting voor 1999.

De stroomproducenten zijn nu nog nutsbedrijven in handen van overheden, die zich in de vrije energiemarkt moeten ontwikkelen tot commerciele ondernemingen. Dat vergt

drastische reorganisatie en kostenbesparing. Ze hebben de heffing nodig om met een schone lei te beginnen.

Jorritsma noemde in de Tweede Kamer als voorbeelden van mede door de overheid gevraagde onrendabele investeringen uit het verleden de kolenvergasser in het Limburgse Buggenum en een aantal stadsverwarmingsprojecten. Daar komt een nog aan te leggen

kabelverbinding voor de import van Noorse elektriciteit uit waterkracht bij.

Als de prijs voor de goedkoopste stroom die wordt gemaakt door centrales die constant draaien onder de 7 cent per kilowattuur zakt, wil

de minister de nieuwe heffing ook gebruiken om de kosten van te dure importcontracten voor brandstof op te vangen.