Kritiek raakt het hart van plannen Schroder

De belastingplannen van aanstaand bondskanselier Gerhard Schroder hebben veel kritiek uitgelokt. Ook aanstaand minister van Financien Lafontaine mot het ontgelden.

Werk, werk, werk, is het credo van de toekomstige Duitse kanselier Gerhard Schroder (SPD). Zijn belangrijkste doel is de hoge werkloosheid van ruim vier miljoen te verminderen. Maar met de voorgestelde belastingplannen van de rood-groene coalitie wordt niet de weg ingeslagen naar meer groei en meer banen, blijkt uit het herfstrapport van de zes toonaangevende economische instituten in Duitsland.

Volgens de instituten, die gisteren in Bonn hun rapport presenteerden, leidt alleen een “grondige hervorming' van het Duitse belastingsysteem tot meer economische dynamiek en werkgelegenheid. In dat geval zullen de belastingen voor het bedrijfsleven en de burgers “in een keer' beduidend moeten dalen.

De voorgestelde belastingplannen van de regering van SPD en Groenen zijn naar het oordeel van de economische experts veel te gering. Volgens de plannen zullen de tarieven de komende

vier jaar getrapt dalen, zodat pas in 2002 een lastenverlichting van 10 miljard mark wordt bereikt. Het toptarief voor de inkomstenbelasting zal

over vier jaar zijn verminderd van 53 naar 48,5 procent; de vennootschapsbelasting van 45 tot 35 procent.

Dat is naar de mening van de instituten veel te weinig en het duurt veel te lang. Economisch gezien is er ruimte voor een ontlasting van 20 tot 30 miljard

mark, stellen de economen vast. De nieuwe regering zou zich naar de mening van de specialisten minder moeten laten leiden door het principe van herverdeling en zich meer voor de dynamiek van de economie moeten inzetten. De coalitie heeft zich geconcentreerd op de modale verdiener met kinderen, die geholpen moet worden met verhoging van de kinderbijslag. Ook kritiseren de instituten het terugdraaien van de pensioenhervorming van de regering-Kohl.

Alleen al deze maatregelen kosten 7 miljard mark, waardoor er minder mogelijkheden zijn om arbeid en kapitaal te ontlasten ten gunste van groei en werkgelegenheid, schrijven de experts.

De zes instituten hebben de belastingplannen gewogen en te licht bevonden. De sociaal-democraten en Groenen zouden er wijs aan doen de kritiek niet te snel naast zich neer te leggen. Van `neo-liberalisme' kunnen de instituten nauwelijks worden beticht omdat de instellingen van gemengde politieke en economische pluimage zijn. Belangrijk is in dit verband de constatering, dat er voldoende financiele speelruimte in de begroting is voor een brede belastingverlaging. De instituten stellen vast, dat de financiele situatie van de overheid beter is, “dan in de tegenwoordige discussie wordt beweerd'. Het overheidstekort ligt ver onder het criterium van 3 procent, dat volgens het Verdrag van Maastricht is toegestaan, zodat het mogelijk is een belastingverlaging te financieren waarvan alle burgers en bedrijven kunnen profiteren. Daarnaast ontbreekt het de regering volgens de economen aan moed om serieus het mes te zetten in het woud van aftrekposten.

Ook wijzen de instituten erop, dat de gematigde loonpolitiek van de afgelopen twee jaar en de flexibilisering van de werktijden waardoor korter en langer gewerkt kan worden, hebben bijgedragen aan de recente uitbreiding van de werkgelegenheid. De werkloosheid is weliswaar nog hoog 4,4 miljoen in 1997 en dit jaar naar verwachting 4,3 miljoen maar het aantrekken van de Duitse economie heeft “de arbeidsmarkt onmiskenbaar bereikt', stellen de economen vast. Het aantal werklozen is (voor het seizoen gecorrigeerd) dit jaar gedaald met 325.000.

Helaas is alleen nog in West-Duitsland van een conjunctureel keerpunt te spreken op de arbeidsmarkt. In Oost-Duitsland is het aantal werklozen uitsluitend teruggelopen door meer `arbeidsmarktpolitieke' maatregelen ofwel door vergroting van het aantal gesubsidieerde banen.

De instituten noemen de recente geluiden uit de vakbeweging om loonsverhogingen en volle uitbetaling van de inflatie en produktiviteitsstijging derhalve verontrustend. Gedoeld wordt onder meer op de looneisen van IG Metall van 6,5 procent en van de bonden voor overheidspersoneel.

Volgens “de mening van de meerderheid van de instituten wordt met het opgeven van de

huidige loonpolitiek een verkeerde weg ingeslagen'. Als ook gelijktijdig

de hervormingen van de afgelopen jaren zoals de vermindering van het ziekengeld, de versoepeling van het ontslagrecht en de pensioenhervorming worden teruggedraaid, zal de bereidheid van ondernemers te investeren en

mensen aan te nemen “duidelijk verminderen'.

Met deze cruciale passage raken de experts het hart van het financiele en economische beleid, dat toekomstig minister van Financien Oskar Lafontaine wil voeren. De SPD-partijvoorzitter en natuurkundige Lafontaine is een ouderwetse keynesiaan. Net als de bonden, verkondigt ook Lafontaine het `einde van de bescheidenheid' in de loonpolitiek.

Hogere salarissen zijn volgens hem nodig om de binnenlandse vraag aan te wakkeren; verhoging van de schuldenlast kan evenmin kwaad. De belastingplannen, waarin de aanbodkant van de economie taboe wordt verklaard, dragen eveneens Lafontaines handschrift.

De instituten wijzen Lafontaine er in hun rapport fijntjes op dat herverdelen tot het verleden behoort.

Maar of de toekomstige minister hun economische lessen ter harte neemt? Een van de zes instituten was het niet met deze conclusie eens: het Deutsche

Institut fur Wirtschaftsforschung (DIW) van Heiner Flassbeck. Hij is de belangrijkste economische adviseur van Lafontaine en wordt zijn nieuwe staatssecretaris.