Enig cynisme past bij discussie over krijgsmacht

Minister F. de Grave (Defensie) wil een “brede maatschappelijke discussie' voeren over de toekomst van de krijgsmacht. Maar waar moet precies over worden gedebatteerd?

Frank de Grave vond het zelf “zo'n beladen woord'. Het was een journalist van het Radio 1-journaal die de minister van Defensie de term

afgelopen zondag in de mond legde. Toch zijn De Grave's plannen voor een

“brede maatschappelijke discussie' over de toekomst van de krijgsmacht reeel, zo verzekert een woordvoerder van de minister.

“In het regeerakkoord is afgesproken dat er in 2000 een nieuwe Defensienota komt. In januari verschijnt de Hoofdlijnennotitie, waarin de minister een eerste aanzet voor die nota geeft. Het is de bedoeling dat na het verschijnen van de notitie een brede maatschappelijke discussie plaatsvindt, waaraan

niet alleen de traditionele gesprekspartners, maar ook kerkelijke organisaties, werkgevers en huisvrouwen kunnen deelnemen.'

Hoe die discussie op poten gezet moet worden is echter nog niet helemaal duidelijk. Waar zij precies over moet gaan evenmin. “We hebben nog geen

specifieke vraagstellingen geformuleerd', vertelt de woordvoerder. “Het

moet een discussie binnen een zo breed mogelijk kader worden. We willen niet dat de uitkomst al van tevoren vaststaat.'

Het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) is enthousiast, zo bleek uit een persbericht dat de vakbond een dag na de radio-uitzending rondstuurde. Vice-voorzitter Doekle Terpstra: “Het CNV neemt de handschoen van de minister graag op.

Onze defensiepoot ACOM roept al jaren dat het tijd is voor een herbezinning. De nieuwe bezuinigingen leggen weer een groot beslag op de

krijgsmacht. Het is zo langzamerhand onduidelijkheid troef binnen defensieland. Werknemers binnen de organisatie zijn het spuugzat.' “Volgens mij wil De Grave vooral een draagvlak creeren voor de bezuinigingen die hij moet doorvoeren', zegt Tweede-Kamerlid Cees van

der Knaap (CDA).

“We moeten de discussie starten zonder het uitgangspunt dat er in ieder geval gekort gaat worden op het defensie-apparaat. Er is al afgesproken dat de krijgsmacht jaarlijks 375

miljoen moet besparen. Maar vinden we het essentieel dat Nederland een substantiele bijdrage blijft leveren aan vredesoperaties, en zo ja welke financiele inspanningen zijn we bereid daarvoor te leveren? Dat zou de inzet van de discussie moeten zijn. Nu ben ik bang dat we van tevoren in

het keurslijf van nieuwe bezuinigingen worden gedwongen.'

Maar Mient-Jan Faber, secretaris van het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV) dicht De Grave heel andere motieven toe: “De minister wil een einde maken aan de voortdurende aanslagen op zijn budget. Maar het zou ook wel eens verkeerd uit kunnen pakken voor defensie. Voor het lidmaatschap van de NAVO is altijd veel support geweest, maar tegen de bezuinigingen op defensie is nog nooit geprotesteerd.'

Wat Faber betreft zou de nadruk moeten liggen op humanitaire missies: “Het is de taak van de internationale gemeenschap te zorgen dat er geen burgers worden afgeslacht, zoals in Kosovo. Om dat te voorkomen zul je militair moeten ingrijpen, dat is een taak van de krijgsmacht. Maar daarvoor moet je wel

bereid zijn risico's te lopen. Het militaire ideaal van het moment is geweld op afstand. De kruisraket is het meest geliefde wapen van de militairen geworden.'

Het brede debat over defensie is niet het eerste vraagstuk dat aan de samenleving wordt voorgelegd. Eerdere maatschappelijke discussies, zoals over de toekomst van kernenergie en Schiphol, leverden niet bepaald een eenduidig resultaat op. “Het probleem is dat het heel moeilijk is om te meten wie wat precies vindt', zegt politicoloog Philip Everts van de Universiteit Leiden.

“Vaak komt de uitslag van het debat overeen met het belang van degene die de discussie heeft aangezwengeld.'

Volgens Everts is de term “brede maatschappelijke discussie' vaak een eufemisme voor een lobby van een belangengroepering, of een manier voor de regering om de verantwoordelijkheid voor pijnlijke beslissingen te ontlopen. “Enig cynisme is dus wel gepast.' Bovendien wordt allang onderzocht wat de samenleving van de krijgsmacht vindt, zegt Everts. Bijvoorbeeld door de stichting Maatschappij en Krijgsmacht. “De minister had de onderzoekers gewoon kunnen vragen een rapportje te schrijven.'

Jan van der Meulen, directeur van Maatschappij en Krijgsmacht, is echter zeer te spreken over het plan van de minister. “Nu wordt het debat alleen door politici en de defensievakbonden gevoerd. Het zou goed zijn als de discussie verbreed zou worden.'

Uit het laatste opinie-onderzoek van de stichting blijkt dat de Nederlandse burger geen bezwaar heeft tegen bezuinigingen op het defensie-apparaat, zegt Vermeulen. “Defensie heeft

geen prioriteit. De burger vindt onderwijs, gezondheidszorg en criminaliteitsbestrijding belangrijker. Maar aan de andere kant koestert

men hoge verwachtingen over wat het militaire apparaat kan bereiken. Iedereen denkt dat defensie een soort militaire brandweer is, die overal

ter wereld zomaar ingezet kan worden. Aan die eisen kan defensie natuurlijk niet voldoen. Het is daarom goed om vast te stellen wat we precies willen met dat militaire apparaat.'

“Het aankondigen van een brede maatschappelijke discussie heeft weinig zin als er geen concrete voorstellen zijn geformuleerd', zegt Bram Stemerdink oud-minister van Defensie. “De regering moet beleid uitzetten.

Als De Grave met interessante voorstellen komt, komt het debat vanzelf, ook in de samenleving.' De PvdA'er Stemerdink vindt dat er aanzienlijk meer bespaard kan worden op de defensie-uitgaven dan de 375 miljoen die nu is

afgesproken.

Stemerdink: “De drie krijgsmachtonderdelen hebben nu een dubbele taak: het verdedigen van het nationale grondgebied en deelname aan vredesoperaties. Voor de marine en de luchtmacht is dat niet zo'n probleem, maar het is de vraag of de landmacht die dubbele taak moet blijven uitvoeren. Als de landmacht zich alleen zou richten op vredesmissies, zou het grootste deel van het zware materieel, tanks en kanonnen, afgestoten kunnen worden. Dat levert een enorme besparing op.'