Drie mannen en/een leugendetector

De leugendetector liegt niet, wordt altijd over dat nogal spiritistisch aandoende apparaat gezegd.

Het zou een nauwkeurigheidspercentage van negenennegentig komma zoveel procent hebben en straalt daarmee een nachtmerrieachtige onbetrouwbaarheid uit. Want je zou maar net die ene zijn wiens waarheden

niet als zodanig worden onderkend. Je begint er op voorhand al van te zweten, slikken, knipperen en stotteren, precies die dingen die volgens de gebroeders Jonas en Joshua Pate, schrijvers en regisseurs van Liar. The Ideal Suspect (in Amerika uitgebracht als Deceiver, een klein nuanceverschil) zo'n leugendetector nou juist wel in de war kunnen brengen. Elke keer dat Walter Wayland (Tim Roth) de waarheid spreekt terwijl hij een kleine lichaamsbeweging maakt, slaat de naald van het apparaat uit alsof hij de grofste leugen vertelt. En andersom natuurlijk. Reden voor zijn ondervragers Braxton (Chris Penn) en Kennesaw (Michael Rooker) om die testen maar te herhalen en te herhalen, tot ze er zelf van in de war raken. Maar `er treden met die tests wel vaker onregelmatigheden op'.

Met drie van de beste B-film acteurs van tegenwoordig, een plot waarin alles draait om liegen en belogen worden, het manipulatief doseren van halve waarheden en ogenschijnlijke onjuistheden (zowel door de personages als door de filmmakers) lijkt Liar alle ingredienten te hebben voor een ijzersterke suspense-thriller. Want

door een wel heel diabolische speling van het lot heeft ieder van de hoofdpersonen meer met de onderzochte moord te maken dan hij wil toegeven. Dat de film bij vlagen ronduit slaapverwekkend is, terwijl hij

op andere momenten juist wel die aangename adrenalinestoot door je bloedvaten pompt, komt doordat de filmmakers niet in dat claustrofobische politiekantoortje durfden te blijven. Er moesten film noir-achtige flashbacks worden ingelast vol feestjes en fatale vrouwen, maar in plaats van de spanning te verhogen, vertragen deze alleen maar de psychologische martelgang die zich ondertussen in dat ondervragingskamertje voltrekt.

Tijdens z'n beste momenten herinnert de sfeer van film aan De twaalf gezworenen, maar dan wel in de sadistische versie voor drie acteurs. Decor is de hel van Sartre, ontsnappen uitgesloten, ook al

suggereert een flauwe epiloog anders. En aan de leugendetector wil je al

helemaal nooit meer, en vooral niet als je onschuldig bent.