Bezoekers

Als we de statistieken mogen geloven, komen er jaarlijks zestigduizend bezoekers naar Papoea Nieuw Guinea. Het gros daarvan, zo'n veertigduizend komt voor tijdelijk werk in de olie- en gaswinning of de mijnbouw. Ze werken hier een paar maanden gedurende zeven dagen in de week en gaan

dan jubelend en met volle zakken naar vrouwlief in Austin of Canberra. Die was voor alle zekerheid maar niet meegekomen naar dit wildvreemde oord.

Ook komen er bezoekers die dikke adviesrapporten schrijven over een

heel belangrijk onderwerp op het gebied van de economische, technische of sociale ontwikkelingen in dit land. Na het doorlezen van zulke rapporten word je al gauw bevangen door het idee dat ze louter en alleen

dienen om de kas van de buitenlandse adviseur te vullen en de onderste bureaula van de lokale bestuurder. Daarop volgt dan vaak weer een bezoeker, een consultant heet zo iemand, die schrijft dat vooral eerder gedane studies bekeken moeten worden, gevolgd door iemand die zegt dat het allemaal anders moet. Je herkent dat soort mensen al na drie zinnen - het zijn betweters. Niets is goed en alles moet anders, maar er gloort

hoop. Zou men namelijk doen wat de consultant adviseert, dan komt het allemaal goed. Het probleem is niet zozeer de arrogantie die van dergelijke consultants uitgaat of hun weekinkomen dat niet zelden gelijk

staat aan het gemiddeld jaarinkomen van de Papoea's, maar meer de onwetenheid van hoe het er hier eigenlijk toegaat. Nu heb ik na drie jaar daar trouwens ook heel weinig zicht op.

De rest van de bezoekers die Papoea Nieuw Guinea aandoet, komt hier om vakantie te vieren. Dat zijn er dus niet zo veel en dat komt voornamelijk door het negatieve imago waar Papoea Nieuw Guinea een beetje onder lijdt. Avontuurlijke reizigers onder u kennen vast wel de Lonely Planet Guide serie van de Australier Tony Wheeler. Over Lae, waar wij wonen, schrijft de Lonely Planet Guide zoiets als “Lae has a fearsome reputation for rascals (zeg maar misdadigers) so there is no point staying any longer than you have to.' Eerder dit jaar verschenen er in de Amerikaanse kranten USA Today en de Washington Post zeer negatieve artikelen over de veiligheid alhier.

In USA Today stond Papoea Nieuw Guinea bijvoorbeeld onder de `10 Great Places to Avoid'. Het ligt ook ver weg van Europa en Amerika en er zijn alleen directe internationale vluchten op de hoofdstad Port Moresby, dat na Johannesburg en Algiers een der gevaarlijkste steden voor buitenlanders schijnt te zijn. Het land wordt behalve als onveilig ook vaak als duur afgeschilderd, want hotelovernachtingen kosten al gauw een paar honderd gulden. Bovendien is er een slechte infrastructuur voor rugzaktoeristen

want er bestaan vrijwel geen goedkope hotels.

Voor die twintigduizend toeristen die hier wel jaarlijks komen, is dat blijkbaar allemaal geen probleem. Daar zitten aardig wat groepen oude Japanners tussen die nu nog eens komen kijken waar ze toen eigenlijk voor gevochten hebben. Maar er komen ook kleine groepen dikwijls hoogbejaarde Amerikanen die overal al geweest zijn. Die laten zich volledig verzorgd van het ene

hoogtepunt naar het andere sjouwen om vervolgens voldaan in hun agenda te schrijven `1998, Papua New Guinea: done'.

Papoea Nieuw Guinea heeft als vakantieland wel het een en ander te bieden. Er zijn prachtige

witte stranden met van die loom overhangende kokospalmen, de mooiste bergketens en fraaie landschappen. Voor wie van duiken en snorkelen houdt is het hier paradijselijk, want er is heel veel koraal met heel bijzondere vissen. Er ligt op duikbare dieptes allerlei gezonken oorlogstuig, wat na een halve eeuw Titanic-achtige scenes oplevert.

Belangrijker dan dat al is er ook nog cultuur. Voor wie zich voor niet-westerse culturen interesseert is een bezoek aan Papoea Nieuw Guinea ongetwijfeld de moeite waard. De mensen zijn misschien wat onwennig met toeristen, maar overwegend aardig en de kans op beroving is misschien niet zoveel groter

dan in Thailand.

Menseneters bestaan hier niet meer, dus dat mag u niet weerhouden. Maar een avontuurlijke instelling, een goedgevulde beurs en enige moed zijn wel nodig om op vakantie in Papoea Nieuw Guinea te gaan.