Belasting

Leuker kan de Belastingdienst het niet maken, maar u mag na 1 januari 1999 wel zelf kiezen wat u gemakkelijker vindt: belasting betalen in guldens of belasting betalen in euro's. Iedereen mag zelf weten wanneer hij fiscaal wil overstappen op euro's, zolang dat maar uiterlijk op 1 januari 2002 gebeurt, als de gulden volledig het veld ruimt voor de euro.

Wie nog tot die tijd zijn salaris in guldens ontvangt en op zijn bankrekening ook nog gewoon met guldens rekent, doet er slim aan nog even te wachten met het invullen van zijn belastingaangifte in euro's. Maar consumenten die bij de bank alvast een eurorekening nemen, bijvoorbeeld omdat ze beleggen - de beurs gaat 1 januari geheel ovber op euro's - of omdat de baas al in euro's uitbetaalt, staat niets in de weg om al met ingang van het komende jaar aangifte te doen in euro's.

Zakelijke belastingbetalers zullen waarschijnlijk als eerste overstappen op de euro. Veel bedrijven rekenen vanaf 1 januari 1999, of kort daarna, alleen nog maar in euro's en zullen met de Belastingdienst ook graag in euro's willen communiceren. Dat kan, op grond van de Wet overgang belastingheffing in euro's.

Om de overgang naar de euro bij bedrijven zo soepel mogelijk te laten verlopen, heeft staatssecretaris Vermeend (Financiën) in het belastingplan voor 1999 en de twee jaren daarna een paar fiscale voordeeltjes in petto, ter grootte van 60 miljoen gulden per jaar. Deze tegemoetkoming in de kosten komt volledig ten goede aan het midden- en kleinbedrijf, dat relatief het zwaarst getroffen wordt door de overgang naar de euro.

Deze selectieve toebedeling van fiscale euro-voordeeltjes is de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) in het verkeerde keelgat geschoten. “Wij pleiten voor een algemene toepassing van de maatregel”, stelt NOB-bestuurder M. Lambooij.

Voornaamste kritiekpunt van de NOB is dat MKB'ers in hun boekhouding reserveringen mogen opnemen voor de kosten die de invoering van de euro met zich meebrengt. Andere ondernemingen mogen dat niet. “De meeste bedrijven weten nu al dat ze hoge kosten gaan maken voor de euro, dus daar willen ze alvast geld voor opzijzetten”, aldus Lambooij.

De Belastingdienst redeneert dat kosten die verband houden met de euro pas opgevoerd mogen worden als kostenpost zodra de euro er ook echt is. Voor die tijd heeft de euro immers geen invloed op de bedrijfsvoering. Geld reserveren voor de euro is fiscaal gunstig voor het bedrijfsleven: alles wat ze kunnen reserveren gaat van de nettowinst af en ontsnapt daarmee aan de vennootschapsbelasting.

De NOB vindt dat de staatskas dat offer maar moet brengen. “De overheid trekt miljoenen uit om de invoering van de euro in goede banen te leiden, maar op dit punt gedragen ze zich ineens krenterig”, aldus Lambooij.

“Aan de ene kant erkent de staatssecretaris dat het bedrijfsleven kosten moet maken voor de euro, hij trekt daar nota bene 60 miljoen per jaar voor uit, maar aan de andere kant vindt hij het niet goed als bedrijven daar vast geld voor reserveren”. Lambooij heeft daar geen goed woord voor over. “Ik vind het kleinzielig.”

Redactie: Roel Janssen (rjanssen@nrc.nl) en Jochen van Barschot (Fax 010-406.6967). Bijdrage Ellen de Bruin.