Vonnis: uitbreiding van Den Haag niet te snel

DEN HAAG, 20 OKT. De besluitvorming van de provincie Zuid-Holland over de grenscorrecties in de regio Haaglanden gaat niet te snel. Dit heeft de rechtbank in Den Haag vanmorgen in een kort geding bepaald. De Haagse randgemeenten vinden dat er een te korte tijd zit tussen het besluit van de provincie, op 6 november, en de uitvoering daarvan op 1 januari.

Het geding was aangespannen door de Haagse randgemeenten die het oneens zijn met de termijn waarbinnen het besluit wordt genomen. Volgens het herindelingsplan van Gedeputeerde Staten wordt Den Haag vanaf 1 januari uitgebreid met de bouwlocaties Ypenburg en Leidschenveen. Om te zorgen dat de bouwlocaties aan de stad grenzen, moet er een kleine corridor door de randgemeenten Haags gebied worden.

De uitbreiding van het Haagse grondgebied zou nodig zijn, omdat de stad kampt met financiele problemen als gevolg van de ruimtenood. Het herindelingsplan zou Den Haag op termijn volgens de provincie dertig miljoen gulden per jaar opleveren.

Leidschendam, Voorburg, Nootdorp, Rijswijk en Pijnacker vinden dat er na een besluit op 6 november te weinig tijd is om in hoger beroep te kunnen gaan wanneer de beslissing voor hen negatief uitvalt. Volgens de randgemeenten zou Gedeputeerde Staten onrechtmatig handelen.

De rechter is het daar niet mee eens. Volgens de president van de rechtbank Van Delden kunnen de randgemeenten en actiecomites zich nu al voorbereiden op een eventuele beroepsprocedure bij respectievelijk de bestuurs- en burgerrechter. De rechtsbescherming is daarmee voldoende gegarandeerd, aldus de rechter.