Van leren jack tot grijs pak met stropdas; Joschka Fischer

Ooit was Joschka Fischer met zijn revolutionaire straatvechters (Spontis) de schrik van Frankfurt. Inmiddels heeft de onaangepaste rebel uit de jaren zestig zijn leren jack ingewisseld voor een stemmig grijs pak met stropdas en zal hij als eerste `groene' minister van Buitenlandse Zaken binnenkort de handen schudden van de grote politieke leiders op aarde.

In Bonn is geen politicus te vinden die zo'n politiek onstuimig leven heeft geleid als Fischer. Pas door zijn werk als taxichauffeur kwam hij - na zijn wilde jaren in Frankfurt - met beide benen op de grond te staan.

Zijn jarenlange zelfstudie, zijn retorisch talent en zijn handigheid om een deel van de pacifistische Groenen in de Bondsdag om te turnen tot realisten (Realos), hebben Fischer de prestigieuze post bezorgd waarvoor doorgaans uitsluitend topdiplomaten met een dure opleiding goed genoeg worden geacht.

Joseph Fischer (50), zoals Joschka officieel heet heeft vooral van de lessen van het leven geleerd. Hij is een autodidact; `ongeschoold' vermeldt zijn biografie. In 1948 werd hij geboren in Langenburg bij Gerabronn, als zoon van een slager. In het midden van de jaren vijftig trok het gezin naar Offingen vlakbij Stuttgart.

Al op jonge leeftijd verveelde het kleinburgerlijke leven de opstandige Fischer. Halverwege zijn middelbare schooltijd verliet hij het gymnasium en ging bij een fotograaf in de leer. Ook dat hield hij niet lang vol. Geinspireerd door de liedjes van Bob Dylan ging Joschka `on the road'. De ene keer liftte hij tot Hamburg, een andere keer belandde hij zelfs in Koeweit. Toen de jonge hippie uiteindelijk naar de Heimat in Schwaben terugkeerde, begon hij aan een korte carriere als hulpje op een arbeidsbureau. Maar hij ontmoette het meisje Edeltraut en de minderjarige stortte zich in het huwelijk. Het jonge paar hunkerde naar het grote avontuur en verhuisde in 1968 naar Frankfurt, dat in die roerige jaren - naast Berlijn - als `hoofdstad van de revolutie' gold.

In de linkse studenten-Szene verdiende Fischer de kost door boeken te stelen bezocht hoorcolleges van de filosoof Adorno en verdiepte zich in Marx en Hegel.

In korte tijd had Fischer, toen al een bedreven redenaar met zijn vriend, de latere Europarlementarier van de Groenen Daniel Cohn-Bendit (rode Dany), een actiegroep gevormd van `harde mannen', die hun eigen revolutie wilden maken.

Het begon onschuldig. De jonge rebellen mengden zich onder de arbeiders en probeerden de `slachtoffers van het kapitalisme' voor hun zaak te winnen. Binnen korte tijd werd Fischer leider van een militante straatbende in Frankfurt, die niet alleen gevechten met de politie voerde om krakers voor uitzetting te behoeden maar ook brandaanslagen pleegde. Het geweld en de moordaanslagen van de terroristische RAF wees Fischer af, maar toen een agent door een van de molotov-cocktails van zijn bende bijna verbrandde, kwam de revolutionair helemaal tot inkeer.

De anti-atoomdemonstrant keerde `de revolutie' de rug toe, maakte een flitsende carriere bij de Groenen baarde opzien toen hij bij zijn inauguratie als minister van Milieu in Hessen met witte gympen verscheen en overtuigde zijn achterban na een bezoek aan Bosnie dat militairen ook vrede kunnen brengen. “Ik heb ongelofelijke dingen meegemaakt en ik heb ongelofelijk veel geluk gehad. Alles had ook verschrikkelijk mis kunnen gaan', zei Fischer onlangs, de `superrealo' die zich regelmatig terugtrekt in zijn huis in Toscane. Hij won zelfs de sympathie van scheidend kanselier Helmut Kohl en wisselde met hem recepten uit voor caramelpudding. Dat eet de getrainde Fischer niet meer, die dagelijks 10 kilometer jogt. Zijn nieuwe droombaan vereist topconditie want Fischer wil bewijzen meer te zijn dan een Grussonkel (lintjesdoorknipper). Alleen al om de sceptici te overtuigen.