Stille, houten antihelden van Balkenhol in Kleef

Een periode lang hakte hij alleen maar pinguins uit het hout, 57 in totaal. `Ik heb er genoeg van steeds iets nieuws te moeten doen', schreef de Duitse beeldhouwer Stephan Balkenhol (1957) in 1992 naar aanleiding van zijn tentoonstelling in het Rotterdamse kunstcentrum Witte de With. Al vijftien jaar maakt hij beschilderde houten sculpturen en reliefs van dieren en menselijke figuren.

`Hij herhaalt zichzelf', meent Balkenhols collega en landgenoot Thomas Schutte. Balkenhol verdedigt zijn werk door te zeggen dat hij zijn onderwerpen uitdiept. Voor hem zijn continuiteit en concentratie van belang.

Op de overzichtstentoonstelling van zijn sculpturen in het Museum Kurhaus in Kleef is te zien dat het werk van Balkenhol zich wel degelijk heeft ontwikkeld. Werden zijn figuren vroeger nog in al hun naaktheid afgebeeld, tegenwoordig gaan ze gehuld in tijdloze kledij. In plaats van passief af te wachten, ondernemen de houterige mannen en vrouwen nu zelf actie: schuchter wagen ze een pasje op de dansvloer of stoeien ze met elkaar. Bovendien heeft de beeldhouwer zich laten verleiden door een nieuwe techniek: het zeefdrukken van foto's op grote houten panelen.

De Canadese fotograaf Jeff Wall merkte ooit op dat Balkenhols personages lijken op mensen die net uit het ziekenhuis zijn ontslagen en nog niet goed weten wat ze met zichzelf aanmoeten. De in eenvoudige witte overhemden en mouwloze jurkjes geklede dertigers lijken zich inderdaad wat ontheemd te voelen en proberen zo onopvallend mogelijk door het leven te gaan.

De beelden staan voor de anonieme man of vrouw in de hedendaagse samenleving, die je overal op straat kunt tegenkomen. Met de handen in de zakken wachten ze bij de bushalte, of ze staan met afhangende schouders in de rij voor de kassa in de supermarkt. Antihelden zijn het die hun emoties nooit zullen laten blijken en al helemaal niet in opstand zullen komen. Toch kunnen ook anonieme figuren voor opschudding zorgen. In de winter van 1992 sprong een inwoner van Londen in het ijskoude water van de Theems om een drenkeling te redden, die bij nader inzien van hout bleek te zijn. De politie moest er aan te pas komen om de `redder' van Balkenhols sculptuur Figuur op een boei uit het water te halen. Vijf jaar eerder was tijdens de beeldenmanifestatie in Munster een houten man die Balkenhol op een hoge muur had geplaatst ook al voor een zelfmoordenaar aangezien.

Je vraagt je af hoe dit heeft kunnen gebeuren, want zo realistisch zijn de beelden van Balkenhol helemaal niet. Ze zijn grof uit het hout gehakt en hun handen en hoofden zijn buitenproportioneel groot.

De huid van de sculpturen zit vol deuken, knoesten en scheuren en wanneer je er met je hand langs zou strijken zouden er ongetwijfeld splinters achterblijven. De dikke boomstammen waaruit de beelden zijn ontstaan, dienen als sokkel en zijn quasi onvoltooid gelaten; een erfenis van de abstracte leerschool die Balkenhol als student en assistent van beeldhouwer Ulrich Ruckriem doorliep. Zoals Michelangelo zijn figuren nog half in het steen liet steken, zo lijkt het alsof ook Balkenhols figuren al in de boom gevangen zaten, maar alleen nog door de kunstenaar bevrijd dienden te worden.

Balkenhol zegt met zijn werk te streven naar zuiverheid. Hij wil mooie, stille beelden maken die tegelijk niets en veel zeggen, figuren die boven zichzelf uitstijgen zonder dat ze zich in vreemde bochten wringen of rare gezichten trekken. Het is juist die afwezigheid van specifieke kenmerken of verhalende elementen die maken dat Balkenhols werken zo aanspreken. Je kunt in een blik, of een houding van de personages altijd wel iets van jezelf herkennen. Dat Balkenhol zich al jarenlang op hetzelfde onderwerp stort is geen tekortkoming: de tentoonstelling verveelt geen ogenblik.