Sombere toekomst Duitse kernenergie

Als de nieuwe Duitse regering voor de sluiting van de meeste kerncentrales geen kortere termijn dan 25 jaar kiest, hoeft er geen kapitaalvernietiging op te treden. Maar het is de vraag of de Groenen zoveel geduld opbrengen.

Anderhalf jaar nadat Zweden het principebesluit nam om kernenergie als energiebron op te geven is ook Duitsland vrijwel op dit punt aangeland. Op dit moment staat nog weinig echt vast, maar de beoogde nieuwe minister van milieu Jurgen Trittin, afkomstig uit de Groenen, heeft te kennen gegeven al binnen een paar jaar met het sluiten van kerncentrales te willen beginnen. Dat hij op dit punt heel veel water in de wijn zal doen is niet te verwachten, de strijd tegen kernenergie is zo'n beetje de raison d'etre van de Groenen. De toekomst van de Duitse kernenergie ziet er dus somber uit.

De achterstand in nucleair onderzoek die Duitsland in en na de oorlog had opgelopen in aanmerking genomen, is het land vroeg aan toepassing van kernenergie begonnen. Al in 1956 begon de bouw van de eerste onderzoeksreactor op het terrein van de technische universiteit vanm Munchen. De eerste experimentele vermogensreactor, een kleine kokend water reactor die in samenwerking met het Amerikaanse General Electric werd gebouwd, ging al in 1962 in bedrijf. Na 1962 zijn bijna alle Duitse reactoren geheel `eigen teelt': op een uitzondering na zijn ze alle gebouwd door KWU, een samenwerking tussen Siemens en AEG. De eerste commercieel opererende reactor van 250 MW, die in een recordtijd van viereneenhalf jaar was gebouwd, ging in 1967 bij Gundremmingen in bedrijf.

Inmiddels zijn de oudste Duitse reactoren al weer gesloten en heeft Duitsland nog 19 reactoren verdeeld over 14 centrales in dienst. (De oudste is een 360 MW reactor in Obrigheim die al 29 jaar stroom levert.) Samen verzorgen ze ruim een derde van de behoefte aan elektriciteit. Daarmee heeft Duitsland zich veel minder aan kernenergie overgeleverd dan landen als Frankrijk, Belgie Hongarije Zweden en Zwitserland.

Meer dan de helft van de Duitse elektriciteit wordt nog klassiek opgewekt uit de verbranding van steenkool en bruinkool.

Halverwege de jaren zeventig had Duitsland meer dan tien grote reactoren tegelijk in aanbouw. Dat was het moment waarop ook het inmiddels vermaarde Duitse protest tegen kernenergie (waarin en passant ook de afkeer van kernwapens - op dat moment de neutronenbom - beleden wordt) zijn vorm kreeg in massale demonstraties en terreinbezettingen. Halverwege de jaren tachtig beleefde het atoomprotest een revival toen opnieuw een serie zware drukwaterreactoren van Siemens in aanbouw was en er bovendien fel debat was over plaatsing van kruisraketten.

Nadat in 1989 de laatste kerncentrale in bedrijf was gekomen concentreerde het protest zich voortaan op de transporten van afval naar Frankrijk en Engeland (waar de Duitse kerncentrales tot voor kort op last van de federale overheid hun opgebrande splijtstof moesten laten opwerken) of liever nog naar Ahaus en Gorleben, de plaatsen die Duitsland heeft uitgekozen voor de interim-opslag van radioactief afval.

Door het protest, maar vooral ook als gevolg van de ramp bij Tsjernobyl in 1986, is uitbreiding van nucleair vermogen in Duitsland al lang onbespreekbaar. Zelfs kreeg lokaal protest gedaan dat de 1.300 MW-reactor bij Mulheim-Kaerlich werd stilgelegd, nota bene de enige reactor die niet door KWU maar door Brown-Boveri (inmiddels ABB) werd geleverd. Pijnlijker voor het Duitse streven naar een gesloten splijtstofcyclus (het geheel van winning productie en hergebruik van splijtbaar materiaal in eigen hand) waren de beeindiging van bijzondere projecten als de bouw van een opwerkingsfabriek bij Wackersdorf, de snelle kweekreactor bij Kalkar en een experimentele thoriumreactor bij Hamm-Uentrop.

De jongste Duitse reactor (Neckarwestheim-2) is inmiddels alweer bijna tien jaar in bedrijf. Als voor de gefaseerde sluiting van de Duitse kerncentrales geen kortere termijn dan 25 jaar wordt gekozen dan hoeft dus er geen onoverkomelijke kapitaalvernietiging plaats te vinden. Of de Groenen zoveel geduld zullen hebben is de vraag, Greenpeace Deutschland (dat goede contacten onderhoudt met de partij) toont op Internet lijstjes van sluitingen die al in 2005 hun beslag krijgen.

Het is begrijpelijk dat de grote Duitse elektriciteitsbedrijven als RWE, Preussen Elektra en Bayernwerk krachtig protesteren tegen zo'n snelle `Ausstieg', die de prijs van de Duitse elektriciteit - toch al de hoogste in Europa - tot ongekende hoogte zou opvoeren. Louter technisch gezien hoeft een versnelde uitfasering van kerncentrales geen probleem te zijn. Het ligt voor de hand de kernreactoren te vervangen door moderne gasgestookte STEG-eenheden, dat zijn centrales met een zeer hoog rendement die zowel stoom- als gasturbines bezitten. Alleen zo kan Duitsland nog enigszins voldoen aan zijn in Europees en mondiaal verband aangegane CO2-verplichtingen. Uitbreiding van het aantal kolencentrales zou de CO2-doelstelling buiten bereik brengen, van de alternatieve energiebronnen wind, water en zon is op korte termijn geen substantiele bijdrage aan de energievoorziening te verwachten.Dat een omschakeling van uranium op gas een klap zou zijn voor de werkgelegenheid in Duitsland is niet waarschijnlijk. In de eerste plaats zou nieuwbouw van vervangend vermogen veel werk opleveren. Verder zijn in de toelevering naar de bestaande kernreactoren (uranium-verrijking bij Urenco in Gronau, fabricage van splijtstof-elementen in Hanau) maar weinig mensen werkzaam.

Afvoer en opwerking van opgebrande splijtstof zijn grotendeels in handen van het Franse Cogema en het Britse BNFL. Die hebben zich met forse boetebepalingen beschermd tegen het onverwacht wegvallen van Duitse opwerkings-opdrachten. De Duitse elektriciteitsbedrijven zullen met een beroep op `force majeur' proberen betaling van die boete te voorkomen.