Over het leren groeten van de violen; Rotterdamse kunstenaar Daan van Golden naar Biennale van Venetie

Het gerucht roteerde al langere tijd en gisteren werd dan de juistheid ervan bevestigd. De Rotterdamse schilder en fotograaf Daan van Golden (1936) vertegenwoordigt Nederland op de 48ste Biennale in Venetie, die in juni volgend jaar opent. Van Golden is de keuze van Karel Schampers hoofdconservator moderne kunst van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, die verantwoordelijk is voor de presentatie in het Nederlands paviljoen.

“Ik dacht als eerste aan Van Golden, maar heb hem ook meteen weer in gedachten weggeschoven. En toen ben ik Rineke Dijkstra en Joep van Lieshout gaan overwegen, om uiteindelijk toch weer bij Van Golden terug te keren', aldus Schampers (1950) vanmorgen. “Ik heb oprechte bewondering voor hem, voor de rustige, consequente en zeer geconcentreerde manier waarop hij zijn schilderijen maakt. Geen enkel doek ook al lijkt het pop-art, is gedateerd geraakt. Ik merk dat kunstenaars van nu zeer door hem worden aangesproken. Daan is voornamelijk in Nederland bekend gebleven en het is rechtvaardig dat hij nu ook internationaal meer bekendheid krijgt. Rineke Dijkstra en Joep van Lieshout komen nog wel eens in dat Nederlandse paviljoen terecht.'

Weinig mensen zullen Daan van Golden (1936) onmiddellijk aan een oeuvre kunnen koppelen waartoe Jan Dibbets of Carel Visser de toeschouwer wel in staat stelt. Van Golden heeft geen hoge productie, exposeert niet vaak en werkt evenmin in een handig thuis te brengen stijl of in afwijkende, dus opvallende materialen. Een onderscheid tussen kunst en kitsch, tussen kunst en het alledaagse leven bestaat voor hem niet. `Het kunstenaarsschap (...) is een attitude ten opzichte van het leven', zegt hij zelf. `En dat omvat alles wat je doet. Elke daad moet goed zijn. Dat klinkt moralistisch, toch is het zo'.

Van Golden is vaak zowel ongrijpbaar als onopgemerkt gebleven. Maar als hij weer eens te voorschijn komt, dan weet hij voor verrassingen te zorgen. Recentelijk in Boijmans Van Beuningen, met foto's van zijn alsmaar `groter groeiende' dochter Diana - eerst op de schommel, dan op reis en weer later op een feest. Een serie, die zo'n onverstoorbare continuIteit in onvoorwaardelijke vaderliefde suggereert dat je alleen al daarom door die foto's gecharmeerd werd.

`De kunst is geen wedstrijd' aldus Van Golden. Toch kwam hij bij Century '87 als winnaar uit de bus. Bij die Amsterdamse manifestatie liet hij het pad van de Hortus Botanicus volledig met azuurblauwe steentjes toedekken. Een simpel idee dat een betoverende aanblik bood, en helaas geen permanent karakter heeft gekregen.

Van Golden, die 's avonds de Rotterdamse academie volgde schilderde aanvankelijk in een abstract-expressionistische stijl. Begin jaren zestig al koos hij voor een meer beheerste, en veel eigenzinnerige manier van werken. Pijnlijk precies penseelde hij beeldmerken en sjablonen na die hij op Japans pakpapier had aangetroffen. En die scherpzinnige wijze van waarnemen en die fijnzinnige wijze van detailleren heeft hij daarna niet meer losgelaten.

Hij maakt een serie zakdoek- en tafellakenschilderijen, waarop ijselijk nauwkeurig alleen maar lineaire patronen van verschuivende rechthoeken en vierkanten op het doek zijn overgebracht - het schilderen zelf als studie in mediteren. Net zo gemakkelijk lijst hij superromantische stukken vogeltjes- en bloemenbehang in en isoleert op weer een ander schilderij de blauwe uitgeknipte parkiet van Matisse, tjilpend in het totale wit.

Op zijn collages is plaats voor zowel Brigitte Bardot als Boeddha, een zinnelijke boeddha badend tussen het nepgoud. Hij vergroot in verf simpelweg een krantenfoto van Fats Domino uit of hij portretteert een bak viooltjes, waarbij ineens elke bloem door de geel gevlekte blaadjes op een zoet kinderkopje is gaan lijken. Een ieder die zo'n foto ooit gezien heeft, betrapt zichzelf vroeg of laat nog wel eens op het vrolijk groeten der violen, een daad waarvoor men niet eens hoeft te hebben gedronken.

In al die tussenliggende jaren heeft Van Golden de wereld rondgereisd een boeddhistisch aandoende levensvisie ontwikkeld overzichtstentoonstellingen en onderscheidingen gekregen, maar in wezen is hij altijd gedisciplineerd dichtbij huis, dicht bij zichzelf, zijn waarnemingen en voorliefdes gebleven. Die laatste zo zuiver mogelijk te houden en vaak te transformeren tot beelden van universele tijdloosheid zoals Schampers het noemt, getuigt van een belangrijk kunstenaarschap.