Nederland wilde in 1994 Pinochet niet vervolgen

De Nederlandse justitie schrok vier jaar geleden terug voor vervolging van de Chileense ex-dictator Pinochet. Inmiddels is het openbaar ministerie actiever geworden, al is er nog niemand vervolgd.

Vier jaar geleden stond gevangenispredikant Hans Abma oog in oog met de Chileense ex-dictator Augusto Pinochet. Op de stoep van het Amstel-hotel. De generaal was door andere hotelgasten herkend. Die belden Amnesty International. Abma, toen nog gewoon medewerker van Amnesty (nu voorzitter), was onmiddellijk op de fiets naar het Amstel getogen. Veel kon hij de ex-dictator niet vragen. Een paar stevige lijfwachten uit Pinochets gevolg duwden Abma hardhandig opzij toen de Chileense legerleider laat in de avond uit zijn gepantserde Mercedes stapte en de trappen van het hotel besteeg.

Maar een ding was Abma die vrijdagavond 27 mei 1994 wel duidelijk geworden. Het betrof hier inderdaad de man die verantwoordelijk kan worden gehouden voor duizenden verdwijningen, moorden en gevallen van marteling in de periode van het schrikbewind 1973-1990. Er moest snel iets gebeuren.

De volgende dag hield Amnesty een betoging voor het Amstel-hotel. Die zaterdagmiddag deed Abma, samen met het Chili Komitee Nederland (CKN) en gesteund door Amnesty, aangifte van medeplichtigheid bij foltering. Nederland was conform het VN-folterverdrag verplicht elke vermeende folteraar aan te houden en te vervolgen of uit te leveren. En dus ook Pinochet vonden Abma, CKN en Amnesty. Om hun zaak kracht bij te zetten voegden ze bij hun aangifte twee specifieke gevallen van foltering die in het Chili van Pinochet waren gepleegd nadat Nederland het VN-verdrag had ondertekend (januari 1989) en voordat Pinochet was afgetreden als president (maart 1990).

Maar het openbaar ministerie wees hun verzoek tot vervolging af. Het bewijs voor Pinochets directe betrokkenheid zou niet geleverd kunnen worden. Vervolging van oorlogsmisdadigers was een zaak voor internationale tribunalen - niet voor het Amsterdamse OM.

En Pinochet was als ex-staatshoofd en legerleider, dacht het OM, toch strafrechtelijk immuun.

Ook de klacht bij het Gerechtshof tegen het negatieve besluit van het OM haalde niets uit. De officier van justitie had terecht afgezien van arrestatie en vervolging omdat strafvervolging van Pinochet “op zoveel juridische en feitelijke problemen' zou stuiten zo luidde het oordeel van het hof. Pinochet had Nederland toen allang verlaten. Nu de 82-jarige Pinochet in Londen is aangehouden, en de Spaanse onderzoeksrechter hem wil vervolgen voor volkerenmoord terrorisme en marteling, kunnen Hans Abma en de zijnen tevreden zijn.

Maar onvrede is er nog steeds over de onwillige houding van de Nederlandse justitie. Ook bij wetenschappers die onderzoek hebben gedaan naar het incident Pinochet aan de Amstel. De opstelling van het openbaar ministerie “ademt een sfeer van angst en onwil uit' schreven mr. H. van der Wilt en mr. Ch. Ingelse van de Rijksuniversiteit Limburg begin 1996 in het Nederlands Juristenblad.

“Door geen serieus onderzoek te verrichten naar de mogelijkheid om Pinochet in hechtenis te nemen en te vervolgen heeft Nederland in strijd gehandeld met zijn verplichtingen op grond van de artikelen 6 en 7 van het VN-verdrag tegen foltering', schreef mr. M. Kamminga van de Erasmusuniversiteit kort daarvoor in het NJCM-Bulletin, het Nederlands tijdschrift voor de mensenrechten. “De juridische bezwaren tegen de vervolging van de generaal zijn geen van alle steekhoudend.'

Kamminga stapte daarbij moeiteloos over van Pinochet op de vervolging van oorlogsmisdadigers onder vluchtelingen in Nederland. Er zijn sterke aanwijzingen, zo schreef hij in de zomer van 1995, dat zich onder asielzoekers nogal wat personen bevinden die zich in hun land van herkomst aan foltering, genocide en ernstige oorlogsmisdrijven hebben schuldig gemaakt.

“Het is de hoogste tijd dat de Nederlandse autoriteiten zich (...) kwijten van hun morele en juridische verplichtingen.'

Drie jaar later heeft het OM in Arnhem, belast met de opsporing en vervolging van oorlogsmisdadigers, nog geen enkele vervolging ingezet - ook al is er nu het arrest van de Hoge Raad uit 1997 waarin staat dat Nederland iedereen kan vervolgen die zich schuldig heeft gemaakt aan oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid. Kamminga blijft dan ook teleurgesteld. Nederland is volgens hem tot nog toe “te lamlendig' geweest.

Toen Pinochet in het voorjaar van 1994 in het Amstel-hotel overnachtte, was Nederland nog amper begonnen met de aanpak van oorlogsmisdadigers (met uitzondering natuurlijk van die uit de Tweede Wereldoorlog). Nu, vier jaar later, is er wel iets veranderd. Het Joegoslavie Tribunaal in Den Haag is aan het werk. Nederland bereidt de komst voor van het Internationale Strafhof, bedoeld om lieden als Pinochet te berechten. En het OM voert nu formeel een actief vervolgingsbeleid. Maar vervolgd is er nog niemand door de Nederlandse justitie. “De Nederlandse overheid maakt zich zo minder geloofwaardig', zegt Amnesty-voorzitter Hans Abma.

Een aantal organisaties is van plan het OM te dwingen nu eens echt te beginnen met de vervolging. Jacques Willemse van Stichting Oecumenische Hulp uit Utrecht nam het initiatief. Hij wil organisaties als Amnesty, Vluchtelingenwerk en het UAF-studiefonds voor buitenlandse studenten betrekken bij plannen van een aantal Afghaanse asielzoekers om aangifte te doen tegen landgenoten die zich begin jaren negentig in eigen land aan oorlogsmisdaden hebben schuldig gemaakt. (Het zou de eerste aangifte worden tegen oorlogsmisdadigers onder asielzoekers in Nederland.) Willemse gaat binnenkort met de organisaties om de tafel zitten. Hij houdt er rekening mee dat op zijn vroegst begin volgend jaar aangifte gedaan wordt. “We willen een zaak opbouwen waar justitie niet omheen kan', zegt hij.