Neder Beat

Bob Dekkers: “Hoe het allemaal begon? Ik woonde in Hoek van Holland, in de duinen had je bunkers die in de oorlog door de Duitsers waren gebouwd. Na de oorlog werden veel gezinnen in die bunkers gehuisvest. Mijn ouders woonden ook in zo'n bunker, je had een vrijgevochten leventje. Met jongens uit de buurt ben ik toen begonnen muziek te maken.

Ik had een paar stokjes maar geen drumstel; ik sloeg overal op: emmers, krukjes, noem maar op. Op een gegeven moment groeide daar een bandje uit. Later kon ik een drumstel overnemen. En toen kreeg ik een seintje van iemand in Den Haag die een drummer zocht. Die gasten zijn toen een keer bij me komen luisteren. Die band heette 'The Shaking Rockets', ja echt, een vetkuivennaam haha. Nou, het beviel en ik werd aangenomen.

We traden op met Koninginnedag of wanneer Sinterklaas in de haven aankwam. In het plaatselijke hotel was een dancing met nachtvergunning en daar speelden we ook heel regelmatig, een beetje foxtrot, bye bye blues, van dat werk. Die eigenaar kwam om de tien minuten bij ons van 'kan het niet wat zachter?'

We hadden een zanger die zag het niet meer zitten, die kapte ermee. Toen hebben we een andere jongen uit Den Haag erbij genomen, maar die had moeite met de maat houden. Hij had wel een aardige stem hoor, maar absoluut geen maatgevoel. Iemand kende nog een zanger uit Den Haag, een zekere Peter Hollestelle, die kwam toen ook een keertje proefzingen en ja, dat ging meteen een stuk beter. Onze eigen zanger... ja, die moest eruit. Dat zijn natuurlijk niet van die leuke dingen. Hij kwam later nog wel kijken, maar hij is helemaal gestopt met de muziek.

We reperteerden in Naaldwijk in een schuur bij een tuinder. Ik ging altijd met de brommer, een half uurtje rijden. Altijd op dat brommertje!

Toen Peter erbij kwam werd het proffesioneler: we zijn eerst onze naam gaan veranderen in 'Peter and the Blizzards'. Je had natuurlijk ook die band uit Drentje 'Cuby and the Blizzards', maar wij waren eerder. We hebben dat nog een keertje uitgezocht, advocaat in de arm, maar dat liep vast en toen hebben we het maar zo gelaten. We zagen er in het begin nog heel keurig uit, strakke pakken, stropdassen - begin zestig was dat toch wel het straatbeeld, hoor. De Beatles en de Stones zagen er in het begin ook keurig uit. Ons eerste singletje hebben we op eigen kosten bij de GTB-studio's in Den Haag opgenomen. We hadden de Nederlandse teksten zelf geschreven. Later schreven we alles in het Engels.

Maar toch.... op een gegeven moment kwamen we niet verder, er waren toen honderden beatbands, de concurrentie was groot, het was een hele harde onderlinge strijd. Toen kwam dat idee van die pruiken. Als we ons haar hadden moeten laten groeien, waren we al weer wat jaartjes verder geweest. We traden de eerste keer met pruiken op in La Gaˆté in Den Haag. Dat sloeg in als een bom. We hadden ook een nieuwe show: ruiger, wilder. We gingen af en toe zo te keer dat de eigenaar van de zaal de stekker uit het stopcontact trok omdat-ie dacht dat we ruzie hadden.

Peter Koelewijn kwam wel eens kijken wanneer we repeteerden, en Fred Haayen, dat waren wel belangrijke jongens, hoor. Toen kwam we bij het blad Muziek Express terecht. Die hadden een eigen platenlabel en daar hebben we toen nog wat singeltjes opgenomen.

We deden ook reclame op de radio voor Red Band, we moesten dan naar Hilversum, een liedje spelen en dan werd er iets gezegd over Red Band drop, hoe lekker dat was en zo en dan konden de mensen schriftelijk reageren. Waar de meeste reacties op kwamen, die had gewonnen. Mijn moeder heeft toen wel twintig kaartjes opgestuurd, haha. Maar we wonnen dus.

De Bintangs en de Outsiders zaten ook bij 'Muziek Express' en met die twee bands rouleerden wij door het hele land, van dancing naar dancing. Het liep als een trein. Je kwam in al die bladen van Paul Acket, de uitgever van Muziek Express, Popfoto, Tuney Tunes enzovoorts.

Ze vonden dat ik in de ruige show van ons ook maar iets moest doen, dus op een gegeven moment ben ik tijdens een optreden maar eens achter mijn drumstel gaan staan: ik was meteen 'Bob Dekkers, de eerste en enige drummer in Nederland die achter zijn drumstel staat!'

We speelden een maand lang op contractbasis in La Gaîté, om acht uur ging de zaal open, en om half negen moesten ze de deuren sluiten, want er kon niemand meer bij. En dat een maand lang. Toen wilde die eigenaar nog een maand!

Via Muziek Express kwamen we in 1966 in het voorprogramma van de Rolling Stones terecht. In de Brabanthallen in Den Bosch. We keken natuurlijk ontzettend op tegen de Stones, dat waren onze grote voorbeelden. We hoorden dat ze per uur vijftigduizend gulden kregen. Maar van dat duur speelden ze nauwelijks de helft vol... dan waren er weer een paar snaren kapot, dan moesten ze weer stemmen... de Kinks waren live beter.

De jongens waren inmiddels beroeps geworden. De apparatuur moest allemaal op afbetaling worden gekocht, zo moesten heel veel optredens hebben om dat af te lossen. Die gitaren, dat moest allemaal Fender zijn, anders telde je niet mee. Het enige dat ze wilden was spelen, spelen.

Ik was verwarmingsmonteur en de enige die zijn gewone baan hield. Ik was van lichting 1965 en kreeg vrijstelling van militaire dienst omdat ik in de bouw zat. Ik moest dan wel in de verwarming blijven. We traden vaak vijf, zes keer per week op, ik regelde dan met mijn baas dat ik halve dagen kon werken, maar in een week sliep ik weleens niet vaker dan twee uur per nacht. Ik heb dat toch nog een poos volgehouden.

Bij de laatste plaatopnamen waaraan ik meedeed was ik al erg ziek. Halverwege de week, ik zat toen voor het verwarmingsbedrijf ergens in Gelderland, moest ik terugekomen om de volgende dag die plaat op te nemen. Ik werd 's morgens wakker met mijn kussen onder het bloed. Ik ben toch nog gegaan. Ze hebben me naar huis moeten dragen: longontsteking. De dokter zei: 'Als je nog veertig wilt worden...' ik heb er toen gelijk een streep onder gezet. Ik was ook net een half jaar getrouwd. Die anderen zijn gewoon doorgegaan, maar niet zo lang meer. Ze hadden in de tussentijd een andere drummer genomen. Toen kwamen ze bij mij aan de deur van 'Hoe gaat het?' Ik zei: 'Goed, en met jullie nieuwe drummer?' Ja, hartstikke goed' en ik zei toen: 'Nou neem hem dan maar, dan kap ik er mee'. En zo gebeurde het.

Mijn drumstel, een Premier, heb ik meteen verkocht. Voor heel weinig geld, daar heb ik nog steeds spijt van. Ik heb een doos met wat krantenknipsels uit die tijd, mijn moeder heeft nog een plakboek. Die singletjes heb ik nog, maar mijn platenspeler heb ik een poos geleden weggedaan, dus ik kan ze niet eens meer draaien.''