Kabinet mag graag schuiven met premielasten

De sociale fondsen hebben een groter tekort dan verwacht. Voor het kabinet een tegenvaller, want het financieringstekort gaat er behoorlijk door omhoog.

Zo onverbiddelijk als elke herfst de bladeren vallen, zo vallen de tekorten van de sociale fondsen elk jaar weer tegen. Keer op keer blijken rond deze tijd de tekorten van de sociale fondsen groter te zijn dan waar het kabinet bij de zomerse begrotingsbesprekingen nog van uitging. Vaak is er iets mis met een van de drie hoofdfondsen, een enkele keer, zoals in de herfst van 1996, zijn er onverklaarbare aanstaande tekorten bij alle fondsen.

Uit de sociale fondsen worden de sociale uitkeringen en de kosten voor de gezondheidszorg betaald. De uitkeringen staan aan de kostenkant van de balansen van de fondsen, terwijl sociale premies die via de eerste belastingschijf of via het loonstrookje worden geheven, de ontvangsten vormen. Een fondsbeheerder, de Sociale Verzekeringsbank (SVB) draagt zorg voor de oudedagsuitkeringen, de AOW. De tweede fondsbeheerder het Landelijk instituut voor de sociale zekerheid (Lisv) verzorgt de uitkeringen wegens de arbeidsongeschiktheidsregelingen WAO en AAW en beheert het fonds voor de werkloosheidsuitkeringen. De derde en laatste beheerder is de Ziekenfondsraad die het fonds voor de collectieve uitgaven voor de ziekenfondsen bestiert en het AWBZ-fonds, voor uitkeringen op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten.

Dit en volgend jaar lijken de fondsen van de SVB en het Lisv niet voor verrassingen te zorgen, maar zijn het de twee fondsen van de Ziekenfondsraad die problemen opleveren.

Alle drie de beheerders vinden al lang dat het kabinet de premies, die hun inkomsten vormen, te laag vaststelt. De fondsen hebben een argument in de vorm van hun al jaren oude fondstekorten.

Om die tekorten weg te werken, of ze flink te verminderen, adviseren de fondsbeheerders elk jaar rond april een bepaald premiepercentage, waar het kabinet tot ergernis van de fondsen telkenmale onder gaat zitten.

Het kabinet vindt dat logisch, want de premies die de fondsen adviseren zijn premies op basis van gelijkblijvend beleid. Maar de meeste kabinetten willen nu juist het beleid zodanig wijzigen dat de resultaten volgend jaar beter zullen zijn dan het voorgaande jaar. Zo is het bijvoorbeeld de bedoeling dat steeds minder mensen een beroep doen op de WW. Een kabinet dat beleid ontwikkelt om het aantal werklozen terug te brengen, gaat er dan ook van uit dat het beroep op het WW-fonds zal afnemen, waardoor er niet zoveel premieinkomsten nodig zijn als voorheen. En zo komt het kabinet uit op een lagere WW-premie dan de instantie die die premies incasseert, nodig acht.

De laatste keer dat de discrepantie tussen de resultaten van kabinetsbeleid en de financiele werkelijkheid van de fondsen aan het licht kwam, was in de herfst van 1996. Toen bleken de drie fondsen met een veel groter tekort te zitten dan waarmee minister Zalm (Financien) in zijn Miljoenennota rekening had gehouden.

Ook toen stelden de voorzitters van de fondsen oud-minister van Sociale Zaken B. de Vries (SVB) oud-Tweede-Kamerlid F. Buurmeijer (Lisv) en oud-staatssecretaris L. de Graaf (Ziekenfondsraad) dat de `tegenvallende tegenvaller' het resultaat was van de premies die de afgelopen jaren te laag waren vastgesteld. Premieverhoging was volgens hen de enige oplossing. “Als je zelfs in deze jaren van ongekend hoge groei met hogere premies de tekorten niet weg kunt werken, dan weet ik echt niet in welk jaar dat wel zou moeten gebeuren', zei De Vries destijds.

Het kabinet deed wat de drie eisten. De premies zouden dusdanig worden verhoogd dat de tekorten binnen drie jaar zouden verdwijnen, waarna de premies weer omlaag zouden kunnen.

En daarmee kon het volgende kabinet een aantrekkelijke lastenverlichting worden gegund.

Het pakte anders uit. Dit voorjaar al kwam het kabinet er achter dat de inhaalslag van drie jaar onvoldoende zou zijn om volgend jaar de tekorten in de gezondheidszorgfondsen weg te werken. Het Centraal Planbureau meldde dat onder meer als gevolg van de lastig te ramen uitgaven voor medicijnen het tekort onvoldoende zou teruglopen. Daarop besloot het nieuwe kabinet de lasten volgend jaar met anderhalf miljard gulden te verzwaren, een miljard ten laste van de bedrijven en de rest ten laste van de burgers.

Deze extra inhaalslag is echter onvoldoende effectief, zo blijkt uit de cijfers die de Ziekenfondsraad deze week bekend zal maken. Hun tekort is dit jaar niet minder dan 2,1 miljard gulden groter dan waar het kabinet van uitging en volgend jaar 2,3 miljard gulden. In totaal komt het tekort van de fondsen dit jaar uit op 5,9 miljard en volgend jaar op 3,8 miljard gulden. En wat voert de Ziekenfondsraad hiervoor als reden aan? Inderdaad, de premies zijn in het verleden te laag vastgesteld.

Beleidsmedewerker B. van Couwenbergh van de Ziekenfondsraad zegt er nadrukkelijk bij dat de problemen met de premies uit het verleden stammen. Komend jaar is namelijk een forse premiestijging voorzien die goed is voor het grootste deel van de aangekondigde lastenverzwaring van anderhalf miljard gulden. Couwenbergh: “De inhaalslag die we volgend jaar gaan maken van 5,9 miljard tekort naar 3,8 miljard, is een van de grootste die we ooit hebben gemaakt.' Probleem is alleen dat nu pas blijkt dat de werkelijke tekorten uit de voorbije jaren veel hoger zijn.

Hoe de tekorten ook zijn ontstaan, het kabinet zal ze weg moeten werken door de premies te verhogen over een of meerdere jaren of eenvoudigweg met belastinggeld.

Fondsbeheerders zien het zo: een tekort ontstaat door te lage sociale premies en is daarmee een naar voren gehaalde vorm van lastenverlichting voor burgers en bedrijven. Het wegwerken van een tekort leidt daarom vroeger of later altijd tot lastenverzwaring.