`Ijaw-stam saboteerde pijpleiding'

Nigeria is in rouw. Een gruwelijk inferno kostte zondag aan naar schatting vijfhonderd Nigerianen het leven, maar het dodental stijgt nog steeds. Over de oorzaak van de vuurzee worden over en weer beschuldigingen geuit.

Anoniem in het leven, onherkenbaar in de dood. De verkoolde lichamen liggen her en der verspreid op de verschroeide aarde, op een terrein zo groot als een voetbalveld. De slachtoffers van het inferno dat zich afgelopen zondag in Nigeria voltrok zijn weinig meer dan skeletten; verbrand tot op het bot.

Eergisteren voltrok zich in het zuidoosten van Nigeria, in Jesse, vlakbij de plaats Warri, een gruwelijke ramp. Nadat vorige week een oliepijpleiding was gebroken en naar schatting 250.000 liter petroleum was weggelekt, waren er dagelijks honderden mensen om de kostbare brandstof op provisorische wijze op te vangen.

Zo ook afgelopen zondag. Meer dan duizend mensen, voornamelijk vrouwen en kinderen, waren aanwezig op de plaats des onheils. Als gevolg van een vonk of sigarettenpeuk - de officiele oorzaak is nog steeds niet bekend - deed zich een explosie voor en veranderde het met olie besmeurde gebied rond de gebarsten pijpleiding in een grote vuurzee.

Honderden Nigerianen verbrandden levend. Sommigen werden gevonden met in hun handen krampachtig de flessen en jerrycans geklemd waarmee ze hadden geprobeerd de brandstof op te vangen.

Het exacte aantal slachtoffers staat nog steeds niet vast: het aantal doden stijgt per uur, zo melden medewerkers van de ziekenhuizen, die de grote stroom van slachtoffers nauwelijks aankunnen. Anderen konden gered worden, maar overleden in de ziekenhuizen aan hun verwondingen. Degenen die de ramp hebben overleefd, zullen de littekens nog de rest van hun leven met zich meedragen.

Inmiddels zijn ook de beschuldigingen over en weer gevallen. De milieugroepering `Vrienden van de Aarde' beschuldigt het Nigeriaanse staatsbedrijf PPMC eigenaar van de pijpleiding.

“Deze tragedie laat zien hoe oliemaatschappijen beknibbelen op de publieke veiligheid', aldus de milieu-activisten.

De regering daarentegen beschuldigt de Ijaw-stam, een van de grootste tribale groepen in het zuidoosten, ervan sabotage te hebben gepleegd aan de oliepijpleiding, waardoor deze lek is geraakt, en dus indirect verantwoordelijk te zijn voor het gruwelijke inferno van afgelopen zondag.

De laatste tijd is de sociale onrust in het zuidoosten van Nigeria waar de meeste olie wordt gewonnen, behoorlijk toegenomen. Wegens aanhoudende aanslagen van leden van de Ijaw-stam heeft Shell vorige week twee belangrijke laadstations voor tankschepen in de zuidelijke delta gesloten. Shell, de grootste olieproducent in Nigeria, wordt er door de Ijaw-stam van beticht het milieu te verontreinigen. Ook eist de stam een groter aandeel in de opbrengsten van de olie.

Olie is al twee jaar een schaars goed in Nigeria - een van 's werelds grootste olieproducenten - maar de situatie is de afgelopen weken als gevolg van de sluiting van de twee laadstations verergerd. Ook wanbestuur en corruptie van de zijde van de regering dragen eraan bij dat de enorme olierijkdommen in Nigeria slechts mondjesmaat de bevolking ten goede komen.

De ramp van zondag is niet de eerste. In Kameroen kwamen in februari van dit jaar ongeveer tweehonderd mensen om het leven bij een gelijksoortig incident. In Nigeria zelf kwamen de afgelopen achttien maanden 22 mensen bij brand om bij pogingen weglekkende olie op te vangen.

Het vuur is overigens nog steeds niet geheel gedoofd. Door de enorme hoeveelheid olie die over een vele vierkante kilometers groot gebied is verspreid, woeden er nog steeds branden. De pijpleiding is inmiddels geheel afgesloten en volgens de autoriteiten gaat het er nu om het vuur uit te laten branden. (Reuters AP, AFP)