Garantie voor beleggende particulieren; Tot 20.000 ecu beschermd

Particuliere beleggers die hun geld kwijtraken door een bankroet van hun effecteninstelling kunnen voortaan een beroep doen op een garantieregeling. Dat heeft het ministerie van Financien gisteren bekendgemaakt.

Effecteninstellingen en banken die effectenhandel aanbieden zijn verplicht deel te nemen aan het schadefonds waarin ze samen maximaal 25 miljoen gulden zullen storten. Minister Zalm (Financien) heeft de regeling algemeen verbindend verklaard.

De nieuwe regeling vloeit voort uit een Europese richtlijn. Nederlandse particuliere beleggers zijn door het schadefonds beschermd tot 20.000 ecu (circa 44.400 gulden) per geval, een minimumbedrag volgens de richtlijn. Andere Europese landen zoals Duitsland, bieden een hogere dekking. Daar mogen echter ook institutionele beleggers een beroep doen op het fonds.

De Nederlandse regeling die met terugwerkende kracht per 25 september 1998 in werking treedt bestaat uit aparte stelsels voor banken en overige effecteninstellingen. Voor de belegger is er geen verschil; claims zullen worden getoetst door de stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) en De Nederlandsche Bank (DNB) bij respectievelijk niet-effecten-kredietinstellingen en banken.

Wie het fonds gaat beheren is nog onbekend. Volgens STE-secretaris E. Canneman staat vast dat het vermogen van het schadefonds niet zal worden belegd.

In Nederland zal naar verwachting weinig beroep worden gedaan op de regeling. Als de nieuwe regeling vorig jaar al van kracht was geweest, zou volgens Canneman niets zijn uitgekeerd.

“Doorgaans komen er na faillissementen voldoende gelden los om klanten schadeloos te stellen.' Beleggers hadden volgens hem wel aanspraak op het schadefonds kunnen maken bij de faillissementen van de effectenkantoren Nusse Brink en Regio Effekt, beide in 1993.

De STE-secretaris erkent dat een uitkering van 44.400 gulden voor de vermogende particulier, met een beleggingsportefeuille van twee ton of meer, slechts een doekje voor het bloeden is.

“Het is ook echt bedoeld voor de kleine beleggers. Zij doen er ook goed aan hun portefeuille te spreiden over meer effecteninstellingen. De maximumvergoeding wordt immers per failliete instelling uitgekeerd.' Bovendien is de kans klein dat meer effecteninstellingen op hetzelfde moment failliet gaan.

Canneman noemt een vergelijkbare schaderegeling voor institutionele beleggers niet nodig. “Zij zijn zelf goed in staat hun risico's af te dekken.'