Europees auteursrecht bedreigt nieuwe media

Het auteursrecht is volgens een beroemde uitspraak van een Amerikaanse rechter ,,een motor van de vrije meningsuiting want het verschaft de economische prikkel om gedachten en gevoelens te scheppen en te verbreiden.' Dit geldt helemaal voor multimediale meningsuiting via Internet en de elektronische snelweg. Deze wordt tot op heden gekenmerkt door een overvloed aan gratis doorklikmogelijkheden. Maar de zon kan zelfs op het Net niet eeuwig voor niets blijven opgaan. Auteursrechten op nieuwe media staan dan ook hoog genoteerd in het actieprogramma voor de elektronische snelweg van de Europese Unie.

De hooggestemde opdracht van de Amerikaanse rechter wordt zwaar op de proef gesteld als men ziet wat de Europese Commissie in Brussel er van wil maken. Dit blijkt uit een advies over de nieuwe media van de Commissie auteursrecht aan minister van Justitie Korthals. Brussel lijkt er vooral op uit de commerciële monopolieposities in stand te houden die het moderne auteursrecht toch al zo'n slechte naam bezorgen.

Aan voorbeelden van overkill geen gebrek. Een poster die alles bij elkaar 26 seconden in beeld is tijdens een speelfilm, geldt als inbreuk op het copyright. Hetzelfde gaat op voor in het voorbijgaan opgenomen beelden van een monument in de stad Los Angeles tijdens de film Batman. Nog niet zo lang geleden werd in Nederland zelfs geprobeerd geld te slaan uit caféhouders die wedstrijden van het wereldkampioenschap voetbal op het tv-toestel in hun etablissement aan hun klanten lieten zien.

Nieuwe media bieden nieuwe verbodsmogelijkheden. Zo klagen bibliotheken en archieven dat hun taak om ook elektronisch materiaal voor het nageslacht te conserveren onmogelijk dreigt te worden gemaakt door auteursrechtelijke claims. Dat is geen loze vrees, zo blijkt uit het rapport van de adviescommissie. Zij bepleit — tegen de Europese trend in — een vrijstelling voor het kopiëren voor archief- of bewaardoeleinden. Ook het raadplegen van informatie in de bibliotheek dient in het digitale tijdperk te worden veiliggesteld.

De algemene kritiek van de adviescommissie op de Brusselse regels en plannen is dat zij onnodig veel eigen beslissingsruimte afnemen van de lidstaten van de Europese Unie. Daarvoor zijn de culturele verschillen nog te groot, waarschuwde deze zomer reeds de nieuwe Amsterdamse hoogleraar Hugenholtz in zijn pre-advies over auteursrecht en Internet voor de Juristenvereniging. Maar er is nog een andere factor in het spel: ,,De eenzijdige aandacht van Brussel voor producent en industrie', zoals de Nijmeegse hoogleraar Quaedvlieg het heeft genoemd. De aanbodzijde beschikt van oudsher over een gesmeerde lobby, maar de gebruikers zijn versnipperd en verdeeld. Van dit verschil hoort de toekomst van de elektronische snelweg echter niet afhankelijk te worden gemaakt.

De adviescommissie vindt niet alleen dat Brussel meer oog moet hebben voor het grondrecht van de informatievrijheid, maar vraagt ook aandacht voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer (privacy). Dat is op de elektronische snelweg inderdaad geen overbodige waarschuwing. De auteursrechtgemeenschap overlegt reeds druk over de inzet van speciale software-agenten. Deze moeten 24 uur per dag Internet afspeuren op zoek naar ongeautoriseerde kopieën, herkenbaar aan de afwezigheid van een speciaal aangebracht auteursrechtelijk watermerk.

Dergelijke methoden raken rechtstreeks aan de informatieconsumptiepatronen van de gebruikers en dus aan hun privé-sfeer. De vraag `wie kopieert wat?' heeft niet te onderschatten privacy-aspecten, aldus de auteursrechtgeleerde D.J.G.Visser.

De gebruiker van de nieuwe media moet niet alleen worden beschermd tegen Brussel. In Nederland zelf bestaat dringend behoefte aan een algemene vrijstelling van auteursrechtelijke aanspraken ten behoeve van `eerlijk gebruik' van beschermd materiaal. Ook op dit punt was in het papieren tijdperk al geen gebrek aan voorbeelden van auteursrechtelijke overkill: een onderneming drukt een plaatje van haar nieuwe kantoorpand tegen de zin van de architect af op haar postpapier, op een foto van een geïnterviewde komt op de achtergrond terloops (een gedeelte van) een schilderij voor, een spreker vertoont overheadsheets uit een boek tijdens zijn voordracht. Strikt genomen zijn dit allemaal auteursrechtsinbreuken.

In Amerika kent men allang een open (door de rechter in te vullen) billijkheidsclausule. Deze zou bijvoorbeeld bescherming bieden tegen overspannen initiatieven zoals de heffing op korte jingle'tjes op niet-commerciële websites die het auteursrechtenbureau BUMA heeft geclaimd. Dat mocht in lijn zijn met de traditionele Nederlandse gebruiken maar past volstrekt niet bij de nieuwe Internetverhoudingen.

De Commissie auteursrecht bepleit met de grootst mogelijke meerderheid van stemmen invoering van een Nederlandse fair use-bepaling. Die ene stem tegen betreft trouwens niet zozeer het beginsel als wel `het volkomen open einde' van de voorgestelde billijkheidsclausule. De nieuwe minister van Justitie, Korthals, doet er goed aan deze aanbeveling snel om te zetten in geldend recht. Al was het alleen maar als een signaal aan Brussel dat de Europese Unie meer ernst moet maken met de belangen van de gebruikers van de elektronische snelweg, die hij met zoveel verve aan de man probeert te brengen.