Dansproductie van Barbosa hangt tussen laken en servet

Theater Lantaren/Venster in Rotterdam profileert zich graag als werkplaats. Jonge makers kunnen er hun ideeen ontwikkelen en presenteren.

Enerzijds vertoeven zij in een beschermde omgeving. Anderzijds onderwerpen zij zich aan het oordeel van de buitenwereld. Outubro (oktober) van de in 1994 aan de Rotterdamse Dansacademie afgestudeerde Braziliaanse choreograaf Ney-Flavio Alves Barbosa (1966), is met zorg gemaakt, maar `te klein voor het laken en te groot voor het servet'.

In een spot staat een kwetsbare vrouw (Sonja Augart) met haar blote rug naar de zaal. Een mannenstem spuit gedachten als `A desire in one's wish, makes room for viciousness' en `You may laugh if you want'. Het licht gaat aan. Twee andere danseressen komen op. Op een stoeltje voor een spiegel bekijkt de een (Jeane Guimaraes) zichzelf behaagziek. Met speelse bewegingen zorgt de ander (Sanna Myllylahti) voor een brutale noot, die de introverte sfeer, nog versterkt door melancholisch vioolspel doorbreekt.

De personages zijn neergezet. Duidelijk is dat Alves Barbosa zich bedient van tekst en beweging. Maar dan? Grof gezegd blijft Outubro in deze introductie hangen. De karakters en de sfeer worden hooguit aangedikt. De onzekere (`moeder') projecteert haar zorgzaamheid op een pop. De sensuele (`femme fatale') danst vloeiend en rond. De brutale (`hoer') commandeert helemaal lekker in minirok. De trieste herfst vertaalt zich in klunzig neervallende bladeren. Een keer ontstaat er een bescheiden groepschoreografie, maar van interactie is verder nauwelijks sprake.

Theater is gebaat bij een ontwikkeling. Zelfs als eenzaamheid of communicatief onvermogen het thema is en zelfs bij een fragmentarische opbouw. Om een steeds rijker geheel te krijgen moeten losse scenes in elkaar grijpen. Met scene-overgangen, en ook daar kan Alves Barbosa zijn voordeel mee doen, kunnen bovendien tempo en ritme worden gecreeerd.

De (live en band-)teksten in Outubro zijn terloops en onsamenhangend van aard, varierend van `Paprika's voor een gulden' tot `Just drop dead'. Ze worden echter wel ingeleefd en betekenisvol gebracht waardoor ze geen eigen - absurd - leven kunnen gaan leiden. Daarnaast zijn de uitvoerenden niet sterk genoeg om van de theatrale scenes krachtige `acts' te maken. De danseres die uitroept dat zij het echt even niet meer weet zorgt eindelijk, heel even voor de broodnodige relativering.