China en Taiwan moeten toetreden tot WTO

De gesprekken tussen Taiwan en China van de afgelopen dagen hebben geen enkel concreet resultaat opgeleverd. Toch heerste er een goede atmosfeer. Willem van Kemenade meent dat de dooi in de Chinees-Taiwanese betrekkingen pas echt kan intreden als beide landen worden toegelaten tot de Wereld Handelsorganisatie. De EU kan hierbij een belangrijke rol spelen.

Taiwans miljardair-ambassadeur voor speciale diensten, de eerbiedwaardige oude heer Koo Chen-fu (81), zei vorige week aan het begin van zijn belangrijke missie naar China dat die `ijsbrekend' zou zijn. Na afloop gisteren zei hij echter dat het ijs nog niet gebroken was, maar wel is begonnen te smelten. Het zijn hyperbolen voor dramatisch politiek effect. De wateren tussen China en Taiwan zijn subtropisch en echt ijs is er niet, alleen dikke lagen modder waar de twee antagonisten na een onderbreking van drie jaar in hun moeizame dialoog doorheen moeten zien te baggeren. Taiwanese zakenlieden hebben tussen de 35 en 50 miljard dollar in China geinvesteerd. De handel - zwaar in het voordeel van Taiwan - beloopt 30 miljard dollar per jaar en jaarlijks bezoeken meer dan een miljoen Taiwanezen China. De stroom van China naar Taiwan hoewel veel beperkter, neemt ook gestaag toe. Zo ijzig zijn de betrekkingen dus ook weer niet.

De politieke elites van de twee voormalige belligerenten kunnen echter nog steeds niet met elkaar overweg. Maar het bezoek van Koo het eerste op dat niveau sinds 1993, heeft naar verwachting de weg gebaand voor verbetering. Niet dat er enig obstakel uit de weg is geruimd, maar er was wel een goede atmosfeer. Beide partijen hebben niet schaduwboksend om elkaar heen gedanst, maar hebben spijkers met koppen geslagen en een consensus bereikt dat ze de dialoog zullen intensiveren.

China had vooraf al een concessie gedaan en tijdens Koo's bezoek een tweede. Nadat Peking in 1995 wegens het onofficiele, maar spectaculaire bezoek van Taiwans president Lee Teng-hui aan de VS de in 1993 begonnen dialoog had afgebroken, hield China tot de eerste Chinees-Amerikaanse top in november vorig jaar vast aan de eis dat het de contacten pas zou hervatten zodra Taiwan China's versie van de een China-definitie zou aanvaarden: China is de volksrepubliek en Taiwan is een daarvan afgescheiden provincie, die desnoods met geweld herenigd zal worden.

Taiwan heeft zijn eigen definitie, namelijk dat China een historisch, cultureel begrip is, dat het verdeeld is in twee gelijkwaardige politieke entiteiten en dat het alleen herenigd kan worden op basis van democratie. China aanvaardde de Taiwanese versie uiteraard niet, maar wilde die niet langer als een obstakel tegen hervatting van de dialoog gebruiken. China eiste echter dat de dialoog op Taiwanese aandrang niet langer beperkt zou blijven tot `administratief overleg over praktische zaken', zoals burgerlijke stand-documenten, investeringsbescherming en visserijgeschillen, maar `politieke onderhandelingen over hereniging' als doel moest hebben. Na de eerste twee zittingen in Shanghai zijn Koo en zijn tegenhanger, de al even overbeschaafde oude heer Wang Daohan (84), overeengekomen de dialoog uit te breiden tot “diverse onderwerpen, inclusief politieke en economische kwesties'. Of deze formulering adequaat is om een nieuw conflict te vermijden hangt af van de onderlinge tolerantie tussen beide partijen en of zij genoeg vooruitgang op niet-controversiele punten kunnen boeken.

Het centrale conflictpunt is Taiwans aanspraak dat het als voortzetter van de in 1912 gestichte Republiek China altijd een soevereine staat is geweest en nog steeds is, ook al wordt het nog maar door 27 kleine landen erkend. China houdt onwrikbaar vast aan de opvatting dat met de uitroeping van de Volksrepubliek China in 1949 de Republiek China is opgehouden te bestaan, ontkent het bestaan van een succesvolle democratische staat op Taiwan en behandelt de regering daar als een `provinciale overheid'. Vandaar dat Koo niet direct namens zijn regering optreedt, maar als voorzitter van een stichting, de Straits Exchange Foundation, waarvoor China een parallelle organisatie in het leven heeft geroepen, de Association for Relations across the Taiwan Strait.

Over Koo's ontmoetingen met zijn tegenhanger Wang Daohan en president Jiang Zemin zijn alleen positieve dingen gemeld. Controversiele zaken lagen op het werkterrein van vice-premier Qian Qichen de voormalige minister van Buitenlandse Zaken, die nu het Hongkong- en Taiwanbeleid coordineert. Koo drong er bij Qian op aan dat Peking Taipei als een soevereine, gelijkwaardige regering behandelt en die internationaal de ruimte geeft. Qians koele reactie was dat China door 162 landen erkend wordt en Taiwan door “twintig en nog wat en deze trend ontwikkelt zich verder'. Afgelopen zaterdag hield een vice-minister van Buitenlandse Zaken van Taiwan een persconferentie waarin hij China van dubbelspel beschuldigde. Hij eiste opheldering over de aanwijzingen dat China - nota bene tijdens Koo's verzoeningsbezoek - bezig was een van Taiwans resterende diplomatieke partners agressief weg te lokken. Er is geen hoop dat Taiwan op dit front nog kan scoren. Als zelfs de Amerikanen in 1978 al zwichtten voor de Chinese druk, waarom zouden Panama en Burkina Faso dat dan ook niet doen.

Dit betekent echter niet dat Taiwan een verloren zaak is. Koo heeft ongewoon direct de democratische kaart gespeeld en daarmee toch in tegenspraak met Taiwans eigen eerdere principes een politieke kwestie van de eerste orde op de agenda geplaatst. Koo hield de Chinese leiders voor dat “alleen nadat het Chinese vasteland democratie heeft gevestigd de twee Chinese samenlevingen over hereniging kunnen praten'. Een paar jaar geleden zouden de Communisten dat met een pavloviaanse reactie verworpen hebben, maar nu zet het ze aan het denken. Zij weten niet goed raad met de steeds luider wordende eisen van liberale intellectuelen, provinciale vakbonden en assertievere media om politieke hervorming en democratisering te versnellen.

Jiang Zemins verweer was dat het meer studie vereist, of dat democratie het enige politieke systeem in de wereld is. Qian Qichen legde uit dat hereniging alleen met soevereiniteit en territoriale integriteit te maken heeft en niet met het politiek systeem. De een land-twee systemen-formule voorziet er immers in dat Taiwan - evenals mutatis mutandis Hongkong - zijn democratische systeem kan behouden. Qian kritiseerde “sommige mensen die prediken dat democratie Taiwan-stijl de beslissende factor in hereniging moet zijn'.

Ondanks al deze voorlopig onoverbrugbare verschillen zijn er toch belangrijke gebieden waarop China en Taiwan compromis en overeenstemming zouden kunnen bereiken. Een ervan is de Wereld Handelsorganisatie (WTO). Taiwan probeert al jaren tevergeefs weer lid van de Verenigde Naties te worden. Anders dan de VN, is de WTO ook toegankelijk voor niet-soevereine staten. De Speciale Administratieve Regio van China Hongkong is lid zonder dat China dat zelf is. China heeft geen bezwaar tegen een Taiwanees toetreden, niet als een `tweede China', maar als een `douane-gebied', en pas als China ook toegelaten wordt. Tijdens het bezoek van president Clinton afgelopen zomer is geen vooruitgang geboekt over China's WTO-toetreding. De Amerikaanse positie is dat China, ondanks belangrijke tarief-liberaliseringen in de afgelopen jaren nog steeds onvoldoende zijn markten heeft geopend voor financiele diensten advocatenkantoren telecommunicatie en landbouw.

Chinese bewindslieden hebben duidelijk gemaakt dat zij het land zo snel als de binnenlandse politiek het toelaat zullen openen. Tevens benadrukken zij dat China's verantwoordelijke beleid tijdens de Aziatische Crisis - door de yuan niet te devalueren en bij te dragen aan de hulpprogramma's van het IMF - beloond dient te worden met het vertrouwen van de VS en de EU in de vorm van grotere flexibiliteit inzake WTO-toelating.

De Amerikanen en Europeanen meenden dat daarmee China's toetreding voorlopig - en wellicht voor langere tijd - van de baan was.

Later deze maand vinden opnieuw besprekingen op hoog niveau in Washington plaats. Nu globalistisch kapitalisme en onbeperkte liberalisering en marktopening een herevaluatie ondergaan zullen de Amerikanen wellicht een flexibelere houding tegenover China aannemen. China en Taiwan zitten op dit punt trouwens op een lijn. Beide landen zijn het minst beschadigd door de Aziatische crisis.

Er wordt opnieuw gespeculeerd dat China's toetreding weer waarschijnlijker wordt, wellicht eind 1999. Het zou in het belang zijn van het wereldhandelssysteem, de vrede en stabiliteit in Oost-Azie en de ontspanning tussen China en Taiwan, als de twee landen gelijktijdig zouden kunnen toetreden.

China is de tiende handelsmogendheid ter wereld en Taiwan de veertiende. WTO-lidmaatschap zou Taiwan een vorm van compenserende erkenning geven die veel beter bij zijn status als nieuwe industriele democratie past dan de diplomatieke relaties die het nog met een handjevol Derde-Wereldlanden heeft. Het zou verder de weg kunnen banen voor Taiwans toetreding tot andere internationale economische en financiele organisaties. Het Taiwan-dilemma zou hiermee niet opgelost worden, maar wel een positieve wending krijgen. De Europese Unie en Nederland kunnen een rol spelen om dit te vergemakkelijken.