Betuwelijn

In NRC Handelsblad van 26 september melden twee economen van de VU dat zij het verstandig vinden om de Betuwelijn - zeker voorlopig - niet te bouwen. Het verhaal van de twee economen is strikt economisch beter gezegd strikt op geld, en op de korte termijn gericht. Voor infrastructurele werken als een spoorlijn, een kanaal of een luchthaven geldt nu juist dat het om zeer lange termijn-investeringen gaat.

Een spoorlijn (het trace en het baanlichaam) gaat vele generaties mee, het ijzerwerk en de elektronica moeten om de zoveel jaar vervangen worden maar dat betreft een marginaal deel van de kosten.

Bij de start van de spoorlijn Amsterdam-Haarlem in 1839 rekenden economen ons voor dat een spoorlijn nooit rendabel gemaakt kon worden want van de hele spoorlijn van twintig kilometer was maar een treinlengte bezet. Tot op vandaag is het spoorvervoer in Nederland niet rendabel (wel het vervoersbedrijf, maar niet inclusief de spoorbaan, de beveiliging en zo meer), toch zullen niet velen zeggen dat we de spoorbanen daar moeten asfalteren. Een spoorlijn wordt niet terugverdiend in centen, maar in andere voor de maatschappij relevante zaken. Zoals relatief milieu- en energie-zuinig vervoer met een extreem hoge mate van veiligheid. Zoals het bieden van een grote vervoersstroom op een kleine corridor, waardoor voorkomen wordt dat het land volledig geasfalteerd wordt en - als openbaar vervoer - het bieden van de mogelijkheid aan iedereen om op veel plaatsen in het land, elk half uur, met de trein te reizen.

In het genoemde artikel wordt gesteld dat het spoorvervoer aan het einde van zijn technische en economische life-cycle is gekomen. Het TGV-net in Europa (gesteund door de EU) en de opkomst van - in tijd en kosten - concurrerende internationale containershuttles (geduwd door de EU) geven een ander beeld. Men kan ook stellen dat het vrachtvervoer per truck aan het eind van zijn life-cycle is gekomen: verouderde motortechniek onveilige voertuigen, te lange rijtijden van chauffeurs enzovoort.

De economen van de VU laten zich in hun conclusie uitsluitend leiden door de huidige omvang van het goederenvervoer per spoor in Nederland, door de huidige voorkeuren van de verladers, door het huidige beleid van de EU, door de huidige prijzen. Niets is zeker, maar dat we over twintig dertig jaar anders tegen milieu-overwegingen, tegen ruimtegebruik, tegen vervoerskosten aan zullen kijken, is zeker.

Nogmaals, de Betuwelijn ligt er niet voor de termijn waarop een ondernemer zijn geld wil terugverdienen.

Infrastructurele beslissingen worden gelukkig niet door bankiers genomen, die moeten op de rendementen op de korte termijn letten. Infrastructuur is een zaak voor de overheid en niet voor particuliere bedrijven. De overheid heeft het maatschappelijk rendement op de lange termijn in de gaten te houden, het land leefbaar te houden voor de volgende generaties. En maatschappelijk nut is niet uitsluitend afhankelijk van financieel rendement.