Wolkende kosmos met geluid

Prometheus, gedicht van vuur van de Russische componist Alexander Skrjabin door het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Valery Gergjev duurt 24 minuten. De vanavond daaraan voorafgaande documentaire over de totstandkoming van het visuele deel van de uitvoering duurt 26 minuten.

Dat de uitleg langer duurt dan het kunstwerk zelf, typeert de buitenproportionele verhoudingen tussen idee en realisatie, tussen Skrjabins technisch primitieve mogelijkheden uit 1909 en de huidige virtuele computer- en televisietechnieken. Wat de NPS presenteert, dankzij lichtcomputerkunstenaar Peter Struycken en tv-regisseur Peter Alsema, is oneindig ingewikkelder dan Skrjabin zelf had kunnen bedenken. Skrjabin schreef in zijn compositie een partij voor licht: elk van de twaalf noten staat voor een andere kleur. Er zijn ooit uitvoeringen geweest met `lichtorgels', maar die waren te primitief om in een concertzaal werkelijk indruk te maken.

Skrjabin wilde musici en publiek samenbrengen in een geheel van beeld kleur en muziek, en dat lukte niet met twaalf gekleurde lampjes en evenzoveel drukknopjes. De NPS bracht de musici van het Radio Filharmonisch Orkest, de zangers van het Groot Omroepkoor, dirigent Valery Gergjev en de pianist Alexander Toradze samen in een virtuele studioruimte. Daarin lijken zij dankzij chromakey, automatische camera's en computerprogramma's te zweven als engelen in een kosmos van kleuren geleid door de almachtige magier Gergjev.

De `uitleg' over het maken van Prometheus maakt de kijker niets wijzer dan dat het heel ingewikkeld was wat Alsema en zijn medewerkers deden. Alsema: “Zo moet je het zien. Dit is de camerahoek. Dit is de hele driedimensionale kleurlaag van Peter. Daar planten we onze videolaag in: A, B, C. Wat je hier aangeleverd hebt gekregen zijn in principe vier lagen, heb ik begrepen.' “Maar hoe kom ik in de ruimte van Peter Struycken?' Alsema: “Op het moment dat je erachter zit, zit je altijd in zijn ruimte. Kun je nooit uit. Een soort rustige, amorfe, wolkende makrokosmos, die zit te bewegen. Daar relateer je camerabewegingen aan. Dus als je naar rechts gaat, ga je naar rechts...'

Door al die problemen wordt niet eens verteld wie Prometheus was en wat hij deed. Hier heeft het `ouderwetse' gedrukte medium een taak. Prometheus is een figuur uit de Griekse mythologie, een der Titanen, een menselijke zoon van de oppergod Zeus, die zijn vader bedroog bij het brengen van een offer. Uit wraak zorgde Zeus dat de mensen niet de beschikking kregen over het vuur. Maar Prometheus stal het vuur - tegelijkertijd het licht - van de goden en bracht het op aarde. Prometheus werd door Zeus gestraft, maar Hercules bevrijdde hem en Zeus liet hem tenslotte toe op de Olympus, de woonplaats der goden.

Alexander Skrjabin moet de lichtbrengende Prometheus hebben gezien als een alter ego. Hij kende zichzelf ook goddelijke gaven toe, zoals Peter Struycken met geestdrift vertelt: “Skrjabin kondigde in Geneve eens aan over het water te zullen lopen. Dat hij in een geschrift sprak over zichzelf als `Ik, God' geeft ook aan dat hij dergelijke ideeen in de praktijk bracht van het sociale leven, wat ik natuurlijk prachtig vind.'

Deze Prometheus is een combinatie van neo-impressionisme en abstract expressionisme in meestal nogal weee pasteltinten met alleen maar referenties naar de levende natuur, met scholen tropische vissen, en de kosmos met wolken van sterrenstelsels. Waar is een zichtbaar teken van menselijke stilerende activiteit, de door Skrjabin gewenste architectuur, de zuilen van een `tempel van licht'? Struycken en Alsema meten zich met Skrjabin, ook met zijn primitieve ideeen. Want het is maar een heel klein schermpje waarop we Prometheus zien. De tv herschept de huiskamer niet in een kosmos, zoals een projectie zou doen in een Cinerama-bioscoop of in een planetarium.