Toch iets van glorie bij Stern

In de wereld van de muziek speelt leeftijd een merkwaardige rol. Het is een voordeel om heel jong te zijn, maar voor de grootste solisten lijken er geen leeftijdsgrenzen te bestaan. Vladimir Horowitz Arthur Rubinstein, Nathan Milstein gaven ver boven de tachtig formidabele recitals. Zo oud is violist Isaac Stern (78) nog niet, maar ook voor hem lijkt er van ophouden voorlopig geen sprake. Toch is het vioolspel van Stern, die Amsterdam voor het laatst bezocht in 1994, al jaren niet meer wat het ooit was.

Stern bespeelt de Guarnerius die ooit aan Eugene Ysaye heeft toebehoord, een van de mooiste violen ter wereld, maar zijn toon is kleurloos geworden. Erger is dat Stern structureel onzuiver intoneert zodat de ziel van zijn instrument als het ware voortdurend in de kiem wordt gesmoord. Muzikaal vaart de maestro blind op het intelligente en gedisciplineerde stramien van weleer. Zo getuigt Sterns economische stokvoering nog altijd van geraffineerd meesterschap en een groot inzicht in de muzikale structuur. Maar omdat de violist meer op zijn routine lijkt te drijven, dan op een wezenlijke bevlogenheid in het hier en nu resulteren zijn fysieke inspanningen op veel momenten in een ongenuanceerde klank en holle retoriek.

Het Stern-weekend in het Amsterdamse Concertgebouw werd geopend met een desastreuze uitvoering van het Strijksextet in G van Brahms. Stern, die niets liever doet dan musiceren met jonge musici, slaagde er niet in de orkestleden van het Nieuw Sinfonietta Amsterdam te verleiden tot coherent samenspel. Hun onervarenheid met het spelen van kamermuziek in combinatie met Sterns wisselvallige inbreng leidde tot een bijna schaamteloze vertoning.

Veel beter klonk het Pianokwintet in f van Brahms, waarin Sterns vaste pianist Robert McDonald, violiste Candida Thompson en celliste Kristine Blaumane (net nieuw in het Sinfonietta, afkomstig uit Riga en een absoluut natuurtalent) met grote inzet en kunde het onwankelbare frame vormden waarbinnen ook Stern weer een beetje op dreef kwam.

Op het jubileumconcert van het in 1988 opgerichte Nieuw Sinfonietta Amsterdam trad Stern zondagavond solistisch op in Bachs Vioolconcert in a, en Mozarts Vioolconcert in G. Ook al speelt Stern het liefste kamermuziek juist als solist voor het voortreffelijk musicerende kamerorkest, herwon de maestro iets van zijn oude glorie.

Ook al intoneerde Stern ook nu weer op de grens van het ontoelaatbare, de vaart en stuwkracht van zijn Bach-interpretatie werkten aanstekelijk, en de straightforwardness van zijn Mozart-spel getuigde van het nobele verlangen naar eenvoud, een artistiek uitgangspunt dat nieuwsgierig maakt naar de workshops die Stern dinsdag, woensdag en donderdag geeft in het Concertgebouw.