Raadsel aan het gaas

Bij zonsopgang en zonsondergang krijsen Jut & Jul, het parkietenpaartje met wie ik mijn leven deel, strijk en zet alsof ze worden aangerand. Zoals bekend zingen parkieten niet. Krijsen vinden ze gezellig, gewoon gezellig.

In de herfst pogen Jut & Jul de doffe dreunen van de vallende peren te overstemmen. Natuurlijk verzorgen ze de arbeidsvitaminen als de spechten en het eekhoornpaartje (Knabbel & Babbel) luidruchtig mijn hazelnoten komen kraken. Zelfs ritselende bladeren geven aanleiding tot getier.

Maar onlangs, op het lome uur dat op het platteland `tussen de middag' heet, het uur waarin de winkels zijn gesloten omdat de goegemeente net als in het ziekenhuis opgenomen patienten `warm eet' en Jut & Jul een uiltje knappen, brak plots een hels kabaal los. Snel legde ik de zethaak neer waarmee ik uit losse loden letters een tekstje van Hedda Martens aan het zetten was en stormde naar buiten. En bleef stokstijf staan. Was ik getuige van een serenade, een aanzoek? Of werd hier de strekking belichaamd van Erik Menkvelds dichtregel een zijsprong over de soortgrens? Jul bleek in kijfgesprek met een veldmuis die halverwege aan het gaas hing; Jut hield zich gedeisd terwijl haar man de muis de oren van het hoofd kletste.

Jaren geleden realiseerde - hedendaags bargoens voor bouwen - mijn vader voor J&J een heuse duplexwoning. Eerder geciteerde dichter begreep indertijd werkelijk niet waarom J&J waren opgesloten terwijl de mezen en de merels, de spechten en de vinken vrij rondvlogen. “Dat is de essentie van moderne kunst' verklaarde ik. Een vriendin vroeg ooit hoe ik in hemelsnaam aan de namen Jut of Jul was gekomen. “En wie is nou eigenlijk Jut?' Antwoord: “Dat is het vrouwtje natuurlijk, dommie'. Beschroomd wees ik haar op het rijm. Ze bloosde tot ver boven de haargrens.

Een dag later kleefde weer een muis - was het dezelfde? - aan het gaas. Hetzelfde tijdstip, hetzelfde hysterisch gekrijs.

De veldmuis bleef een bijna een kwartier hangen. In mijn bovenkamer begon het rond te zingen: was hij een colporteur van de leesportefeuile? Een Jehova getuige? Probeerde hij een levensverzekering aan te smeren? Een droomcruise? Wilde hij hen met alle geweld het verschil uitleggen tussen een tepel- en een wielklem? Raadseltje raadseltje aan de wand, wat was hier in vredesnaam aan de hand?