Ook wie geen muziek maakte, sprak er over; Festival Crossing Border trok met literatuur en muziek in Den Haag 14.000 bezoekers

Twee jongens van een jaar of twintig lopen in de hal van het Haagse Congresgebouw. “Ik ga zo naar Gerard Reve', zegt de een. “Oh, is dat leuk?' vraagt de ander.

Voor tweeenhalfduizend mensen was dat zaterdagavond geen vraag meer. De zaal waar Gerard Reve een half uur evergreens voorlas, was afgeladen en muisstil. De in onbestemd groen en paars geklede Reve, die eerdaags vijfenzeventig wordt, las grappige korte gedichten (`Je hebt je boek af/ je drinkt niet meer/ je hebt je rijbewijs/ wat wil je verder nog voor godsbewijs?'). Ook bij de soms wat langere vrome gedichten werd hartelijk gelachen. De sfeer was eerbiedig en vol verwachting, ook als Reve even de juiste volgorde kwijt was en paginanummers oplas.

Na het optreden van Reve kon het publiek in negen zalen terecht voor iets anders van zijn gading: een optreden van zangeres Kristin Hersh, de pittige Chezere met haar parlando soul of het ingetogen optreden van schrijfster Najoua Bijjir. Het Crossing Border-festival werd dit jaar voor de zesde keer gehouden en trok in twee dagen een kleine veertienduizend bezoekers. Het festival profileert zich als ontmoetingsplek voor literatuur en muziek maar bij deze editie viel op dat de muziek ruimschoots overheerste. Dat is jammer, want de literaire optredens zijn veel korter, en vielen nu bijna weg. En popfestivals zijn er genoeg.

De tweede dag van het festival bood gevestigde namen, als Gerard Reve en Freek de Jonge. Er was een debuterende schrijfster (de zestienjarige Anna Woltz), er waren solo-experimenten (Karl Hyde van Underworld, Mark Sandman van Morphine) en er was een primeur (Jello Biafra).

De dance-producer en muzikant Howie B deed een Crossing Border-performance volgens het boekje. Hij draaide eerst platen waarna hij ter plekke de ritmische klanken bedacht om daarmee dichter Mike Benson te omlijsten. Benson deelde een gedrukt exemplaar van zijn bundel Battery Acid Kiss uit en begon onderuit gezeten in rap Schots te declameren.

Die twee waren aan elkaar gewaagd: als de muziek sneller werd, versnelde ook Benson. Dan was er niet meer te verstaan dan de woorden `fuckin' en `suckin'.

Het woord `suck' ligt kennelijk goed bij Engelsen. Ook bij Karl Hyde kwam het regelmatig langsdwarrelen op het projectiescherm achter hem. De van de techno-groep Underworld bekende Hyde vertilde zich hier aan een gesproken optreden in samenspraak met opgenomen stemmen en muzikale flarden. Hij herhaalde woorden voor ritmisch effect, rijmde voor de vuist weg (`Los Angeles../ trees../ disease..'), maar heeft een vlakke stem en zijn anderhalf uur durende show leverde geen boeiende verhalen op. Karl Hyde is geen Laurie Anderson.

Hyde stond in de zaal van de Eenzame Mannen. Daar trad ook de druilerige zanger Ron Sexsmith op, en was Mark Sandman, de bassist van Morphine als gitarist/zanger te zien. Dankzij zijn prachtige diepe stem is alles wat Sandman zegt het aanhoren waard. Hij begeleidde zich op de bassnaren van een gitaar en zong in een soort douche-kop die zijn zang vervormde. De diepe stem werd soms een karikatuur van treurigheid, zoals toen hij klaagde: `Why can't it be like the old days/ when society worshipped a woman's big fat ass'.

Wie geen muziek maakte, zorgde wel dat hij erover sprak. Zo vertelde auteur Joseph O'Connor over een concert van The Beatles in Dublin, ging Tania Glyde naturel te keer tegen muzikale randverschijnselen als `star fuckers' en `bad drugs', en nam dichter Murray Lachlan Young de Britse popjournalistiek op de hak die omschrijvingen bedenkt als `Gothic lesbian swamp rock'. De Ier Patrick McCabe, die volgende week wellicht de Engelse Booker Prize krijgt uitgereikt, had zelfs twee Ierse drinkebroers meegenomen die muzikale intermezzi verzorgden.

Uitzinnig vals zingend en spelend waren deze twee direct een parodie op de sterren (Led Zeppelin, Van Der Graaf Generator) waarover McCabe in zijn verhalen vertelde.

Een aantal als `hoogtepunt' aangekondigde optredens viel tegen. Zo was het Cubaanse bandje El Cuayabero te sterotype, en waren de New-Yorkse Cubanen van Marc Ribot y los Cubanos Postizos te sloom. Paolo Conte had een indrukwekkend orkest bij zich maar maakte een matte indruk. De grootste teleurstelling was wel het langverwachte Nederlandse debuut van de voormalige zanger van de Dead Kennedys, Jello Biafra. Veel Amerikanen blijken `spoken word' toch gelijk te stellen aan `demagogie'. Als de eerste de beste tv-dominee predikte Biafra het ene politiek correcte agendapunt na het andere (legalisatie van drugs, opheffing van de doodstraf). Zonder humor, zonder sarcasme, zonder enige muzikaliteit.

Eerder op de avond hadden twee jonge Nederlandse vrouwen juist aangenaam verrast. Bloem de Ligny, die binnenkort haar eerste cd uitbrengt, gaf verkleed als kerstboompiek een bezwerend optreden, waarin alle mogelijke stemuitdrukkingen de revue passeerden. Haar band speelt subtiel, en Bloem zelf, wild heen en weer stappend over het podium, is een sjamaan geworden.

Anna Woltz, de scholiere die haar belevenissen in klas 4B een jaar lang in de Volkskrant heeft gepubliceerd, trad vlak ervoor op en profiteerde zo van de grote publieke belangstelling voor Bloem. Woltz gebruikt wat veel verkleinwoorden (kammetje, koffertje, jongetje) maar verslaat herkenbaar en toch verrassend het gedrag van middelbare scholieren. In haar leeftijdscategorie zijn blijkbaar niet muzikanten de idolen maar acteurs zoals Brad Pitt en Leonardo DiCaprio.

Bij het zien van Brad Pitt was vriendin Tessa `weggekwijld'.

Maar DiCaprio is favoriet. Daar worden ze dan ook mee geplaagd. Woltz vertelt hoe ze een kalender van de ster wilde kopen - waarop haar moeder zei zich niet te kunnen voorstellen dat DiCaprio twaalf verschillende gezichtsuitdrukkingen kan hebben.