Liz Phair

Liz Phair is cool en koel. Phair maakte in haar zes jaar durende carriere tot nog toe slechts twee cd's, maar heeft sinds haar debuut Exile in Guysville een trouw publiek aan zich weten te binden. Ze frappeerde in eerste instantie vooral met haar seksueel expliciete teksten, die op een onaangedane manier werden gebracht. Liz Phair mag dan allerlei opruiends zingen, ze is geen Vanity 6.

Phairs `koelheid' zet zich ook door in de muziek van haar begeleiders. Die is doeltreffend en bij tijden aangenaam duister, maar had in het verleden in sommige nummers een te bestudeerde klank om direct aan te grijpen. Met haar nieuwe, derde cd, Whitechocolatespaceegg, heeft Phair een popplaat gemaakt. De liedjes ontwikkelen zich vloeiend, mooi aangezet met wisselende instrumentaties: vriendelijke banjo's doorbreken de massieve gitaarpartijen, vervormde percussie strijdt met heldere drums.

De zang heeft nog altijd de afstandelijkheid van weleer, maar Phairs stem is krachtiger geworden. Soepel wendt ze zich door de verhalende teksten, over barkeepers en knappe mannen. Het dwangmatige stout-doen is naar de achtergrond verdwenen. Liz Phair is tot wasdom gekomen.