Komrij verklaart afkeer van Bernlef

Hoe veroorzaak je deining in de literatuur? Mogelijkheden genoeg: je kunt een poeziebundel samenstellen, iemand beledigen, of een woedend betoog over moreel verval houden. Je kunt ook, als literair tijdschrift een themanummer maken over de zee en Eric de Kuyper een verhaal laten schrijven waarvan de lezer zo zeeziek wordt dat hij automatisch het blad uitdeint - al was dat vast de bedoeling niet.

Gelukkig doet Optima het voornoemde allemaal tegelijk. Het blad heeft een tijdje gesukkeld, dobberde doelloos rond zeg maar, maar presenteert zichzelf nu met een nieuwe vormgeving als `De nieuwe Optima'. Aan alles is te zien dat de redactie met dit nummer weer de aandacht op zich wilde vestigen. Dus werd er gekozen voor een aantal stukken dat duidelijk `spraakmakend' wil zijn en een tijdloos thema, `de zee', dat zo tijdloos is dat Granta er een half jaar geleden ook al een nummer aan wijdde. Veel opzienbarends levert dit gedeelte dan ook niet op, of het moet verhaal `Zeezicht, zomer 1982' van Martin Bril zijn. Het lijkt erop dat Bril sinds hij in het Parool een dagelijkse column heeft, zijn toon heeft gevonden: puntig, precies en melancholiek. Dat geldt ook voor dit verhaal dat Brils eerste journalistieke opdracht beschrijft: een interview met de oninterviewbare zanger Nick Cave. `Hij zwaaide op zijn benen, zoop van de fles, boerde. Was het interview begonnen of afgelopen?'

Het opvallendst in het `losse' gedeelte is een stuk van Arnon Grunberg waarin hij Renate Dorrestein aanvalt op haar artikel `Het fatsoen ligt aan flarden' dat in mei in het CS van deze krant werd gepubliceerd en waarin ze Paul de Leeuw en andere televiemakers aanviel op hun `onfatsoenlijke gedrag'. Het was een spraakmakend stuk, Dorrestein kreeg veel bijval van brievenschrijvers en werd op haar beurt weer aangevallen door mensen die zich met De Leeuw verwant voelen, zoals Theo van Gogh. Of Grunberg zichzelf ook tot die categorie rekent weet ik niet, in ieder geval veegt hij de vloer aan met Dorrestein en doet dat vooral op haar stijl. `Het fatsoen lag al aan flarden toen het door de dampkring ging.

Wat werkelijk aan flarden ligt is het verstand van Renate Dorrestein. Het ligt zo aan flarden dat ik er bijna moralistische vragen over wil stellen, maar dat doe ik lekker niet.' De dampende toon van Grunberg lijkt enigszins buiten proporties, maar daarvan ligt de oorzaak misschien in de titel van de rubriek waarin het stuk staat: `Grof Vuil'.

Opvallend bedaagd daarentegen is het interview van Arjan Peters met Gerrit Komrij, dat vooral over poezie gaat. Komrij, altijd goed voor een puntige opmerking houdt zich in, al is het interessant om te lezen hoe hij poezie leest en te vernemen waar Komrij's meer dan drie decennia voortknetterende afkeer van J.Bernlef vandaan komt: de laatste deed Komrij's poeziedebuut Maagdenburgse halve bollen `in een tweeregelige recensie' af als `studentenpoezie'. Komrij: `Sinds die tijd is hij een running gag geworden.'

Het merkwaardigste stuk in deze Optima is echter van Onno Blom, literatuurrecensent van Trouw, die omstandig zijn zoektocht beschrijft naar een van de 51 exemplaren van de roofdruk van de dagboeken van de dichter Max de Jong (1917-1951). Door tegenwerking van De Jongs zuster zijn deze dagboeken nooit officieel verschenen, maar uitgever Geert van Oorschot wist er ooit over te melden dat ze met De avonden en Bij nader inzien tot `de grote monumenten van de literatuur omstreeks het midden van de eeuw' mochten worden gerekend. Blom vertelt dat hij voor Optima een stuk over deze dagboeken wil maken, maar ze niet te pakken krijgt. Daarom bombardeert hij de zoektocht zelf maar tot onderwerp van zijn stuk. Als hij ze uiteindelijk toch vindt (en na een middagje lezen concludeert dat ze een `monument' zijn, zonder daar overigens overtuigende bewijzen voor te leveren), beschrijft hij het contact met de redactie van Optima.

`Arjan Peters zegt 's avonds aan de telefoon hartelijk: `Doe maar geen moeite het mooi op te schrijven, dat kan je toch niet. Gewoon stevig doorwerken.' Daarmee doet Blom de redactie van Optima volgens mij een spraakmakend idee aan de hand: laat ze voortaan van iedere auteur zo'n voorbespreking geven. Het levert ze vast een hoop lezers op, al vermoed ik dat niet iedere auteur er zo blijmoedig op zal reageren als Onno Blom.