Kleitabletten vol informatie

Nederlandse archeologen hebben in Syrie een belangrijk archief van kleitabletten blootgelegd met teksten in spijkerschrift. De Assyriers, zo blijkt uit het archief van de hoge ambtenaar Tammite hielden zich vooral bezig met eten, graan en vechten.

“De vondst is zeer belangrijk. Voor het eerst kunnen we ons een beeld vormen van een werkende gemeenschap in het oude Assyrie. Daardoor kunnen we ook de late bronstijd beter begrijpen'. Dat zegt de filoloog Frans Wiggerman (50), gespecialiseerd in spijkerschrift. Hij is een van de collega's van Peter Akkermans (40), archeoloog van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, onder wiens leiding de afgelopen maand, niet ver van de Turks-Syrische grens, een belangrijk kleitabletten-archief is blootgelegd.

Zoals het museum vorige week bekendmaakte, werden van het ruim drieduizend jaar oude archief van de hoge ambtenaar Tammite dit jaar eerst zestig kleitabletten gevonden en kwamen er deze maand plotseling nog eens zeventig bij. Op de tabletten staan spijkerschriftteksten die duidelijker dan ooit onthullen hoe de gezagsverhoudingen en de handelsbetrekkingen lagen tussen de versterkte nederzetting Tell Sabi Abyad en bijvoorbeeld de hoofdstad Assur. Uit het westen van het Assyrische rijk zijn tot nu toe nauwelijks andere archieven opgegraven.

Het archeologisch team van Akkermans werkt al een jaar of tien aan de ruines van dit 3.200 jaar oude Assyrische fort. “Via een smalle poort kwam je daar op een grote binnenhof terecht, omringd door monumentale wanden. De grote centrale toren, een militaire uitkijkpost waarvan we onlangs de fundamenten hebben opgegraven, moet met zijn zeven acht meter hoogte deze plek gedomineerd hebben'. Akkermans, die intussen met een kleine schoffel in de hand even bij de buitenmuur uitrust, treedt als gids op. “De muren van dit paleis en de omringende kantoren waren ongeveer vijf meter hoog. Alle werkplaatsen, gewone woonhuizen en opslagplaatsen lagen achter die monumentale muren verborgen.

Daarmee probeerde men indruk te maken op bezoekers, ze te laten zien hoe machtig Assyrie was.'

Hoewel ook het `betere aardewerk', zoals badkamers en ingebouwde toiletten, is opgegraven, blijkt bovenal het archief van groot belang. De tabletten die vorig jaar in de kantoren van de vesting Tell Sabi Abyad werden aangetroffen gingen vooral over externe zaken, zoals reacties op brieven, op opdrachten en bevelen van de grootvizier in Assur. De recente vondst belicht interne aangelegenheden, zoals graanstransacties, de levering van landbouwers, lijsten van arbeiders. Soms zijn de tabletten niet meer dan een halve vinger groot, andere meten 30 bij 20 centimeter. Het totale aantal exemplaren staat nu op 270 waarvan het merendeel nog intact is.

De hoge ambtenaar Tammite zorgde voor de dagelijkse reilen en zeilen van de westelijke provincie. Landbouw nam daarbij een belangrijke plaats in. Zaaigoed, de distributie van sikkels en het binnenhalen van de oogst, het viel allemaal onder zijn verantwoordelijkheid. Daarnaast onderhield hij contacten met andere nederzettingen en instrueerde hij uit naam van de onderkoning diens gouverneurs.

Tammite's administratie lag over twee kamertjes verdeeld. In het ene zaten de tabletten in een houten, verzegeld koffertje, in het andere lagen ze over de grond verspreid. Hij liet zijn waardevolle bezit in grote haast achter op het moment dat de nederzetting in vlammen dreigde op te gaan. Dat laatste gebeurde ook inderdaad, maar Tammite's archief bleef door instorting grotendeels intact.

“Een van de mooie dingen aan deze opgraving is dat het fort klein is', vertelt Akkermans' rechterhand Frans Wiggerman. “We kunnen het helemaal opgraven.

De mensen die in de teksten voorkomen woonden daar we kunnen hen, hun kantoortjes en hun woonplaatsen terugvinden en daardoor een beter beeld krijgen van hun bezigheden, van de omvang van deze gemeenschap.'

Akkermans kent dit opgravingsgebied als geen ander. “Begin jaren tachtig was ik hier op een nabijgelegen ruineheuvel als student aan de slag en op zoek naar een promotie-onderwerp. Voor mijn proefschrift was specifiek veldwerk nodig en Tell Sabi Abyad leek me geschikt. Nu, zoveel jaren later, zou ik zonder al dit veldwerk diep ongelukkig zijn'. Het Rijksmuseum in Leiden biedt mankracht, tijd en vooral geld. Daarnaast wordt samengewerkt met onder meer de Vrije Universiteit van Amsterdam en het Chicago Oriental Institute. Enkele jaren geleden moest het project wegens bezuinigingen bijna worden afgebroken. De Shell in Syrie bood uitkomst: “Ze zijn nu goed voor veertig procent van het budget', aldus Akkermans. “Zonder Shell was ik er allang mee opgehouden'.

Tot zover het oog reikt is het in de Balikhvallei in Noord-Syrie kaal, droog en stoffig. Toch is het geen woestijn. In het voorjaar komen groen en bloemen, een paar maanden later ruimt de moordende zomerzon de plantengroei weer op. De dichtstbijzijnde stad in dit steppengebied, Raqqa, ligt tachtig kilometer verderop en om ons heen zijn alleen kleine dorpen te vinden. “Tot een paar jaar geleden', vertelt Akkermans, “was het verleden hier blanco. Nu hebben we ook over het neolithicum, over de pre-historische bewoning die zo'n zevenduizend jaar geleden hier te vinden was, belangrijke kennis opgedaan. Al met al is het Assyrische erfgoed hier relatief goed bewaard gebleven. In elke kamer van deze vesting vinden we wel potjes, pannetjes, metalen voorwerpen, wapens of sieraden.

De objecten dateren niet uit de zogenaamde nieuw-Assyrische periode, het grote wereldrijk, maar komen uit het veel minder bekende Midden-Assyrische rijk, toen er een expansie naar het westen op gang kwam.'

De ontcijferingen van de kleitabletten laten tot nu toe zien dat de Assyriers bovenal in de weer waren met eten, met graan en met vechten. Ze werden bij tijd en wijle bedreigd door Hittieten of Arameers. Het was een pragmatische cultuur, met weinig franje en veel efficiency. Een soort oorlogsmachine.

“Volgend jaar graven we nog dieper. Dat betekent dat de lagen die we nu hebben blootgelegd worden opgeofferd', zegt Akkermans. “We willen begrijpen wat hier gebeurd is en archeologen gaan daarbij vrij destructief te werk.'