HEMPEL EN LEENDERS OVER ; Samen dirigeren

Hempel: “Deze muziek heeft minstens tien lagen, zoals een schilderij tien verflagen heeft en daaraan zijn gloed ontleent. Over het algemeen zijn wij muziek gewend die is opgebouwd uit twee lagen: een voorgrond en een achtergrond, melodie en begeleiding. Bij de Vierde symfonie van Charles Ives is dat veel complexer.

Een a is belangrijk, een b minder en een d is nog weer enkele gradaties zachter. Dat gaat door tot aan k. Er komt tegelijkertijd zoveel voorbij dat je als luisteraar gelijk een ekster van tak naar tak wipt.

Wil je dat kunnen uitvoeren, dan heb je absoluut een tweede dirigent nodig.'

Vrijdag dirigeert Jurjen Hempel samen met Hans Leenders onder meer de Vierde symfonie van Charles Ives (1910/11) bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Jurjen Hempel (1961), gespecialiseerd in 20ste-eeuws repertoire, is assistent-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Daarnaast vervult hij tal van directiebeurten bij orkesten en ensembles. De Vierde van Ives dirigeerde hij in het verleden onder Edo de Waart. Hans Leenders (1971) is van origine slagwerker en onder meer artistiek directeur van Percussive Rotterdam. In september 1999 zal hij Hempel opvolgen als vaste assistent-dirigent bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest.

Leenders: “Dat ik mee zou doen lag gezien mijn toekomstige assistentschap voor de hand. Ik dirigeer zeker niet de gehele tijd. Op een gegeven moment spring ik op en ga een gedeelte van het orkest dirigeren. Als hulpmiddel, om de metrische problemen voor de musici overzichtelijk te houden. Ives heeft strikt voorgeschreven wat de tweede dirigent moet doen. Soms al na een maat, soms na twintig maten samen staat er weer `Conductor I tutti'. Dan moet iedereen weer op de eerste dirigent letten.'

Hempel: “Het was een al oude wens van me ooit zelf de Vierde symfonie van Charles Ives te dirigeren. Er ontvouwt zich in dit werk een heel universum voor je. Fascinerend. Maar Ives heeft zich er niet om bekommerd zijn ideeen enigermate praktisch op te schrijven. Hij heeft zijn visioen genoteerd en hoe dat uitgevoerd moet worden, dat moet iedereen zelf maar uitzoeken. De grote moeilijkheid zit 'm in het ritme en de organisatie van het geheel. De noten zijn niet moeilijk.'

Leenders: “Gunther Schuller heeft het materiaal bewerkt.

Vaak zie je in het origineel dingen die er heel complex uitzien, maar als je die berekent blijkt dat veel noten gewoon op de slag komen.

Bij Ives lijkt het hogere wiskunde. Wat klinkt als een gewoon marsje heeft hij in een ander tempo met gepuncteerde ritmen buitengewoon gecompliceerd genoteerd. Ik heb als tweede dirigent geen artistieke inbreng; het zou ook niet praktisch zijn als wij beiden met ons eigen verhaal voor het orkest zouden staan.'

Hempel: “We gaan vooraf een keer rond de tafel zitten en dan: 3, 4/ 1 tsjakoempa tjaka-katoe/ 1. Als die enen samenvallen, dan werkt het.'

Leenders: “Het nadeel is dat als ik alleen de syncoop dirigeer, je zo'n luie slag krijgt. Als ik -kam, -pam -tam, -pam sla, is dat anders dan Tam-, pam-, tam-, pam-.'

Hempel: “Op het moment dat je begint, doe je gewoon: RAK! tjak-ka doem tjak-well He's a jolly good fellow. That's it. En dan moet je eigenlijk niet meer zo op mij letten.'

Leenders: “Toch wel een beetje?!' Hempel: “Nou een beetje dan.'